Hoofdstuk 1 van 14
Vier blauwe bandjes
Vanuit zijn slaapkamer kon Imre de derde baan zien. Niet de hele baan: de lindeboom stond ervoor. Maar als de wind de bladeren opzij duwde, zag hij de witte streep op het sportveld en het bankje bij het hek. Op dat bankje had hij vorig jaar bijna de hele zomerestafette gezeten.
Deze maandag hing er weer een geel papier aan het hek. Zaterdag om twee uur. Buurtestafette. Teams van vier kinderen.
Imre las vooral dat laatste. Vier.
Vorig jaar waren ze met vijf geweest. Zijn nichtje had hem meegenomen naar haar ploeg. De begeleider had meteen gezegd dat er maar vier konden lopen. Imre was reserve; als iemand niet kon, mocht hij invallen. Niemand werd ziek. Niemand kreeg een losse veter die niet meer vast kon. Hij had de drinkflessen aangegeven en bij de finish geroepen. Op de foto stond hij naast de vier lopers, met een fles tegen zijn buik.
Nu was hij negen. Zijn nichtje ging dit jaar kamperen. Hij had haar niet nodig om mee te doen.
Feline kwam over het pad met een halve boterham in haar hand. Ze at lopend, ook als ze nergens op tijd hoefde te zijn.
‘Ga je?’ vroeg ze.
Imre knikte. ‘Met jou? En Sami en Daan?’
‘Als we echt oefenen. Niet alleen een naam bedenken.’ Ze nam de laatste hap en drukte met haar duim de kruimels van haar shirt. ‘Ik wil wel winnen.’
Bij het buurthuis stond begeleider Vera achter een tafel. Ze had een doos zachte ballen bij haar voeten en vier blauwe stoffen bandjes in haar hand. Sami zat al op het muurtje. Daan stond ernaast en schoof zijn schoen voorzichtig naar een sprinkhaan in het gras. De sprinkhaan bleef zitten.
‘We zijn vier,’ zei Imre tegen Vera.
‘Dan kunnen jullie alle vier lopen.’ Ze schreef hun namen op. ‘Iedereen één beurt. We hebben dit jaar teams van precies vier. Geen reserves.’
Daan keek op. ‘Ook als ik het langzaamst ben?’
‘Ook dan. Jullie kiezen zelf de volgorde. Kom, ik laat het spel zien.’
Op het gras waren drie rechte banen getekend. Elke baan had aan het uiteinde een oranje keerpion. Aan deze kant lag een wit rechthoekig vak. De voorste rand van dat vak was tegelijk start en finish. Daarachter moesten de volgende lopers wachten. Imre stapte erin. Het gras was pas gemaaid. Aan zijn veters kleefden groene sprietjes.
Vera gaf hem een gele zachte bal, ongeveer zo groot als een kleine meloen. ‘Iedereen loopt met de bal naar de pion van de eigen baan, eromheen en terug. De eerste drie geven de bal in dit vak aan de volgende. Je blijft achter de voorste lijn tot je de bal echt hebt.’
‘Niet gooien?’ vroeg Sami.
‘Doorgeven. Kijk maar.’ Vera nam de bal even van Imre terug en hield hem vast tot Sami hem met beide handen had. Pas toen liet ze los. Sami stapte over de lijn en liep een klein rondje.
Op de terugweg liet Sami de bal expres vallen. De bal plofte zacht op het gras en rolde één schoenlengte verder.
‘Zelf halen,’ zei Vera. ‘De loper die bezig is, raapt de bal op en gaat verder. Geen strafpunten. De tijd loopt gewoon door. Rolt hij naar een andere baan waar iemand loopt, dan stop je bij de rand en laat je mij helpen. Niet dwars voor iemand langs duiken.’
Sami pakte de bal en gaf hem binnen het vak aan Daan. Die liep naar de pion en terug, met de bal tegen zijn buik alsof hij bang was dat hij zou ontsnappen. Terug in het vak legde hij hem op het gras.
‘En de vierde?’ vroeg Feline.
‘Die hoeft niet meer te wisselen. Zodra de vierde met de bal terug over deze lijn komt, is het team klaar. Het eerste team dat vier beurten af heeft, wint.’
Feline keek naar de finish. Imre ook. Hij zag voor zich hoe hij daar zou komen, hoe alle hoofden zouden draaien. Deze keer zouden de mensen hem niet opzij hoeven te schuiven voor de foto.
‘We kiezen de volgorde nog,’ zei hij vlug.
‘Goed,’ zei Sami. ‘Ik wil eerst weten hoe ver het is.’
Vera gaf hun de bandjes. ‘Alleen om je team te herkennen. De bal gaat rond; de bandjes blijven om je arm. En ze maken je niet sneller, helaas.’

Daan schoof het zijne tot boven zijn elleboog. Het zakte onmiddellijk terug.
‘Bij mij werkt het wel,’ zei hij. ‘Het gaat vanzelf naar beneden.’
Imre lachte. Hij trok zijn eigen bandje glad. Vier bandjes. Vier namen op Vera's papier. Op de derde baan lag de bal in het gras te wachten.