← Het team van baan drie
Inhoudsopgave · hoofdstuk 13 van 14
  1. 1. Vier blauwe bandjes
  2. 2. Het einde van de rij
  3. 3. Handen die al weg zijn
  4. 4. Drie banen vol ogen
  5. 5. De bal tussen twee mensen
  6. 6. Niet nog een keer
  7. 7. De foto van vorig jaar
  8. 8. Geen stoel over
  9. 9. De eerste die wacht
  10. 10. De zonnebloem doet mee
  11. 11. De nacht voor de start
  12. 12. De lijn vlak voor zijn voeten
  13. 13. Voorbij is voorbij
  14. 14. Eén bankje voor vier

Hoofdstuk 13 van 14

Voorbij is voorbij

De eerste paar passen waren te kort. Imre merkte het, maar hij ging niet opnieuw beginnen. Dat kon ook niet. De start lag al achter hem. Hij liet zijn armen verder bewegen en hield de bal stevig voor zijn buik.

Kian liep links van hem, één baan ertussen. De rode loper zat ergens naast Imres schouder. Imre zag hem vanuit zijn ooghoek en keek toen weer naar het oranje plastic. De pion stond stil. Hij hoefde er alleen omheen.

Bij de bocht ging hij niet zo laag als Feline. Hij maakte zijn eigen draai, met de bal aan de buitenkant van zijn buik. Zijn schoen gleed een klein stukje over het korte gras. Hij zette de volgende stap en bleef lopen. Nu zag hij Sami.

Twee handen. Donker shirt. Blauwe band.

Imre minderde vaart. Het gebeurde niet vanzelf; zijn benen wilden nog door. Hij nam twee kleine stappen en bracht de bal tussen Sami's handen. Sami hield vast. Imre liet los.

Daar ging Sami. Imre liep opzij, buiten hun baan, en hijgde. Hij had het gedaan. Het was nog niet klaar. Hij hoefde alleen niet meer te rennen.

Bij geel was de tweede loper ook al vertrokken. Imre had hun wissel niet gezien. De rode tweede loper ging vlak na Sami op pad. Feline riep Sami's naam. Imre probeerde mee te roepen. De eerste keer kwam er nauwelijks geluid uit.

Sami draaide om de pion. Op de terugweg zakte de bal langs zijn linkerhand. Hij klemde hem tegen zijn shirt, maar te laat: de bal viel op het gras en stuiterde eenmaal, net voor zijn voet.

Imres buik trok samen. Sami bukte, miste de bal met zijn eerste greep en pakte hem met de tweede. Hij stond weer op. Niemand anders stapte de baan in. Daan hield zijn handen op dezelfde plek.

Sami raapt op de terugweg zelf de gevallen gele bal op terwijl Daan bij de lijn wacht.

De rode loper kwam voorbij. Sami liep terug, zijn gezicht glanzend van het zweet. De bal ging naar Daan. Daan vertrok als derde.

‘Sorry,’ zei Sami toen hij naast Imre kwam.

Imre keek naar Daan, die al halverwege was. ‘Je had hem weer.’

‘Ik liet hem vallen.’

‘Ja.’ Hij moest slikken. ‘Kom. Daan.’

Ze riepen Daans naam. Eerst na elkaar, toen tegelijk. Daan rende met dezelfde korte stappen als maandag. Bij de pion remde hij minder ver af. Hij draaide en kwam terug. Zijn mond stond open, zijn handen zaten vast om de bal. Het rode team wisselde. Feline boog haar knieën.

Daan kwam het vak in. Hij hoefde niet omhoog te reiken: Felines handen wachtten laag. Ze pakte de bal. Daan liet los. Haar voet ging over de lijn en haar andere been schoot erachteraan.

Geel naderde de pion. De rode loper was pas een paar stappen weg. Feline liep erachteraan.

‘Kom op,’ zei Imre, eerst heel zacht. Toen harder.

Haar bandje zat losser dan op vrijdag. Misschien was de stof uitgerekt; Imre zag alleen dat het van haar bovenarm naar haar elleboog zakte. In de bocht gleed het langs haar onderarm. Ze verplaatste de bal naar haar andere hand en het blauwe bandje viel op het gras naast de pion.

Imre opende zijn mond. Daar lag hun blauw. Hij wilde roepen dat ze iets verloren had.

Maar Feline had de bal. Het bandje was geen bal. Ze rende door.

Klapjes, voeten, iemand die ‘ja’ riep. Het gele team was binnen. Imre zag Liv bij de lijn staan met de bal boven haar hoofd. Ze sprong, één keer, en haar ploeggenoten sprongen mee.

Feline liep naast de rode slotloper. Toen net ervoor. Imre kon niet zien hoeveel. Hij zag haar gezicht, de opgetrokken wenkbrauwen, de mond die bij iedere ademhaling bewoog. Haar paardenstaart sloeg tegen haar schouder. De bal bleef tegen haar buik.

Ze kwam over de lijn. De rode loper vlak achter haar.

Feline komt als tweede over de lijn met de bal; geel staat al aan de kant te juichen.

‘Geel eerste,’ zei Vera. ‘Blauw tweede. Rood derde.’

Imre hoorde het precies. Het was geen gelijkspel. Geen bijna eerste. Tweede.

Feline liep uit tot naast de tafel. Ze boog voorover met de bal tegen haar knie. Daan kwam bij haar staan en Sami ook. Imre volgde. Hij wilde iets groots zeggen. Het enige wat hij kon bedenken was dat ze er was.

‘Je bent er,’ zei hij.

Feline knikte. Er gleed een zweetdruppel van haar kin. Ze gaf de bal aan Vera en ging langzaam rechtop staan.

‘Ik wilde eerste,’ zei ze.

‘Ik ook,’ zei Imre.

Sami stond stil naast hen. Daan legde zijn handen op zijn hoofd, liet ze zakken en deed het nog een keer. Aan de andere kant van de tafel juichte geel opnieuw. Imre keek. Ze waren blij. Hij kon daar niets tegen hebben, al voelde het niet prettig.

Toen zag hij Felines blote arm. ‘Je bandje ligt bij de pion,’ zei hij. ‘Ik heb gezien waar.’

Je kunt ook zonder opgeslagen leesplek lezen.

Naar mijn leesplek

Fabliva op je beginscherm

Heeft je browser een installatieknop? Kies dan App installeren. Je kunt ook het browsermenu openen en kiezen voor Toevoegen aan beginscherm.

Op een iPhone of iPad vind je dit via de deelknop in Safari. Je kunt Fabliva ook gewoon in je browser blijven gebruiken.

Wat kan beter?

Een fout gevonden of een idee? Je hoeft geen naam of e-mailadres in te vullen. Zet geen privégegevens in je bericht.

Je bericht wordt naar Fabliva verstuurd. Gebruik 10 tot 2.000 tekens.