Hoofdstuk 4 van 14
De plek voor een tas
Tijn had zijn voetbal in de hondenbak gelegd.
Hij paste niet. Hij bleef op de rand liggen en draaide een beetje rond toen Nina de keuken binnenkwam. Haar broertje zat op een stoel met zijn voeten op de zitting. Hij hield een tosti tussen twee vingers alsof die elk moment iets kon doen.
‘Haal die eruit,’ zei ze.
‘Ik moest hem ergens laten.’
‘Niet daarin.’
Hij tilde hem op en legde hem op de stoel naast zich. De bak stond nog op precies dezelfde plek als gisteren. Nina bukte, haalde er een klein stukje gedroogd gras uit en hield hem tegen het licht. Er zat geen kras in.
‘Hij kan niet eens lekker liggen,’ zei Tijn.
‘Wie?’
‘De bal.’
Ze zette de bak harder terug dan ze wilde. Tijn nam een hap van zijn tosti. Aan de zijkant kwam een draad kaas los, die hij met zijn kin probeerde op te vangen.
‘Je kunt toch even gewoon doen?’ zei ze.
Hij keek naar haar. Ze wist dat hij ging vragen wat hij dan deed. Ze liep alvast naar de koelkast.
Er lag een half pak yoghurt met één hoek naar beneden. Haar vader had hem zo gezet om de rest eruit te laten lopen. Hij was erg tevreden over dat soort oplossingen. Nina zette hem recht, pakte een glas water en ging aan tafel zitten.
Op de andere stoel lag de tekening van Esra’s kamer. Esra had er vrijdag een foto van gestuurd. Nina had hem gisteren geprint, omdat het scherm te klein was. Haar moeder had gezegd dat die vierkantjes niet groter werden van papier. Ze had ze toch willen zien.
Tijn keek ernaar.
‘Krijgt zij twee bureaus?’
‘Dat is een kast.’
‘Er staat geen kast bij.’
‘Omdat je kunt zien dat het een kast is.’
Hij draaide het vel om. ‘Nee.’
Nina pakte het van hem af voordat hij er iets op ging tekenen. Ze legde het naast haar glas en streek met haar hand over het bed. Met potlood was het gewoon een bed. In de foto’s van het nieuwe huis kwam er licht overheen op een uur waarop het bij Esra nu al donker was.
Haar moeder kwam binnen met twee handdoeken over haar arm. Ze vroeg wie er naar de schuur was geweest en de deur open had laten staan. Tijn stak zijn hand op. Hij zei dat hij er al heen zou gaan.
‘En die bak,’ zei haar moeder.
Nina keek op.
‘Die zet je even ergens waar we er niet tegenaan lopen.’
‘Daar loopt niemand tegenaan.’
Haar moeder keek naar de stoel met de voetbal. Ze zei niets. Tijn stond op en liep naar de achterdeur. De bal liet hij liggen.
Nina tilde de bak op. Hij voelde koud aan door de zijkant van haar trui. Ze zette hem op het aanrecht, naast het yoghurtpak. Het was geen mooie plek voor hem. De kraan drupte erin toen haar moeder hem een stukje onder de kraan schoof.
‘Ik had hem schoon,’ zei Nina.
‘Dan is hij het straks weer.’
Haar moeder ging met de handdoeken naar boven. Nina bleef bij het aanrecht staan tot Tijn terug was. Hij had een blad aan zijn mouw dat pas loskwam toen hij aan de tafel ging zitten.
‘Wil je de rest?’ vroeg hij.
Hij duwde het halve stukje tosti naar haar toe. Ze wilde nee zeggen. Toen brak ze er een punt af.
Ze aten even zonder te praten.
Buiten was iemand met een boor bezig. Het geluid begon steeds opnieuw voordat het vorige helemaal uit Nina’s hoofd was. Tijn ging met zijn nagel langs een donkere streep op het tafelblad. Als hij het eraf kreeg, was er blijkbaar iets mee gewonnen.
‘Moet Bram dan altijd beneden?’ vroeg hij.
‘Dat weet ik nog niet.’
‘Maar wel in de woonkamer?’
‘Ja. Anders heb je er toch niets aan?’
Hij haalde zijn schouders op.
Ze keek naar hem. ‘Je kunt wel gewoon op je kamer als je rust wilt.’
Tijn schudde zijn hoofd. ‘Ik bedoel niet voor hem.’
‘Dat zeg ik toch ook niet.’
Hij stopte met krabben. Nina keek naar de streep waar nog een klein stukje van was blijven zitten. Ze begreep het nu wel. Ze had het meteen begrepen, alleen had ze liever dat hij iets anders bedoelde.
‘Je kunt ook gewoon op de bank,’ zei ze. ‘Dan gaat hij echt niet boven op je zitten.’
‘Dat weet je niet.’
‘Tijn.’
Hij keek naar zijn lege bord. Hij ging er met een vinger overheen en bracht een kruimel naar de rand.
‘Ik was blij dat we terug waren,’ zei hij.
Ze zette haar glas neer. Het tikte tegen het tafelblad.
‘Donderdag?’
Hij knikte.
‘Maar het ging toch gewoon goed?’
‘Voor jou.’
Dat klonk veel bozer dan hij eruitzag. Hij zat nog steeds op zijn eigen voeten, met zijn handen bij zijn bord. Hij had zijn ogen niet groot gemaakt om haar iets te laten doen. Hij wachtte alleen op haar antwoord.
Nina keek naar de hondenbak. De kraan was opgehouden met druppen. Er zat een smal randje water in, precies aan één kant.
‘Misschien moet je hem beter kennen,’ zei ze.
‘Misschien.’
‘Je hebt hem nu één keer gezien.’
‘Jij ook.’
Ze wilde zeggen dat dat iets heel anders was. Ze had alles over hem gelezen. Ze wist hoe zijn oor zat voordat hij zelf naar haar toe was gekomen. Ze wist waar hij thuis kon liggen.
Tijn deed zijn benen van de stoel en stond op.
‘Zeg het nog niet,’ zei ze.
Hij bleef naast de tafel staan.
‘Wat?’
‘Dat het niet goed ging.’
Ze had het uitgesproken. Ze kon nu zeggen dat ze iets anders bedoelde. Dat hij het natuurlijk wel moest vertellen als hun ouders iets vroegen. Ze pakte haar glas vast. Het was nog halfvol. Haar vingers lieten een natte afdruk achter.
‘Dinsdag gaan we nog een keer,’ zei ze. ‘Dan kan het toch heel anders zijn?’
Tijn keek naar de achterdeur. Aan de andere kant bewoog een kleine plant in de wind. Hij had gisteren een stok naast de stengel gezet omdat die scheef hing. Haar vader had gezegd dat het hielp als de stok zelf ook in de grond stond.
‘En als ik het nog steeds niet wil?’ vroeg hij.
‘Dat weet je dan pas.’
Hij wreef met zijn sok over de vloer. Zijn broekspijp schoof een stukje omhoog. Er stond nog een lichte afdruk van de rand van zijn sok op zijn been. Hij was gewoon Tijn. Hij maakte veel lawaai aan tafel en gooide dingen naar haar als hij dacht dat ze ze niet zag aankomen. Het was moeilijk te begrijpen dat Bram hem stil maakte.
‘Word jij dan heel verdrietig?’ vroeg hij.
Ze keek naar haar handen.
‘Ik wil hem heel graag.’
Dat was geen antwoord op zijn vraag. Het was wel het antwoord dat ze gaf.
Tijn knikte, een klein stukje. Hij pakte zijn bord en zette het naast de kraan. Daarna nam hij de voetbal mee naar buiten.
Nina hoorde hem tegen het muurtje schoppen. Een keer hard, daarna steeds met kleine tikjes zodat hij onder controle bleef. Ze pakte de bak uit de spoelbak en droogde hem met een theedoek af. Onder haar hand kwam de grijsblauwe kleur weer terug.
Ze zette hem op het aanrecht, verder van de kraan.