← De plek van Bram
Inhoudsopgave · hoofdstuk 1 van 14
  1. 1. Naast de keukendeur
  2. 2. Een kamer op papier
  3. 3. De blauwe jas
  4. 4. De plek voor een tas
  5. 5. Eén mouw
  6. 6. Bram is geen plaatje
  7. 7. Onder de stoel
  8. 8. Nog even niet
  9. 9. Alles in dozen
  10. 10. Niet voor hem
  11. 11. Het antwoord
  12. 12. Aan de andere kant
  13. 13. De bak
  14. 14. De lange straat

Hoofdstuk 1 van 14

Naast de keukendeur

Bram liep langs Nina heen en stak zijn neus in de jaszak van haar vader.

Dat kon hij niet helpen. Daar zaten koekjes in. Niet voor hem, maar Bram kon niet weten dat haar vader die voor zichzelf had meegenomen.

‘Sorry,’ zei haar vader. Hij duwde de zak dicht. ‘Verkeerde afdeling.’

Nina hield haar hand nog naast haar been. Zo had Ellen het voorgedaan: gewoon laten hangen, dan kon Bram zelf komen kijken. Ze had Ellen niet gevraagd wat ze moest doen als Bram liever gemberkoekjes wilde.

Het rechteroor van Bram was aan het puntje omgevouwen. Op de foto op de website had Nina gedacht dat het zo zat omdat hij erop had gelegen. Nu zat het weer zo. Hij droeg een breed tuig over zijn bruine vacht. Op zijn borst zat een lichte vlek, net alsof daar al eens iemand met poedersuiker aan zijn handen tegenaan had gezeten.

‘Daar had ik je voor gewaarschuwd,’ zei Nina’s moeder tegen haar vader.

‘Voor honden met een goede neus?’

‘Voor eten in iedere zak.’

Bram hield op met ruiken. Hij draaide zich om, kwam naar Nina toe en raakte met zijn neus haar vingers aan.

Bram ruikt aan Nina’s vingers terwijl Ellen de riem vasthoudt.

Ze bleef stil staan. Het was verrassend moeilijk om niets te doen wanneer er eindelijk iets gebeurde waar je zo lang op had gewacht.

Zijn neus was koud en een beetje nat. Ze voelde de ruwe haren van zijn snuit. Hij bleef niet lang. Naast haar stond een houten stoel. Een poot daarvan bleek ook interessant.

‘Hij moet even kijken wie er allemaal mee zijn,’ zei Ellen.

Ze droeg een blauwe regenjas die bij haar knieën gevlekt was. Aan de ene kant stak een stukje papier uit haar zak. Ze liet de riem losjes tussen haar vingers hangen en keek naar Tijn.

‘Wil jij hier blijven staan of wat meer naar die kant?’

Nina’s broertje stond naast de tafel, met zijn handen onder de rand. Hij had zijn rugzak nog om. Er zat een voetbal in die de onderkant bol maakte.

‘Hier is goed,’ zei hij.

Ellen knikte. Ze ging niet dichter naar hem toe. Bram had intussen onder de stoel geroken en liep nu met zijn kop laag naar de deur.

Nina keek naar de haren rond zijn ogen. Er zat grijs tussen het bruin. Het maakte zijn blik niet zielig. Eerder alsof hij al wist wat hij van die stoel vond en daar niet over hoefde te overleggen.

‘Hoe oud zei je ook alweer?’ vroeg haar vader.

‘Negen.’

‘Dat wist ik,’ zei Nina.

Haar vader keek even naar haar. ‘Ik vroeg het ook niet aan jou.’

Hij zei het met een kleine glimlach. Ze glimlachte terug, maar hoopte dat hij niet alle dingen ging vragen die ze hem thuis al had verteld. Dat Bram negen was. Dat hij graag snuffelde. Dat hij buiten soms lang stil bleef staan. Ze had het stukje over hem op de website zo vaak gelezen dat ze wist waar de regels afbraken.

Ze had niet al die keren verteld dat haar moeder hier ook kwam. Dan vroegen mensen meteen of Bram dus al van hen was.

Hij was niet van hen.

Haar moeder werkte sommige zaterdagen bij de opvang. Vandaag stond ze in haar gewone regenjas naast haar vader en luisterde naar Ellen.

Nina trok haar mouw een stukje over haar hand.

‘Zullen we een stukje lopen?’ vroeg Ellen.

Ze duwde de deur open. Bram ging niet meteen naar buiten. Hij zette zijn voorpoten over de rand, keek naar links en bleef staan. Nina was bijna tegen zijn achterkant gelopen.

Haar vader hield zijn hand even voor haar buik.

‘Wacht maar,’ zei Ellen. ‘Hij kijkt nog.’

Er was niet veel te zien. Een strook tegels, een lage muur en een struik met twee dode bladeren eraan. Bram nam er de tijd voor. Achter hen ging de deur zacht tegen een blokje hout. Toen liep hij verder.

Nina volgde zo dicht dat ze zijn rug onder haar hand door zou kunnen voelen. Ze deed het niet. Eerst had Ellen de riem nog vast. Haar ouders moesten ook zien hoe het ging. Dat was waarom ze hier waren.

Tijn liep aan de andere kant van haar vader. Hij had de hengsels van zijn rugzak stevig vast. De voetbal schommelde bij iedere stap tegen zijn onderrug.

‘Je kunt die tas wel in de auto laten,’ zei haar moeder.

‘Nee.’

‘Het hoeft niet.’

‘Ik heb hem al.’

Ze lieten het zo. Nina keek langs haar vader naar hem. Hij had een klein plukje haar op zijn hoofd dat steeds omhoog wilde. Vanochtend had hij het onder de kraan gehouden. Nu stond het weer net zo.

Buiten het terrein sloegen ze een rustig pad in. Er liep gras langs de rand. Aan de overkant stond een leeg fietsenrek. Bram liet zijn neus langs het gras gaan en stopte bij het eerste paaltje.

Nina’s vader ging naast Ellen lopen. Ze praatten over thuis. Haar vader vertelde dat hij twee dagen vanuit huis werkte en dat haar moeder wisselende uren had. Nina hoorde haar naam vallen en keek op. Haar moeder zei dat ze na school ook nog gewoon dingen moest kunnen doen. Dat wisten ze. Dat hadden ze al besproken. Nina wilde liever dat ze naar Bram keken.

Hij was eindelijk bij het volgende paaltje.

‘Wil jij de riem even vasthouden?’ vroeg Ellen.

Nina stak haar hand uit voor de vraag helemaal afgelopen was.

Ellen gaf hem aan haar. Ze bleef ernaast lopen. De riem voelde steviger dan het blauwe ding dat Nina gisteren zelf had gekocht. Dat zat thuis nog in de verpakking, onder haar bed. Haar moeder wist ervan. Ze had gezegd dat Nina soms wel erg hard vooruitging.

Nina vond dat ze juist heel veel wachtte.

Bram liep door. Zijn schouder bewoog onder de vacht. Hij was niet groot genoeg om naast haar zijn kop op haar arm te leggen zoals honden op sommige foto’s deden. Dat hoefde ook niet. Ze kon gewoon naar beneden kijken en dan was hij er.

Bij het fietsenrek lag een lege chipszak. Hij ging er recht op af.

‘Daar ligt alleen maar een zak,’ zei Nina.

Bram stak zijn neus ertegen. Hij schoof hem een stukje over de tegels. Ze keek naar Ellen, die wachtte. Haar vader bleef ook staan. Tijn stond een paar passen verderop en duwde met zijn schoen een steentje van het pad.

‘Moet ik hem laten lopen?’ vroeg Nina.

‘Hij kan eerst even ruiken. Straks gaan we weer verder.’

Het papiertje kraakte tegen zijn snuit. Misschien zaten er nog kruimels in. Nina had zich hun eerste echte wandeling anders voorgesteld. Een pad dat doorliep, Bram naast haar en zij die iets zei waarop hij zijn kop optilde.

Ze keek naar het omgevouwen oor.

‘Bram.’

Hij keek niet op.

‘Bram,’ zei ze nog een keer, iets zachter.

Ellen bleef naast haar staan. Aan de andere kant van het pad reed een vrouw langzaam voorbij op een fiets. Er bungelde een boodschappentas aan het stuur. Bram tilde zijn kop op en volgde haar met zijn neus. Toen keek hij naar Nina.

Haar vingers gingen steviger om de riem.

‘Hoi,’ zei ze.

Haar vader lachte niet. Daar was ze blij om. Hij bukte om het lege zakje op te rapen en gooide het in de bak verderop. Bram keek hem na.

Toen ze teruggingen, mocht Tijn kiezen aan welke kant hij liep. Hij koos weer de buitenkant, naast zijn vader. Eén keer keek Bram over zijn schouder naar hem. Tijn trok zijn handen uit zijn zakken en stopte ze er meteen weer in.

Nina wachtte tot hij naast haar kwam.

‘Dat ging goed, hè?’ fluisterde ze.

‘Wat?’

‘Dit.’ Ze bewoog de hand met de riem een klein stukje. Bram merkte het en bleef staan.

Tijn keek naar de hond. ‘Ja. Ik weet niet.’

Nina knikte alvast. Ze liep verder toen Bram dat ook deed.

Thuis naast de keukendeur was ruimte voor een kleed. Geen heel groot kleed. Ze wist precies hoe het moest liggen: met de lange kant langs de muur, zodat de deur er nog langs kon. Het was een goede plek. Als er iemand binnenkwam, hoefde Bram alleen zijn hoofd op te tillen.

Je kunt ook zonder opgeslagen leesplek lezen.

Naar mijn leesplek

Fabliva op je beginscherm

Heeft je browser een installatieknop? Kies dan App installeren. Je kunt ook het browsermenu openen en kiezen voor Toevoegen aan beginscherm.

Op een iPhone of iPad vind je dit via de deelknop in Safari. Je kunt Fabliva ook gewoon in je browser blijven gebruiken.

Wat kan beter?

Een fout gevonden of een idee? Je hoeft geen naam of e-mailadres in te vullen. Zet geen privégegevens in je bericht.

Je bericht wordt naar Fabliva verstuurd. Gebruik 10 tot 2.000 tekens.