Hoofdstuk 11 van 14
Het antwoord
Haar vader was nog met de koffie bezig toen Nina zei dat ze iets moest vertellen.
Hij had een filter tussen twee vingers. Hij vouwde het randje om, keek op en legde het toen naast het apparaat. Haar moeder zat aan tafel met een krant die niet verder open kon omdat Tijns bord ervoor stond.
Tijn keek naar Nina.
Ze ging zitten. De stoel stond te ver van de tafel. Ze schoof hem niet aan.
‘Ik heb gezegd dat Tijn het nog niet moest vertellen.’
Haar moeder legde haar hand op de krant.
‘Wat niet?’
Nina keek naar de lege plek naast de keukendeur. Ze haalde haar blik terug.
‘Dat hij Bram niet wou. Hier.’
Haar vader liet het filter liggen. Hij kwam bij de tafel staan, met zijn hand op de rug van de stoel naast haar.
‘Wanneer heb je dat gezegd?’
‘Zondag. Na de eerste keer.’
Ze slikte. Het was een heel klein antwoord voor iets wat de hele week groter was geworden.
‘Ik dacht dat hij eerst nog een keer moest kijken.’
Tijn bewoog zijn voet onder de tafel. Nina zag het en hield op.
‘Ik heb het wel gehoord,’ zei ze. ‘Ik wist wat hij bedoelde.’
Haar moeder keek naar Tijn. ‘Wilde je dat toen al zeggen?’
Hij knikte.
‘Waarom deed je het niet?’ vroeg haar vader.
Tijn keek naar Nina. Ze voelde de vraag op haar eigen gezicht terechtkomen.
‘Omdat ik hem zo graag wil,’ zei ze.
‘Ik vroeg het aan Tijn.’
Ze klemde haar vingers om de zitting van haar stoel. Daar zat een naad in het hout. Ze voelde hem onder haar duim en liet hem los.
Tijn schoof zijn bord een stukje opzij. ‘Zij zei dat het later heel anders kon zijn. En dat ik hem dan pas kende.’
Haar moeder knikte niet meteen. Ze vouwde de krant dicht en legde hem op de lege stoel.
‘En wat wil jij nu zeggen?’
Tijn haalde adem.
‘Dat ik het niet wil. Een hond hier. Bram ook niet.’
Nina keek naar haar glas. Er zat nog een afdruk op van gisteren. Haar moeder had het gisteravond met thee gebruikt en op tafel laten staan. Nina kon ineens niet ophouden naar dat halfdonkere kringetje te kijken.
‘Ik vind hem wel leuk om te zien,’ zei Tijn. ‘Op een foto. Of als hij daar is en wij hier. Maar ik wil niet dat hij hier de hele tijd kan lopen.’
‘Dat is duidelijk,’ zei haar moeder.
Haar vader trok de stoel naast Nina naar achteren en ging zitten. Hij deed het rustig. Dat maakte haar benauwder dan als hij was blijven staan.
‘Dan gaan we niet verder met Bram,’ zei hij.

Ze keek op.
Hij keek haar aan. ‘Dit moet voor ons allemaal een huis blijven waar je gewoon doorheen kunt lopen.’
‘Maar hij—’
Ze hield op. Haar vader wachtte. Hij gaf haar de tijd om de zin af te maken. Dat was verschrikkelijk, want ze wist heel goed wat de zin was. Hij was zo lief. Hij deed niets verkeerd. Hij had hier kunnen liggen.
‘Ik wil hem heel graag,’ zei ze.
‘Dat weten we,’ zei haar moeder.
Ze had liever gehad dat ze het niet wisten. Dan kon Nina nog iets vertellen wat het verschil maakte. Haar moeder keek nu naar de bak op het aanrecht, die ze er zelf niet meer vanaf had gehaald.
‘Ik vond hem ook een fijne hond,’ zei ze.
‘Dan kan het toch misschien—’
‘Nee, Nina.’
Ze trok haar voeten onder haar stoel. Haar vader legde zijn handen op de tafel. Hij had het filter nog steeds niet teruggezet.
‘Je had dat niet van Tijn mogen vragen,’ zei hij.
Ze knikte.
‘Ik bedoel het.’
‘Ik ook.’
Hij keek nog even naar haar, tot ze haar ogen niet meer van zijn gezicht weghaalde. Toen knikte hij en stond op.
Tijn zat met zijn handen naast zijn bord. Er was niets aan hem veranderd. Zijn haar was weer aan één kant plat. Hij had een druppel melk op zijn mouw. Nina merkte hoe boos ze op hem was en wist niet waar ze dat moest laten.
‘Je had ook eerder zelf iets kunnen zeggen,’ zei ze.
Het was eruit voordat ze haar tanden op elkaar had.
Tijn keek naar haar.
Haar moeder zette haar beker neer. ‘Schuif dat niet weer op hem af.’
Nina stond op. Haar stoel schuurde over de vloer. Ze wilde naar boven, de deur dicht en nooit meer bedenken wie er in welke kamer mocht.
‘Het is niet jouw schuld,’ zei Nina tegen Tijn.
Hij keek nog steeds naar haar.
‘Dat had ik niet moeten zeggen.’
Ze wachtte niet tot hij antwoord gaf. Ze liep naar boven en deed haar deur dicht. Niet zo hard dat hij terugveerde. Wel hard genoeg dat ze het beneden moesten horen.
Op haar bed lag de blauwe riem. Ze had hem uit haar jaszak gehaald omdat hij steeds tegen haar pols drukte. Ze pakte hem op en ging op de rand van het bed zitten.
Aan de band hing een los draadje. Ze rolde het tussen haar vingers. De riem was nog ongebruikt. Het was nog precies hetzelfde blauw als toen ze het had gekocht.
Beneden begon het koffieapparaat te lopen.
Nina bleef zitten tot het geluid ophield. Haar ogen brandden. Ze probeerde niet heel diep in te ademen, omdat ze dan zeker wist dat er iets los zou komen wat ze niet meer netjes terug kon stoppen.
Er werd geklopt.
‘Mag ik?’ vroeg haar moeder.
Nina legde de riem naast zich en knikte, wat haar moeder niet kon zien.
‘Ja.’
De deur ging open. Haar moeder bleef bij de kast staan. Ze kwam niet meteen op het bed zitten.
‘Ik bel Ellen straks,’ zei ze.
Nina knikte weer.
‘Wil je daar iets bij zeggen? Dat hoeft niet.’
Ze keek naar de riem. Ze had ook kunnen doen alsof haar moeder het allemaal bedacht had. Dat zij alleen maar moest horen dat het nu afgelopen was.
‘Ik wil wel,’ zei ze.
Haar moeder kwam naast haar zitten. Het matras zakte een klein stukje. Ze zei niets over hoe Nina haar deur had dichtgedaan.
Ze zaten even stil. Toen legde Nina haar hoofd tegen haar moeders schouder. De trui rook naar wasmiddel en naar de keuken beneden. Ze huilde alsnog. Het hielp niet tegen Bram. Haar moeder bleef zitten tot Nina zelf weer rechtop ging.