Hoofdstuk 9 van 15
Niet op de tekening
Woensdagmiddag mocht de wagen niet rijden. Mila had de werkplaats vol fietsen en werkte aan een rem die steeds opnieuw aanliep. Bo en Tess mochten boven een oplossing voor de slurf bedenken. Raf was nog niet gekomen. Bo legde een vel neer en tekende de optocht andersom. Dan hoefde de slurf bij het paaltje misschien niet zo ver uit te steken.
‘Dat kunnen wij toch niet veranderen?’ vroeg Tess. Bo schoof het vel naar haar toe. ‘We kunnen het vragen.’ Ze gingen naar beneden. Mila luisterde terwijl ze een kabel op zijn plek hield. ‘Vraag René maar. Hij regelt de route. Zijn nummer staat in de mail over de optocht.’ Ze waste haar handen en zocht de mail op haar telefoon. Daarna belde ze. Ze zette het geluid hard genoeg dat de kinderen mee konden luisteren.
René wist welke bocht Bo bedoelde. Hij hoefde niet eerst iets op te zoeken. De route liep zo omdat alle groepen elkaar bij het buurthuis weer moesten kunnen ontmoeten. Andersom kwam de olifant een smalle doorgang tegen die de andere groepen al gebruikten. Het paaltje kon ook niet weg. ‘Lukt het met een kortere slurf?’ vroeg hij. Bo zei dat het een mooie lange was. René bleef even stil. ‘Dat geloof ik. Maar de hoek blijft dezelfde.’
Mila hing op. Ze moest weer verder. Bo bleef staan tot haar moeder opnieuw naar haar keek. ‘Donderdag kunnen we de slurf veranderen,’ zei Mila. ‘Maar dan is er daarna geen tijd meer om buiten te oefenen,’ zei Bo. Mila dacht na. ‘Vrijdag na het sluiten. Van vijf tot zes. Dan wil ik de hele ronde zien. Meer tijd heb ik deze week niet.’ Ze keek niet boos, alleen moe. Bo knikte.
Boven zat Tess al aan tafel. Ze had een kokertje papier gemaakt dat halverwege kon buigen. Bo duwde het model zachtjes recht. Het knikte weer dubbel. ‘Hij ziet er dan zo zielig uit.’ ‘Dit is een stukje papier,’ zei Tess. ‘Niet zijn hele hoofd.’ Ze pakte een tweede vel en begon opnieuw. Bo schoof haar tekening van de omgekeerde route onder het tekenblok.
Raf kwam met zijn tas nog op zijn rug. Hij bleef bij de deur staan. Bo vertelde meteen over René en de vrijdag. Daarna wees ze op Tess' model. ‘We kunnen ook gewoon vrijdag kijken of het lukt met hem wat scheef.’ Raf zette zijn tas niet neer. ‘Maar hij past niet.’ ‘Misschien als jij de kop op precies het goede moment draait.’ ‘We hebben gezien wat er gebeurt.’ Bo keek naar de tafel. De lange neus op haar eerste tekening paste overal. Het paaltje stond er niet op.
‘Ik wil niet zaterdag vaststaan met jouw mooie neus,’ zei Raf. ‘Het is onze neus.’ ‘Alleen als ik precies doe wat jij wilt.’ Tess legde haar papier neer. Bo voelde warmte in haar hals komen. ‘Jij wilde toch een kop die draaide?’ ‘Ja. En ik wil er ook naast kunnen lopen. En oefenen.’ Hij hield de band van zijn tas zo strak vast dat zijn knokkels lichter werden.
Bo zei dat ze het dan zelf wel kon. Zodra het eruit was, wilde ze dat het ergens anders naartoe ging. Naar het raam, naar de gang, terug haar mond in. Maar Raf had het gehoord. ‘Goed,’ zei hij. ‘Dan ga ik aan mijn knikkerbaan werken.’ Hij liep de trap af. De winkelbel rinkelde niet: hij ging door de keukendeur naar buiten. Dat stille vertrek bleef veel langer in de kamer hangen dan een klap met een deur had gedaan.

Tess stond ook op. ‘Ik kom donderdag voor het oor. Maar ik ga niet zijn greep én mijn band doen.’ ‘Dat vroeg ik niet.’ ‘Nog niet.’ Ze schoof de twee modellen bij elkaar. ‘Die mag je houden.’ Bo zei geen gedag voordat Tess al op de trap stond. Toen zei ze het tegen de lege deuropening. Het klonk te zacht.
Die avond keek Bo beneden naar de losse kop. Ze stond rechts, op Rafs plek. Met de greep kon ze hem draaien. Dat was niet moeilijk. Daarna ging ze naar de linker achtergreep. Vanaf daar kon ze niet bij de kop, niet bij de slurf en niet bij Tess' oor. Ze moest kiezen waar ze stond. De olifant had vier plekken. Op haar grote tekening stonden maar drie kinderen, allemaal waar het mooi uitkwam. Bo draaide het blad om. Aan de achterkant tekende ze eerst de wagen. Daarna pas de voeten ernaast.