Hoofdstuk 11 van 15
Wat een neus kan doen
Mila legde de oude slurf op tafel. Hij was van dichtbij geen prachtig grijs gebaar meer, maar een rij lichte kokers met papier eromheen. Bij de punt zat Bo's vouwtje. Ze hield de neus nog één keer tegen de kop. Raf ging ernaast staan. Hij keek niet naar haar tekening, maar naar zijn eigen hand. ‘Als dat eind omhoog kan, kan ik er tijdens het stoppen bij.’
Hun eerste proef hing als een slappe sok aan de kop. Tess maakte hem een klein beetje krom. Meteen zakte het onderste stuk weer omlaag. ‘Hij is moe,’ zei ze. Bo zuchtte. Ze pakte een rest grijze stof op en hield die naast de oude kokers. ‘Kunnen we de bovenkant houden en dit onderaan doen? Niet zo lang als eerst.’ Mila voelde aan de stof en keek naar Rafs getekende rondje. ‘Dat kunnen we proberen.’
Bo en Tess knipten de stof aan tafel. Raf hield het papieren model aan de andere kant van het erf vast terwijl Mila bij de werkbank de harde aansluiting veranderde. Ze kwamen niet dichterbij tot zij het gereedschap had weggelegd. Er hoefde nu geen hele nieuwe kop te komen. Het vaste bovenstuk bleef kort. Het onderste deel was licht en zacht en kon onder de kin worden opgevouwen. Raf zette het met de korte band omhoog. De punt zat vlak bij de grijze wang. Bo keek. Het dier leek ergens aan te ruiken.
‘Hij denkt na,’ zei Tess. Raf draaide de kop voorzichtig. Met de slurf omhoog bleef er veel meer ruimte voor zijn voeten. Daarna zette hij de kop weer recht en liet het zachte eind zakken. Bo had geen lange boog meer die helemaal naar de rand van haar tekening reikte. Ze had een neus die op twee manieren kon hangen. Ze wilde hem meteen buiten proberen. Deze keer zei ze het niet. Het was donderdag. De straat was voor vrijdag.
Op het erf oefenden ze wel met stilstaan. Mila en Bo bleven achter de grepen. Tess stond links bij het oor. Ze stak haar vrije hand omhoog. Bo riep ‘stop’, hoewel ze nog helemaal niet reden. Raf legde een vinger naast zijn oor. ‘Dat hoeft niet zo hard.’ Bo begon opnieuw. Tess stak haar hand op. Bo zei gewoon ‘ho’. Mila knikte. Daarna kon Raf de slurf omhoogzetten en zijn hand weer bij de draaigreep houden.
Bij de derde keer stak Tess haar hand niet op. Ze trok alleen aan de oorband. Bo zei toch ‘ho’. Raf keek om de kop heen. Tess hield haar handen naast haar lichaam. ‘Dit is het oor. Dit is stoppen.’ Ze deed het nog eens voor. Bo voelde haar wangen warm worden. Ze keek beter. Het klapperende oor zat vóór Tess' schouder. Haar opgestoken hand kwam erbovenuit. Dat verschil moest Bo kunnen zien, ook met trommels en mensen erbij.
Mila keek alle bevestigingen na. Ze vroeg Raf de kop langzaam naar beide kanten te bewegen en keek of de slurf nergens achter bleef hangen. Daarna hielp ze Tess het linkeroor weer goed vrij te zetten van de buik. Bo stond een stukje verderop. De olifant leek minder op haar tekening dan ooit. Toch was dit de eerste middag waarop de anderen niet om haar heen liepen om iets voor elkaar te krijgen. Raf vroeg haar zelf het einde van de band aan te geven. Tess riep haar om naar de losse oorplooi te kijken.
Er bleef nog een beetje tijd over. Bo haalde het potje veertjes. Raf koos er drie die mooi uitwaaierden. Tess vond een kort stukje dik grijs garen. Ze maakten een kleine staart en Mila zette die vast aan de achterkant, ruim boven de wielen. Bo mocht kijken of hij in het midden hing. Hij hing iets naar links. Raf zei dat het beest zeker een voorkeur had. Bo liet hem zo.

Bij het opruimen legde Tess de oren weer op de keukentrap. Het linkeroor was zachter dan het rechter. De stoffen binnenkant bleef heel als je hem dubbelvouwde, maar de dunne kartonnen rand kraakte al een beetje. Tess streek hem glad. ‘Die heeft heel wat heen en weer gedaan.’ ‘Morgen ook,’ zei Raf. ‘Eerst morgen,’ zei Bo. Ze pakte haar tekening en legde hem onder het potje. Niet om weer iets groter te maken. Daar lag hij tenminste veilig tot ze wisten wat er buiten gebeurde.