← De olifant past niet
Inhoudsopgave · hoofdstuk 1 van 15
  1. 1. Iets om voor naar buiten te komen
  2. 2. Drie verschillende olifanten
  3. 3. Een olifant zonder vel
  4. 4. De grote grijze zaterdag
  5. 5. Een beetje meer buik
  6. 6. Tot hier en niet verder
  7. 7. Waar het vel open mag
  8. 8. De neus komt eerst
  9. 9. Niet op de tekening
  10. 10. Een plek voor vier voetenparen
  11. 11. Wat een neus kan doen
  12. 12. De ronde van vijf uur
  13. 13. Het kleine oor
  14. 14. Vier plekken in de optocht
  15. 15. De achterkant van het papier

Hoofdstuk 1 van 15

Iets om voor naar buiten te komen

Op de toonbank lag een vel met twaalf kleine bloemen. Bo had ze getekend voor de buurtoptocht. Naast de bloemen stonden een trommel, een vlag en een lege plek. Op die lege plek moest nog een fiets komen. Bo kon heel goed fietsen tekenen. Ze kon zelfs tekenen waar de ketting achter het tandwiel verdween. Vandaag had ze daar geen zin in.

Onder de toonbank schoof haar moeder een bakje schroeven opzij. ‘Wil je de fiets morgen doen? Ik moet dit wiel nog afmaken.’ Ze zette een fietswiel in een standaard en draaide eraan. Er klonk een dun tikje, bij elke omwenteling opnieuw.

‘Waarom teken ik altijd het papier?’ vroeg Bo. ‘Vorig jaar ook. En toen mocht ik in de optocht achter de kar met de planten lopen.’ ‘Je mocht ervoor lopen.’ ‘Met het papier.’ Haar moeder keek over het wiel heen. ‘Je wilt iets anders.’ Bo knikte zo hard dat een krul voor haar ogen sprong.

Buiten liep Raf langs het raam. Hij liep achteruit, met zijn handen voor zijn gezicht alsof hij een verrekijker had. Tess volgde hem met een groot brood tegen haar jas. Ze woonde sinds de zomer in het huis naast Raf. Bo tikte op het glas. Raf schrok, stapte op zijn eigen veter en greep de vensterbank. Zijn verrekijker was meteen weg.

Even later zaten ze met z'n drieën op de onderste trap naar Bo's huis. Boven hun hoofden hing de bel van de werkplaats. Iedere keer als een klant binnenkwam, moesten ze hun knieën intrekken. Tess legde het brood op haar schoot. ‘Ik moet dit eigenlijk thuisbrengen.’ ‘We kunnen een wagen maken,’ zei Bo. ‘Voor de optocht.’ Raf liet zijn veter los. ‘Een die echt kan rollen?’

Bo wees naar het lege vak op haar vel. Daar zag ze nu geen fiets meer. Ze zag een dikke ronde rug, twee flaporen en een slurf die naar alle ramen kon zwaaien. ‘Een olifant,’ zei ze. Tess bewoog het brood als een slurf. Het stootte tegen Rafs knie. ‘Hij heeft honger.’ ‘Olifanten eten geen knie,’ zei Raf. ‘Deze wel.’

Ze lachten. Bo voelde iets groters dan de lach: de olifant was er nog niet, maar ze stonden al om hem heen. Ze wilde hem langs de huizen zien rijden. Ze wilde dat mensen hun gordijnen opzijschoven en riepen dat de olifant eraan kwam. Daar moest niemand eerst een uitnodiging voor lezen.

Haar moeder kwam bij de trap staan. ‘Ik heb drie klanten binnen en één kat die denkt dat hij ook een klant is. Gaan jullie boven plannen maken?’ Bo draaide zich naar haar toe. ‘Mogen we een olifant bouwen? Jij hebt toch die lage wagen?’ In de hoek van het achtererf stond een oud onderstel waarmee Mila bakken fietsonderdelen verplaatste. Het had vier kleine wielen en twee grepen achteraan.

Mila keek naar de drie gezichten. Ze zei niet meteen ja. Ze vroeg wanneer de optocht was, hoewel Bo wist dat de datum op het bloemenvel stond. ‘Volgende week zaterdag,’ zei Tess. ‘Over twaalf dagen.’ ‘En jullie willen erop zitten?’ vroeg Mila. ‘Nee,’ zei Bo snel. Daar had ze nog niet over nagedacht, maar nu zag ze Raf al van een olifantenrug vallen. ‘Ernaast lopen.’

‘Dan wil ik naar een plan kijken. Morgen na school. Van kwart voor vier tot vijf. Donderdag kan ook, en zaterdagmorgen. Op de andere dagen moet ik fietsen repareren.’ Ze tikte met haar vinger tegen Bo's vel. ‘En dit is een echte werkplaats. Zagen en boren doe ik. Als de wagen gaat rijden, ben ik erbij.’ Raf knikte. Tess vroeg of er in het plan ook een plek voor haar moest staan. ‘Juist,’ zei Mila.

Bo was al op de trap. Ze holde naar boven, pakte haar tekenblok en schoof de ontbijtborden aan één kant van de tafel. Daar tekende ze een olifant met een slurf tot aan de onderrand van het papier. Raf wees op de kop. ‘Die moet kunnen draaien. Dan kijkt hij de mensen aan.’ Tess hield haar handen naast haar oren. ‘En deze moeten iets dóén.’ ‘Dat komt erin,’ zei Bo. Ze tekende nog een grotere buik.

Bo tekent een olifant aan de keukentafel. Raf wijst naar de kop en Tess houdt haar handen naast haar oren.

Toen Tess met het brood naar huis ging, had ze beloofd morgen terug te komen. Raf ook. Bo bleef bij het raam staan. Beneden hielp haar moeder een klant met een zware fiets door de smalle poort naast de werkplaats. De klant trok zijn ellebogen in. Bo keek naar haar tekening. Aan de kant van het huis was nog een klein stukje papier over. Daar zette ze drie kinderen. Geen van de drie droeg een uitnodiging.

Je kunt ook zonder opgeslagen leesplek lezen.

Naar mijn leesplek

Fabliva op je beginscherm

Heeft je browser een installatieknop? Kies dan App installeren. Je kunt ook het browsermenu openen en kiezen voor Toevoegen aan beginscherm.

Op een iPhone of iPad vind je dit via de deelknop in Safari. Je kunt Fabliva ook gewoon in je browser blijven gebruiken.

Wat kan beter?

Een fout gevonden of een idee? Je hoeft geen naam of e-mailadres in te vullen. Zet geen privégegevens in je bericht.

Je bericht wordt naar Fabliva verstuurd. Gebruik 10 tot 2.000 tekens.