Hoofdstuk 7 van 15
Waar het vel open mag
Dinsdag had Bo het meetlint al op de werkbank gelegd. Niet opgerold, maar helemaal uit, naast haar tekening. Tess kwam zonder het oor. Het lag nog op de keukentrap. Raf had een schriftje mee met een knikkerbaan op de kaft. Bo dacht dat hij een nieuw plan had getekend. ‘Voor thuis,’ zei hij. Hij stopte het schriftje weer in zijn tas.
Mila liet hen eerst om de wagen staan. Ze gaf niemand gereedschap. ‘Wat moet er straks kunnen?’ vroeg ze. Bo wist precies wat haar moeder bedoelde. Toch keek ze nog even naar Tess. ‘De zijkanten moeten eraf. Zonder het oor kleiner te maken.’ Tess knikte één keer. Raf legde zijn hand bij de draaigreep. ‘En ik moet hier nog kunnen lopen.’ Mila wachtte tot Bo ook dat had gehoord.
Ze haalden de grijze stof terug. De kartonnen bogen waren er nog. Het was pijnlijk hoe gewoon ze eruitzagen: dezelfde stukken die Bo zondag op tafel had geplakt. Alleen de brede papieren naden hielden alles bij elkaar. Mila maakte een begin bij de scheur. Daarna mochten de kinderen met hun handen verder. Bo werkte aan de linkerkant, Tess rechts. Raf verzamelde losse stukken die nog bruikbaar waren. Er ontstond geen vrolijk knutselgeluid. Ze hoorden vooral papier.
Onder het vel lag Dot. Hij had zijn voorpootjes keurig naast elkaar gelegd. Een grijze snipper lag op zijn hoofd. Tess zette haar hand voor haar mond. Raf wees naar de snipper. Dot sloeg ernaar, miste en trok hem met één nagel nog verder over zijn ogen. Toen kon Bo ook niet meer ernstig kijken. Ze haalden de snipper weg en zetten de kat boven, met zijn mand naast het raam. Hij had voor vandaag genoeg geholpen.
De romp werd een smal middendeel met twee losse, ronde kanten. Mila maakte de bevestigingen waarmee de kanten later op hun plek bleven. De kinderen kregen het vel in drie stukken terug. Dat betekende twee lange zichtbare naden. Bo streek de grootste strook op tafel glad. Midden op die strook had ze zondag een prachtige plooi geplakt. Ze vouwde hem dubbel en zette haar schaar erin. De plooi was weg voordat ze er nog iets van kon zeggen.
Tess legde een hand op de stof. ‘Als deze rand een beetje over de andere valt, zie je niet alles.’ Ze liet het zien. Bo keek naar de zachte grijze overlap. Het was geen gladde olifantenhuid meer. Het was ook niet zo lelijk als ze had gevreesd. ‘Dan moet hier een stukje bij,’ zei ze. Ze haalde het zelf uit haar mooiste restlap. Tess wachtte tot Bo het geknipt had en hielp het op zijn plek houden.

Met de kop en oren weer op hun plek zette Raf zijn schoenen naast de kopsteun. Mila en Bo hielden de rechterkant los tegen de wagen. Raf draaide de greep. Zijn elleboog bleef vrij. Pas toen maakte Mila het stuk vast. Aan de andere kant deed Tess hetzelfde met haar oorband. De buik moest daar iets minder bol worden. Bo pakte het krijt en zette een nieuwe lijn op de vloer. Deze keer hield ze het buikje binnen de lijn.
De tomaat was nog niet gegaan. Mila keek op de klok. ‘We kunnen de bocht even proberen. De hele ronde doen we later.’ Ze droegen eerst de kop en de oren naar buiten, daarna de twee zijkanten. Tess liep voorop met haar oor. Raf droeg de kop samen met Mila. Bo duwde het kale middendeel pas naar de poort toen haar moeder terug was bij de grepen. Het rolde erdoor zonder dat iets de stenen raakte.
Buiten maakten ze de olifant weer heel. Bo deed de laatste overlap glad. De naad bleef zichtbaar als een lichte streep. Ze wilde er nog met haar duim overheen. Mila pakte de rechter achtergreep. Raf wachtte op zijn plek naast de kop. Tess stond aan de andere kant. Bo ging links naast haar moeder staan. Iedereen keek naar haar. Ze liet de naad los.
Voor de eerste keer kwam de olifant voorbij de voorkant van de werkplaats. In de etalageruit zag Bo hem langsglijden: twee grote oren, een lange slurf, een ronde rug en daarachter haar eigen gele mouw. Hij had naden. Maar hij bewoog. Bo drukte haar hand steviger om de greep. Ze wilde niet dat hij al stopte.