← De olifant past niet
Inhoudsopgave · hoofdstuk 12 van 15
  1. 1. Iets om voor naar buiten te komen
  2. 2. Drie verschillende olifanten
  3. 3. Een olifant zonder vel
  4. 4. De grote grijze zaterdag
  5. 5. Een beetje meer buik
  6. 6. Tot hier en niet verder
  7. 7. Waar het vel open mag
  8. 8. De neus komt eerst
  9. 9. Niet op de tekening
  10. 10. Een plek voor vier voetenparen
  11. 11. Wat een neus kan doen
  12. 12. De ronde van vijf uur
  13. 13. Het kleine oor
  14. 14. Vier plekken in de optocht
  15. 15. De achterkant van het papier

Hoofdstuk 12 van 15

De ronde van vijf uur

Vrijdag om vijf uur draaide Mila het bordje op de winkeldeur om. Ze had appelpartjes in een bakje en een fles water in een tas gedaan. Bo had gedacht dat het om vijf uur meteen kon beginnen. Eerst moest er nog een fiets op slot. Daarna zocht Mila haar sleutels. Ze zaten in de zak van haar overall, precies waar ze altijd zaten. Haar moeder kneep even in haar ogen. Bo pakte de tas en vroeg waar die op de wagen mocht. ‘Bij mij achteraan,’ zei Mila. ‘Daar staat hij niet in de weg.’

Ze haalden de olifant in delen door de poort. Niemand trok aan een oor omdat een zijkant nog niet klaar was. Buiten hield Bo de linker overlap vast terwijl Mila de bevestiging controleerde. Raf zette de kop recht. Tess maakte één langzame oorbeweging. Daarna gingen ze naar hun plekken. De slurf hing omlaag. Het zachte eindje bewoog bij elke stap een beetje mee. Eerst liepen ze naar het buurthuis, het begin van de route. Daar zetten ze de wagen in de richting van de bloemenwinkel.

Bij de eerste winkelruit draaide Raf de kop. Bo keek naar het spiegelbeeld. Het zag er niet uit alsof iemand een slappe sok had opgehangen. Het zag eruit alsof de olifant aan de stoep rook. Een man met een lege boodschappentas bleef staan. Hij vroeg of er iemand in zat. ‘Een heel kleine mevrouw,’ zei Tess. De man boog voorover. ‘Nee hoor,’ zei ze toen. Ze wees naar de zichtbare wielen. ‘Helemaal niemand.’ De man lachte en liep door.

Vlak voor het paaltje stak Tess haar hand op. Bo liet haar greep niet los. Ze zei ‘ho’ en hielp Mila de wagen stil te houden. Raf draaide de kop recht en zette het slurfeind omhoog. Hij keek naar Mila. ‘Klaar.’ Ze begonnen aan de bocht. Bo keek niet naar de mensen. Ze keek naar het rode bandje. Er bleef ruimte tussen het bandje en de grijze punt. De wielen gingen erlangs. Even later was het paaltje achter hen.

Bij de vrijdagse proefrit gaat de olifant met zijn slurf onder de kin langs het paaltje.

Bo voelde een kreet in haar buik omhoogkomen. Ze hield hem in tot Mila de wagen had stilgezet. Toen liet ze hem eruit. Tess trok aan de oorband. Raf draaide de kop naar Bo alsof het dier zelf wilde weten wie dat geluid maakte. Mila dronk een slok water. ‘En nu de rest,’ zei ze. Bo vond dat een prachtig zinnetje. Er wás nog een rest. Ze konden verder.

Aan de andere kant van het blok liep het pad langs een rij lage bloembakken. Daar moest de kop recht blijven. Raf zag het zelf en hield zijn greep stil. Bij de bakker was een deur open. De geur van brood kwam naar buiten. Tess liet het oor ernaartoe klapperen. Toen ze het buurthuis bereikten, stond daar nog niemand met een vlag of trommel. Alleen een vrouw die het raam waste. Ze keek over haar emmer en zei: ‘Jullie zijn een dag te vroeg.’

Ze parkeerden bij de muur en deelden de appelpartjes. Bo kreeg een stuk met een streepje schil dat loshing. Ze beet het eraf. Raf zat op een laag muurtje, Tess op de grond. Niemand zat op de olifant. Mila liet haar schouders zakken. Bo vroeg of zij het een mooie olifant vond. ‘Ja,’ zei haar moeder. ‘Vooral van deze kant.’ Bo draaide zich om. Mila bedoelde de zijkant waar de drie kinderen met hun appel zaten.

Raf had nog een vraag. Bij de bocht had hij de band even te strak vastgehouden. Hij wilde één keer voelen hoe het ging als hij hem losliet en daarna pas de kop draaide. Bo keek naar de klok op het buurthuis. Ze hadden nog tijd voor het paaltje op de weg terug, maar niet voor drie nieuwe rondjes. ‘Die bocht kunnen we straks nog doen,’ zei ze. ‘Dan blijven we daar even staan.’ Raf knikte. Hij hoefde niet verder uit te leggen waarom hij wilde oefenen.

Op de terugweg deden ze het nog een keer, nu vanuit de andere richting. Het was niet dezelfde draai, maar Raf kon de band rustig vast- en losmaken. Daarna reden ze rechtstreeks naar huis. Het was kwart voor zes toen de onderdelen weer binnen stonden. Tess legde de oren naast elkaar op de trap. Bo legde de beschermdoek erover. Raf zette de kop op zijn vaste plek. Aan de slurf veranderden ze niets meer.

Boven pakte Bo haar tekenblok. Op de tekening van de wagen van boven kleurde ze het paaltje rood. Ernaast zette ze een kleine krul, de neus onder de kin. Mila kwam binnen met de lege tas. ‘Morgen half tien monteren,’ zei ze. ‘Om tien uur bij het buurthuis. Om half elf vertrekken.’ Bo keek nog één keer naar de rode krul. De hele route paste op het papier. En nu hadden ze hem ook gelopen.

Je kunt ook zonder opgeslagen leesplek lezen.

Naar mijn leesplek

Fabliva op je beginscherm

Heeft je browser een installatieknop? Kies dan App installeren. Je kunt ook het browsermenu openen en kiezen voor Toevoegen aan beginscherm.

Op een iPhone of iPad vind je dit via de deelknop in Safari. Je kunt Fabliva ook gewoon in je browser blijven gebruiken.

Wat kan beter?

Een fout gevonden of een idee? Je hoeft geen naam of e-mailadres in te vullen. Zet geen privégegevens in je bericht.

Je bericht wordt naar Fabliva verstuurd. Gebruik 10 tot 2.000 tekens.