Hoofdstuk 6 van 15
Tot hier en niet verder
Maandag na school stonden Raf en Tess tegelijk voor de werkplaats. Raf had een hand vol kleine bruine veertjes meegenomen. Hij had ze bij zijn oma in de tuin gevonden. ‘Voor de staart,’ zei hij. Bo nam ze aan. De olifant had nog geen staart. Daar had ze helemaal niet meer aan gedacht. Raf liep met haar mee naar het erf. Toen bleef hij staan.
‘Zo,’ zei hij. Bo wachtte. ‘Hij is wel echt rond.’ ‘Ja hè?’ ‘Waar is mijn plek?’ Bo wees rechts van de kop. Raf ging er staan. Hij kon bij de greep, maar zijn elleboog raakte de brede buik als hij naar voren draaide. Bo trok de stof een beetje op. Raf draaide opnieuw. Zijn arm was vrij. Hij keek naar de speld waarmee Bo de plooi vastzette. ‘Blijft die zo?’ ‘Voorlopig,’ zei ze. ‘We gaan eerst naar buiten.’
Mila kwam uit de werkplaats en keek naar de klok boven de deur. Ze kon een kwartier mee. Dinsdag was de echte bouwmiddag. ‘Alleen kijken of alles eruit kan,’ zei ze. Ze maakten de kop en de oren los, zoals zaterdag was afgesproken. Ze brachten eerst de oren naar buiten. Daarna droegen Raf en Tess samen de kop naar het pad buiten de poort. Zonder kop leek de buik nog groter. Bo ging naast haar moeder bij de grepen staan.
De voorste wielen kwamen over de drempel. De romp kwam tot de stenen. Daar bleef hij. Mila hield de wagen stil voordat het papier de muur raakte. Bo keek langs de linkerkant. Daar kon haar hand niet meer tussen. Aan de rechterkant was even weinig ruimte. Ze deed een stap achteruit, alsof ze hem daardoor smaller kon bekijken. ‘Als we hem schuin doen?’ vroeg ze.

Mila zette de wagen recht terug op het erf. ‘De plank kantel ik niet met die hoge romp erop. We nemen eerst de losse zijstukken eraf.’ Bo slikte. Ze legde haar hand op de papieren naad. ‘Het vel moet dan open.’ Haar moeder keek naar de strook die Bo zondag had geplakt. ‘Ja. Ik dacht dat je die onderdelen los zou houden.’ Ze zei het rustig. Dat was bijna erger.
Tess kwam terug met het linkeroor tegen zich aan. ‘Past het niet?’ Bo schudde haar hoofd. Raf zette de kop op de oude doek naast het afdak. Hij ging bij de poort staan en keek naar de stenen. ‘Ik zei dat hij dikker was.’ ‘Je zei dat hij rond was,’ zei Bo. ‘Dat is toch ook dikker?’ Bo wilde niet antwoorden. Ze trok aan een hoekje papier. Er kwam een lange grijze scheur in.
Niemand zei iets. De scheur liep precies door de mooie plooi. Bo pakte de twee randen en hield ze tegen elkaar. Van een afstand was het haast niet te zien, maar haar handen moesten dan blijven zitten. Mila keek naar de klok. ‘We zetten hem terug onder het afdak. Morgen hebben we tijd om het goed te doen.’ ‘Dan komt hij nooit af,’ zei Bo. ‘Dat weet je niet,’ antwoordde Mila. ‘Vandaag krijgen we hem er zo in ieder geval niet door.’
Ze duwden de wagen naar zijn parkeerplek. Bo hoefde maar een klein stukje mee, maar haar armen voelden zwaar. Tess legde het oor bij de kop. Raf zette zijn veertjes in een leeg potje, zodat Dot er niet mee weg kon. Daarna wachtten ze allebei bij de werkbank. Mila moest naar de klant. Ze liet de keukendeur open en zei dat de kinderen nog mochten overleggen. Er werd niet meer gereden of losgehaald.
Bo keek naar het linkeroor. Het stak breed uit, ook nu het los op de doek lag. ‘Als dat kleiner was, konden we de buik misschien dichter tegen de kop zetten.’ Tess draaide zich om. ‘De buik moet erdoor. Het oor lag buiten.’ ‘Maar het neemt ook ruimte in.’ ‘Niet in de poort.’ Tess pakte het oor op. Ze hield het nu niet meer voorzichtig tegen zich aan. Ze hield het vast alsof iemand het van haar wilde afpakken.
Raf schoof het potje veertjes verder naar achteren. ‘We moeten die ronde kanten eraf kunnen halen. Allebei.’ Bo keek naar haar gescheurde vel. Ze had willen dat het op één echt dier leek. Niet op stukken. ‘Dan zie je overal naden.’ ‘Nu zie je een poort waar hij niet door kan,’ zei Raf. Hij klonk niet boos. Hij klonk alsof het heel eenvoudig was. Voor Bo was het dat niet.
Tess bracht het oor naar de keukentrap. Daarna ging ze naar huis. Raf bleef nog even, maar Bo wist niets te zeggen waarop hij kon antwoorden. Toen hij ook weg was, haalde ze haar tekening van boven. De potloodstreep van het meetlint stond nog op de achterkant. Ze legde het vel met die kant naar boven op de werkbank. De olifant was even niet te zien.