Hoofdstuk 2 van 15
Drie verschillende olifanten
De volgende middag had Raf een mandarijn meegebracht. Hij hield hem tussen duim en vinger en draaide hem van links naar rechts. ‘De kop,’ zei hij. ‘Zo.’ Tess legde twee oude lapjes op tafel. Het ene was roze. Het andere was zo grijs als de lucht boven het schoolplein. Bo rolde haar nieuwe tekening uit. De olifant was nu zo lang dat ze twee vellen aan elkaar had geplakt.
Mila zette een keukenwekker naast het tekenblok. Niet omdat ze haast moesten maken met hun ideeën, legde ze uit, maar omdat zij om vijf uur klaar moest zijn met helpen. Dan kwam iemand een gerepareerde fiets ophalen. Bo vond de wekker een vervelend ding. Hij zag eruit als een tomaat die al boos was voordat iemand iets had gedaan.
Ze gingen naar het achtererf. Mila trok het onderstel uit de hoek. Er lag een oude doek overheen. Dot kwam eronder vandaan, rekte één voorpoot uit en keek verwijtend naar alle mensen. ‘Geen olifantenpassagier,’ zei Tess. Ze ging op haar hurken zitten. Dot wreef langs haar paarse mouw, maar deed alsof hij het woord passagier niet had gehoord.
De wagen was lager dan Bo zich herinnerde. Het houten vlak kwam niet eens tot haar knieën. Achteraan stonden twee stevige grepen omhoog. Mila pakte de rechter vast en liet de wagen een klein stukje rollen. ‘Hier loop ik. Bo kan links naast mij meehelpen. Ik zorg dat hij de goede kant op gaat.’ Bo ging bij de andere greep staan. Ze kon over de hele wagen heen kijken. Zelfs met een buik erop moest haar moeder nog kunnen zien waar ze liepen.
Raf liep naar de voorkant. Hij hield de mandarijn boven het hout. ‘Als de kop hier zit, kan ik er rechts naast lopen.’ Tess koos de linkerkant. Ze liet haar grijze lap heen en weer flappen. ‘En ik hier. Ik wil geen oor maken dat daarna alleen maar vastzit.’ Bo wees op haar tekening. Daar hadden beide oren al mooie randen. ‘Hij kan toch gewoon een beetje bewegen?’ ‘Dat is wat ik zeg,’ zei Tess.
Mila liet hen met de lege wagen langzaam naar de poort lopen. Eerst bleven ze naast elkaar staan, waardoor niemand meer verder kon. Daarna moesten Raf en Tess vóór de poort wachten en achter elkaar naar buiten. Op het pad ernaast had iedereen weer ruimte. Bo keek achterom. De poort was smaller dan de deur van de werkplaats. Ze zou hem voortaan open laten staan. Alsof de opening daar groter van werd.

‘Jullie moeten met de héle wagen naar buiten kunnen,’ zei Mila. ‘En weer terug. Geen onderdelen die onderweg zomaar uitsteken.’ Ze gaf Bo een zacht meetlint. Bo hield het tussen de stenen zijkanten van de poort en zette met potlood een streep op de achterkant van haar tekening. Daarna maten ze het lege onderstel. Er kon aan elke kant nog een beetje bij. Bo tekende twee dunne streepjes rond de buik.
Ze mochten die middag nog niet bouwen. Mila wilde eerst de wielen nakijken en een losse plank vervangen. De kinderen liepen met haar een deel van de optochtroute. Die begon bij het buurthuis, ging langs de brede stoep van de bloemenwinkel en draaide bij een kort paaltje links het pleintje op. Daarna liep hij aan de andere kant van het blok terug naar het buurthuis. Bo kende alle straten. Met een olifant erbij zagen ze er anders uit.
Bij het paaltje stond Raf even stil. ‘Moet de kop daar al draaien?’ ‘Natuurlijk,’ zei Bo. ‘Dan kijkt hij de bocht in.’ Mila wees naar een rood bandje om de bovenkant van het paaltje. ‘Daar moeten we bij de proefrit goed op letten. Met een lege wagen ziet zo'n bocht er ruimer uit dan met een hele olifant.’
Terug op het erf tekende Bo een rood streepje naast de route en een slurf die vriendelijk om de hoek zwaaide. Tess hield de lapjes naast de tekening. Ze wilde het linkeroor van stof maken, zodat het met een korte band kon klapperen. Het rechteroor kon blijven staan. Raf wilde weten waar zijn draaigreep zou komen. Bo begon aan een grote ronde bil. ‘Bo,’ zei Raf. Ze keek op. ‘Ja. Een greep. En een band. Ik teken het straks erbij.’
De tomaat rinkelde. Mila droogde haar handen af en ging naar de werkplaats. Tess vouwde de lapjes op. ‘Ik neem ze mee. Dan ga ik thuis kijken hoe groot het oor kan worden.’ Raf stopte zijn mandarijn weer in zijn zak. Bo vroeg waarom hij hem niet opat. ‘Dan hebben we geen kop meer,’ zei hij.
Toen ze weg waren, legde Bo haar vellen naast elkaar. Rafs kop kon draaien. Tess' oor kon klapperen. Haar eigen olifant had een mooie brede rug. Het waren nog drie verschillende dieren. Bo pakte een nieuw potlood. Als ze de rug extra rond maakte, dacht ze, zou iedereen vanzelf zien hoe mooi het werd.