Hoofdstuk 5 van 15
Een beetje meer buik
Voor zondag hadden ze niets afgesproken. Raf ging naar zijn oma. Tess moest thuis haar kamer opruimen, omdat er nog dozen van de verhuizing in stonden. Bo mocht met karton en stof werken aan de keukentafel. De werkplaats was dicht. Mila had haar overall uit en zocht in een mand naar twee sokken die bij elkaar hoorden. Ze vond er drie die dat bijna deden.
Bo legde de reststukken karton naast elkaar. Als ze er bogen van maakte, konden ze onder de stof. Dan hoefde de hele wagen niet breder. Alleen de buik zou buiten de rechte zijkanten uitkomen. Ze vouwde een strook. De ene kant sprong terug. Met wat plakband bleef hij rond. Bo legde hem tegen haar tekening en maakte er nog drie.
Mila keek over haar schouder. ‘Waar komen die?’ Bo wees naar de zijkanten. ‘Om de lege plekken op te vullen.’ ‘Dan wordt hij breder dan gisteren.’ ‘Een beetje.’ Haar moeder pakte een sok van tafel. ‘Leg ze eerst los. Dan kun je ze weghalen als het niet past. En geen plakband op Rafs greep of de band van Tess.’ Bo zei dat ze dat echt wel wist. Ze zei het scherper dan ze bedoelde. Mila bleef even staan. Toen liep ze met de sok naar de badkamer.
Na de lunch mocht Bo op het erf werken, zolang de wagen geparkeerd bleef. De grote oren leken te luisteren naar de vogels. Ze schoof de bogen onder het vel en streek het grijs eroverheen. Nu kreeg de olifant billen. Echte olifantenbillen. Bo deed een stap achteruit, botste tegen de gieter en maakte haar linkerschoen nat. Ze voelde het water nauwelijks.
Tess kwam aan het begin van de middag kijken hoe het met de olifant ging. Ze bleef bij de poort staan. ‘Hij is dikker.’ Bo grijnsde. ‘Zie je wel.’ Tess liep naar haar oor. Het grijs lag er nu dichter tegenaan. Ze trok de band een keer op en liet hem los. Het oor bewoog nog, maar streek langs de nieuwe buikplooi. ‘Dit moet vrij blijven,’ zei ze. Bo speldde de stof daar een stukje hoger vast. Dat zag er zelfs mooier uit. Tess hielp de andere kant glad te trekken.
Bij de naad zat een kier. Bo kon dwars door de olifant heen kijken naar de fietsenbanden onder het afdak. Ze pakte een brede strook papier en plakte die over de kier. Tess keek op. ‘Je moeder zei toch los?’ ‘De bogen zitten los. Alleen het vel moet dicht.’ Bo klopte erop. ‘Anders zie je zijn ontbijt.’ Tess trok een wenkbrauw op. Daarna lachte ze toch.

De volgende naad maakte Bo ook dicht. En de volgende. Het papier verbond de ronde zijkant met het midden. Straks zou ze het voorzichtig kunnen loshalen, dacht ze. Als dat nodig was. Mila kwam met de wasmand naar buiten. Ze bleef naast de gieter staan en keek naar de olifant. ‘Je bent een eind gekomen.’ ‘Mooi hè?’ zei Bo. Haar moeder glimlachte. ‘Heel rond. Morgen kijken we of hij nog door de poort kan. Ik heb na school heel even, voordat de laatste klant komt.’
Bo had gehoopt dat haar moeder alleen mooi zou zeggen. Ze liep naar de poort en ging met haar rug tegen de stenen staan. Ze spreidde haar armen. De olifant keek nergens naar; Raf had de kop zaterdag recht vooruit gezet. Bo wilde hem even naar de poort draaien, maar deed het niet. Dat was Rafs deel. Ze wilde dat hij het maandag zelf zag.
Tess moest naar huis. Voor ze ging, trok ze nog één keer aan de oorband. Het oor klapte op. Onder de rand stak één roze draad uit. Tess stopte hem naar binnen. ‘Niet aan knippen,’ zei ze. ‘Die houdt de hoek vast.’ Bo beloofde het. De steek was nog altijd een beetje scheef. Vreemd genoeg hoorde die er nu bij.
Bo bleef nog even zitten op de rand van de zandbak. Dot dook onder de grijze stof en verdween. Er kwam een wit staartpuntje tevoorschijn aan de achterkant van de olifant. Bo stak haar hand uit, maar de kat had al een warm plekje gevonden. Ze riep haar moeder. Mila keek uit het raam. ‘Er zit toch niemand op de wagen?’ ‘Nee,’ zei Bo. ‘Alleen iemand erin.’ Samen lokten ze Dot eronder vandaan met zijn lege etensbak. Hij kwam luid klagend mee. Binnen deed Bo er brokjes in.