← De olifant past niet
Inhoudsopgave · hoofdstuk 10 van 15
  1. 1. Iets om voor naar buiten te komen
  2. 2. Drie verschillende olifanten
  3. 3. Een olifant zonder vel
  4. 4. De grote grijze zaterdag
  5. 5. Een beetje meer buik
  6. 6. Tot hier en niet verder
  7. 7. Waar het vel open mag
  8. 8. De neus komt eerst
  9. 9. Niet op de tekening
  10. 10. Een plek voor vier voetenparen
  11. 11. Wat een neus kan doen
  12. 12. De ronde van vijf uur
  13. 13. Het kleine oor
  14. 14. Vier plekken in de optocht
  15. 15. De achterkant van het papier

Hoofdstuk 10 van 15

Een plek voor vier voetenparen

De volgende ochtend zat Bo met haar ontbijt boven de tekening. Naast de linker achtergreep had ze twee kleine rode schoenen gezet. Naast de rechter twee bruine. Vooraan stonden gele laarzen links en witte schoenen rechts. Mila schoof haar kopje opzij om te kijken. ‘Waar is de olifant?’ ‘Deze kant zie je hem van boven.’ Bo wees. Haar moeder boog zich over het papier. ‘Nu zie ik het.’

Bo prikte met haar lepel in de pap. ‘Raf komt misschien niet meer.’ ‘Dat heb ik gemerkt.’ ‘Ik zei dat ik het zelf kon.’ Mila nam een slok koffie. Ze zei niet dat dat onzin was. Bo had gisteren al naast alle grepen gestaan. Ze wist het zelf. ‘Mag ik na school eerst naar hem?’ vroeg ze. ‘Ja. Laat even weten of jullie dan hier verdergaan. Om kwart voor vier heb ik tijd voor de slurf.’

Op school kwam Bo niet verder dan twee keer naar Raf kijken. Tijdens het buitenspelen bouwde hij met andere kinderen een muur van losse blokken. Bo ging er niet middenin staan. Na school liep ze met haar tekenblok naar zijn huis. Raf stond bij de voordeur. Hij keek naar het blok en zei: ‘Ik heb geen nieuw plan gemaakt.’ ‘Ik wel,’ zei Bo. Ze zag zijn schouders omhooggaan. ‘Maar niet hoe jij het moet doen.’

In het kleine voortuintje stond Rafs knikkerbaan tegen een lage houten kist. Hij had een rij open kokers achter elkaar gelegd. De eerste knikker rolde vlot naar beneden en sprong bij de laatste bocht het grind in. Raf zocht hem tussen de steentjes. Bo bukte mee. ‘Hij ligt naast je schoen.’ Ze raapte hem niet alvast op. Raf pakte de knikker en legde hem op de kist. ‘Wat wilde je zeggen?’

Bo legde haar tekening naast de baan. ‘Ik zei dat ik het zelf kon. Dat was niet eerlijk. Jij had al gezegd dat we moesten oefenen.’ Raf keek naar de vier voetenparen. Hij tikte bij de witte schoenen. ‘En als het vrijdag weer niet gaat?’ Bo had daar graag een geruststellend antwoord op gehad. Ze had geen antwoord dat ze zeker wist. ‘Dan moeten we stoppen en kijken,’ zei ze. ‘Niet pas zaterdag.’

Raf ging op zijn hurken zitten. Bo bleef staan. Ze voelde haar tekenblok tegen haar knieën. ‘Ik wil de kop nog wel doen,’ zei hij. ‘Maar ik ga niet doen alsof hij past omdat jij anders verdrietig bent.’ Bo knikte. Dat was lastig om naar te luisteren. Ze keek naar de knikker op de kist. Die kon ook nergens heen tot iemand de laatste bocht veranderde. ‘Zeg je dan wat jij zou veranderen aan de slurf?’ vroeg ze.

Raf pakte zijn potlood. Hij tekende een streep bij de slurf. ‘Niet alles buigzaam. Dan sleept de slurf steeds over de grond. Alleen het eind.’ Bo wees naar de kop. ‘En misschien hier een bandje om hem omhoog te houden? Als de wagen stilstaat kun jij dat doen.’ ‘Daar moet jouw moeder naar kijken,’ zei Raf. Hij zette een rondje bij de plek. Het was het eerste wat hij op Bo's tekening tekende zonder het aan haar te vragen. Ze schoof het papier wat verder naar hem toe.

In Rafs voortuintje schuift Bo haar tekening naar hem toe. Raf tekent bij de slurf terwijl zijn knikkerbaan op de lage kist wacht.

Ze gingen samen naar de werkplaats. Raf liep niet ineens weer zo dicht naast haar als eerst. Bo moest af en toe een stap inhouden. Bij de winkel wachtte Tess. Ze had het oor uit de keuken gehaald en hield het in haar armen. Bo vertelde ook haar dat het plan anders moest. Tess keek naar de nieuwe voeten. ‘Mijn band links. Zijn greep rechts. En als ik mijn hand opsteek, stoppen we echt.’ ‘Ja,’ zei Bo. ‘Ook als we bijna ergens zijn.’

Voor ze naar het erf gingen, haalde Bo de veertjes uit het potje. ‘We moeten je staart nog maken,’ zei ze tegen Raf. ‘Die stond niet eens op mijn eerste tekening.’ Raf streek met zijn duim langs een veertje. Hij stopte het terug. ‘Eerst de neus.’ Bo vond dat hij gelijk had. Maar ze zette het potje wel midden op de werkbank. Dit keer zou de staart niet verdwijnen tussen haar andere ideeën.

Je kunt ook zonder opgeslagen leesplek lezen.

Naar mijn leesplek

Fabliva op je beginscherm

Heeft je browser een installatieknop? Kies dan App installeren. Je kunt ook het browsermenu openen en kiezen voor Toevoegen aan beginscherm.

Op een iPhone of iPad vind je dit via de deelknop in Safari. Je kunt Fabliva ook gewoon in je browser blijven gebruiken.

Wat kan beter?

Een fout gevonden of een idee? Je hoeft geen naam of e-mailadres in te vullen. Zet geen privégegevens in je bericht.

Je bericht wordt naar Fabliva verstuurd. Gebruik 10 tot 2.000 tekens.