Hoofdstuk 8 · 8 minuten lezen
De kist die niemand wil
De moeder van Puk had een kist. Ze zag hem liever niet meer in de gang staan. Puk zag er juist een huis voor haar aardappel in, maar daar was de kist veel te groot voor.
Toen ze Vera over haar boekenplek hoorde vertellen, bood ze hem aan.
‘Hij mag zo mee. Ik gebruikte hem vroeger voor beddengoed. Er zitten ook een paar dozen boeken in die naar de rommelmarkt kunnen.’
Vera vroeg of de kist buiten kon staan.
‘Hij heeft jaren op zolder gestaan. Heel droog.’
Dat klonk goed. Een kist die jaren droog kon blijven, kon vast ook een paar kussens en boeken bewaren.
Op donderdag bracht Puks moeder hem met een steekwagen naar school. Meester Kees hielp hem bij de schuur neerzetten. Hij was bijna even lang als de proefbank. Het deksel was van dik hout. Een metalen handvat stak aan de zijkant uit.
Vera tilde de rand van het deksel op. Het kwam nauwelijks los.
‘Wacht,’ zei Kees.
Hij hield het deksel voor haar open. Het scharnier kraakte. Binnen lagen twee kartonnen dozen. Puk stak haar neus over de rand, keek in de donkere hoek en zei dat er iemand woonde.
‘Een spin,’ zei haar moeder.
Puk knikte. ‘Mag die blijven?’
Kees liet de spin met een stukje karton naar de heg verhuizen. Daarna zette hij de dozen op een tafel onder het afdak. Vera haalde de bovenste boeken eruit.
Het waren twaalf delen van een oude encyclopedie. Elk deel was dik en bruin. Op de ruggen stonden letters in goud. De A was in de jaren een beetje afgesleten. Vera streek er met haar vinger overheen. Het leek een belangrijk boek.
Ze sloeg het open. Op een kaart stonden namen van landen die ze niet kende. Een bladzijde verder stond een foto van een computer die bijna zo groot was als hun klaslokaal. Ze keek naar de datum voor in het boek. Het was ouder dan haar moeder.
‘Je kunt er veel in lezen,’ zei Eef, die kwam kijken.
Vera hield het boek onder haar arm. Dat lukte precies. Haar andere arm had ze nodig om het recht te houden.
‘Als je sterke armen hebt,’ zei Eef.
Puk sloeg een ander deel open. Ze bekeek de kleine letters, wees naar een zwart-witfoto van een vogel en klapte het weer dicht.
‘Mijn aardappel kan niet lezen.’
Ze zette de doos op zijn kant en ging erin zitten. Haar moeder haalde haar er rustig weer uit.
Vera legde het dikke boek terug. In de tweede doos zaten tijdschriften over tuinieren en twee puzzelboeken waarin alles al was ingevuld. Eén puzzel had een verkeerde oplossing. Iemand had daar met een andere pen een pijl naast gezet. Vera voelde even de neiging om te kijken wie er gelijk had.
Maar dit waren niet de boeken die zij zich bij haar bank had voorgesteld. Ze wilde boeken die je in een pauze kon pakken. Verhalen met tekeningen. Dingen die je zelf kon kiezen. Geen stapel waar je eerst een volwassene voor moest laten tillen.
‘Ik heb ook thuis boeken,’ zei Eef. ‘Als jij wint, mogen er wel twee van mij bij. Alleen moeten ze niet nat worden.’
‘Ze kunnen in de kist.’
Vera liep terug naar het houten gevaarte. Het leek nog groter nu de dozen eruit waren. Ze ging ernaast staan en pakte haar meetlint. Het handvat kwam op heuphoogte. Dat was niet handig voor iemand die langs de bank rende.
Bram kwam de schoolschuur uit. Hij had een paar planken onderzocht voor hun plan. Toen hij de kist zag, liep hij eromheen en keek naar de onderkant.
‘Daar zit een oude barst.’
‘Kunnen we die dichtmaken?’ vroeg Vera.
‘Ja. Maar je moet ook de buitenkant behandelen. Dit hout is gemaakt om binnen te staan. En dat zware deksel mag niet dichtvallen op kinderhanden. Daar moeten andere scharnieren of een goede steun bij.’
Vera keek naar de zolderdroge kist. Puks moeder zuchtte.
‘Ik had niet aan een regenbui gedacht,’ zei ze. ‘Op zolder regent het alleen als er iets heel erg mis is.’
‘Ik ook niet,’ zei Vera.
Bram liet het deksel langzaam zakken. De hele kist gaf een doffe klap.
‘En waar zet je hem?’ vroeg hij.
Vera wees onder de kastanjeboom. Eerst naast de bank. Toen achter de bank. Daarna hield ze op met wijzen. De kist zou op elke plek in de weg staan. Ze hadden bij de proefbank juist een vrij looppad gekozen.
‘Hij kost niets,’ zei ze.
‘Het meenemen kost niets,’ zei Bram. ‘Het klaarzetten voor deze plek kost wel iets. Geld, werk en ruimte.’
Vera schoof het meetlint in elkaar. Het klikte met een hard tikje tegen het doosje. Ze had gehoopt dat de kist haar plan makkelijker maakte. Nu had ze een tweede plan nodig: een plan voor de kist.
Puk legde haar handen op het deksel. ‘De spin heeft een ander huis.’
‘Dat heeft hij,’ zei haar moeder.
‘Mag de kist dan ook een ander huis?’
Haar moeder keek naar Kees. Hij keek naar de schuur.
‘We kunnen iets gebruiken voor de grote decorstukken van het toneel,’ zei hij. ‘Die worden niet door de kinderen gepakt. Als hij hier binnen past, wil ik hem daarvoor houden. Maar niet als jullie hem nog voor de bank nodig hebben.’
Vera keek nog een keer naar de kastanjeboom. Ze kon de kist niet kleiner maken door hem graag te willen. En Bram kon geen lichte boeken uit een encyclopedie zagen.
‘Voor het toneel is beter,’ zei ze.
Kees en Puks moeder brachten de kist naar binnen. De encyclopedieën gingen naar de volwassenenkraam van de rommelmarkt. Puk nam een lege doos mee. Zij had tenslotte zelf ook een kandidaat om voor te zorgen.
Vera bleef met Bram bij de tafel staan. Hij legde drie oude planken naast elkaar. Ze kwamen van een werktafel die de timmerclub had vervangen. De planken waren stevig genoeg voor een bank, nadat ze waren nagekeken en geschuurd.
‘Hier kan een kleine ruimte onder,’ zei Bram. ‘Voor de kussens. Met een lichte klep en een steun die hem openhoudt. Voor de boeken zou ik een gewone krat nemen. Die gaat elke middag naar binnen.’
‘Wie brengt hem naar binnen?’ vroeg Vera.
Bram keek haar aan. Hij zei even niets.
Vera pakte haar blaadje. Onderaan schreef ze: NIET VERGETEN: NA SCHOOL. Het werd een nieuwe regel in haar plan. Geen fijne regel voor op een vrolijke poster, maar wel een die ze zaterdag moest kunnen uitleggen.