Hoofdstuk 7 · 8 minuten lezen
Een gans geeft geen interview
Sam van de schoolkrant had drie vragen voor Miep. Hij had ze opgeschreven in een schrift waar REPORTER op stond. De R van achteren was groter dan de andere letters. Daardoor zag het eruit alsof de laatste letter erg haast had.
Op woensdagochtend vroeg hij of Vera mee wilde naar Bennie. Zij had de posters gemaakt en kende de gans. Joep had gezegd dat hij naar het voetbalveld ging.
Vera keek naar hem door het raam. Hij zette zijn tas tegen een paal en schoot de bal door het gat in het net. Hij rende erachteraan, pakte hem op en schoot nog een keer.
‘Hij is bezig,’ zei ze.
‘Dan vragen we hem straks,’ zei Sam. Hij tikte op zijn schrift. ‘Iedere kandidaat krijgt een stukje. De witte kandidaten ook. Maar Miep komt bovenaan. Die kent iedereen.’
Vera had graag iets gezegd over bovenaan staan. Ze had vorige week nog vier Miep-posters gemaakt. Het leek niet eerlijk om nu ineens te vinden dat een gans te veel aandacht kreeg.
Bij het hek stond Bennie met een lege emmer. Hij had vandaag geen modder op zijn neus. Wel een grasspriet aan zijn mouw.
‘We komen voor een interview,’ zei Sam.
Bennie wees naar Miep. Ze lag in het gras naast de andere gans. Haar snavel zat tussen haar veren.
‘Ze neemt geen afspraken aan.’
‘Het zijn maar drie vragen.’
Sam sloeg zijn schrift open. Hij had een pen aan het elastiek om de kaft gehangen. Toen hij de pen losmaakte, schoot het elastiek om zijn duim.
‘Vraag één. Wat wilt u als burgemeester veranderen?’
Miep bleef liggen.
Sam wachtte. Vera wachtte ook. Op het schoolplein piepte een fietswiel. De andere gans hief zijn kop en legde hem weer neer.
‘Veranderen is nogal veel werk,’ zei Bennie.
Sam schreef iets op.
‘Dat zei ík,’ zei Bennie.
Sam zette BENNIE voor de zin.
‘Vraag twee. Wat is uw lievelingsplek in het dorp?’
Miep stak haar snavel even uit haar veren. Ze schudde haar kop en keek naar een vlieg. De vlieg ging op de waterbak zitten. Miep liep ernaartoe.
‘Dat is haar antwoord,’ zei Sam.
‘Ze wil drinken,’ zei Vera.
‘Maar dit kan toch haar lievelingsplek zijn?’
Bennie zette de emmer naast de schuur. ‘Je kunt opschrijven waar ze naartoe loopt. Je kunt niet weten waarom zij dat fijn vindt. Daar hebben ganzen geen woorden voor.’
Sam keek naar de zin die hij al geschreven had. MIEP WIL MEER WATERBAKKEN. Hij zette er een lijn door.
Vera keek over zijn schouder. Ze dacht aan de bank op haar eerste ganzenposter. Joep had gezegd dat de bank van haar erbij kon. Als ze dat had gedaan, had iemand vast gezegd dat Miep bankjes wilde bouwen.
‘Vraag drie,’ zei Sam. ‘Heeft u nog een boodschap voor de kiezers?’
Miep stak haar snavel in de waterbak. Ze dronk, tilde haar kop op en niesde. Er sprongen druppels over de rand.
Sam keek naar zijn schrift. Vera beet op haar lip.
‘Dat schrijf ik precies op,’ zei Sam.
Hij zette een klein sterretje achter de nies. Daaronder schreef hij: Voor zover wij weten was dit geen verkiezingsbelofte.
Vera lachte. Bennie las de zin en knikte.
Daarna liet hij zien waar de ren voor zaterdag zou komen. Het was dezelfde hoek waar Miep vaak uit zichzelf stond. Hij zette daar een brede waterbak neer. Aan de andere kant van het gaas zou een lage lijn komen, zodat bezoekers niet allemaal tegen het hek leunden.
‘Dit stuk blijft open naar haar eigen tuin,’ zei hij. ‘Als ze liever wegloopt, kan dat. En ze blijft niet de hele middag bij het feest. De andere gans hoeft ook niet te wachten tot wij klaar zijn met stemmen.’
Sam keek naar zijn vragen. ‘Dan missen we misschien de burgemeester.’
‘Dan heb je een verhaal over een lege waterbak. Daar staat misschien nog meer nieuws in dan in drie vragen aan een gans.’
Bennie liet Sam de nieuwe lage lijn vasthouden. Vera maakte het andere uiteinde vast aan een paaltje dat hij had neergezet. Miep kwam kijken. Ze pikte naar een los uiteinde van het touw. Bennie kortte dat stukje in en trok voorzichtig aan de lijn.
‘Zo. Niets los laten bungelen.’
Vera liep terug naar school met Sam naast zich. Hij las zijn zinnen hardop voor. De ene helft ging over Bennie; de andere helft over dingen die Miep had gedaan. Dat leek haar beter dan wanneer de gans drie hele toespraken had gehouden.
Joep stond bij de buitendeur. Hij had de bal onder zijn arm en een grasspriet op zijn broek. Sam vroeg of hij ook even tijd had.
‘Drie vragen,’ zei hij.
Joep keek naar Vera. Zij stapte opzij, zodat Sam tussen hen in stond.
‘Wat wil je veranderen?’ vroeg Sam.
‘Het doel.’
‘Wat precies?’
Joep draaide de bal onder zijn arm. ‘Het net. Misschien. Ik ben het nog aan het uitzoeken.’
Sam schreef dat op. Hij vroeg niet of er geen geld voor een heel doel was. Vera hoorde de pen over het papier schuiven.
‘Je hebt een scorebord op je poster,’ zei Sam.
‘Dat is voorlopig niet zeker.’
‘Dan schrijf ik dat erbij.’
Joep knikte. Hij keek weer naar Vera. Dit keer hield zij zijn blik vast.
‘Ik moet jou ook nog interviewen,’ zei Sam tegen haar.
Vera vertelde over de proefbank. Over de kussens van haar oma, de ruimte voor tassen en Bram die nog met de planken bezig was. Sam vroeg of ze elke pauze een boek kwam lezen. Vera zei dat ze ook weleens tikkertje deed. Dat leek hem geen nuttige zin voor een leesbankplan. Toch schreef hij hem op.
Toen hij weg was, bleef Joep bij de deur staan. Hij kneep de bal niet meer onder zijn arm, maar hield hem met twee handen voor zijn buik.
‘Ik was gisteren niet klaar met denken,’ zei hij.
Vera knikte. ‘Dat weet ik.’
Ze wilde het goed zeggen. Ze wilde niet opnieuw beginnen met de map, of met wat hij moest laten maken. Ze keek even naar zijn schoenen.
‘Die grap van mij was stom.’
Joep keek naar de bal. ‘Iedereen lachte.’
‘Ja.’
Er ging een deur open achter hen. Drie kinderen kwamen naar buiten, met boterhammen in hun handen. Joep schoof opzij. Vera ook.
‘Ik moet naar huis,’ zei hij.
‘Ik ook.’
Ze liepen niet samen. Bij het hek hield Joep de bal op zijn voet. Hij liet hem vallen, ving hem met zijn handen en keek kort terug.
Vera wist niet of dat een begin was. Maar zij had haar eigen zin in elk geval eindelijk uitgesproken.