Hoofdstuk 9 · 8 minuten lezen
Een nieuwe rekensom
Op vrijdag stond Joep bij de fietsenstalling met zijn map onder zijn arm. Het plastic was op een hoek gescheurd. Vera had haar rugzak nog op en liep naar hem toe.
‘Ik heb iets voor je,’ zei ze.
Joep keek naar haar handen. Daar zat niets in.
‘Je potlood soms? Dat is van Bram.’
‘Nee. Ik wil sorry zeggen.’
Een fietsbel klingelde vlak achter hen. Ze stapten opzij voor Eef. Joep boog zich over zijn slot.
‘Dat deed je woensdag ook.’
‘Toen zei ik dat mijn grap stom was. Maar ik had je voor de hele klas uitgelachen. Ik deed zelf eerst ook alsof er een dak op mijn bank kon.’
Hij trok het slot door zijn achterwiel. ‘Jij mocht je plan veranderen.’
‘Jij ook.’
‘Niet als iedereen steeds begint over een half doel.’
Vera keek naar het schoolgebouw. Door een open raam hoorde ze iemand een stoel schuiven.
‘Dan zeg ik het daar nog een keer.’
Joep hield de fiets vast. ‘Wat?’
‘Dat ik daar niet over had moeten lachen.’
Ze liep naar binnen voor ze er een ander plan voor kon bedenken. Bij het lokaal bleef ze toch even staan. Eef zat al op haar plek. Twee jongens die dinsdag bij de oefening waren geweest, zaten naast elkaar over een schrift gebogen. Hun schouders schokten. Vera hoopte dat ze om iets anders lachten.
Safia wees haar naar haar stoel. Vera schudde haar hoofd.
‘Mag ik iets zeggen?’
Ze voelde de band van haar rugzak door haar hand glijden. De tas viel bijna op de vloer. Ze ving hem met haar knie op. Dat hielp helemaal niet.
‘Over dinsdag. Ik maakte een grap over het doel van Joep. Zijn som klopte niet, maar dat kon ik gewoon zeggen. Het was gemeen dat ik er nog een grap achteraan deed.’
De jongens keken op. Een van hen haalde zijn schouders op. ‘Het was wel grappig.’
‘Voor jou,’ zei Vera.
Joep kwam het lokaal binnen. Hij zei niets. Vera schoof haar tas onder de tafel en ging zitten. Haar gezicht bleef nog een tijdje warm.
In de pauze legde Joep zijn map naast haar op het muurtje. De beker was eruit. Het scorebord zat er nog in, maar er stond een dikke streep door de prijs.
‘Mijn vader heeft een oud net van de club,’ zei hij. ‘Er zit aan de onderkant een scheur. Het bovenste stuk is nog goed. Daarmee kunnen we het gat in ons net maken.’
‘Hoeveel kost dat?’
‘Niets. Het lag al maanden in de schuur. Maar ik moet wel helpen.’
Vera bekeek zijn nieuwe tekening. Op de plaats van het gat stonden allerlei kronkels.
‘Dat zijn de knopen,’ zei Joep, voordat zij iets kon vragen. ‘Ik heb gisteren geoefend. De eerste hield niet. De tweede zat aan mijn broek.’
‘Heb je die broek nog aan?’
‘Nee. Mijn vader heeft me bevrijd.’
Nu lachte Joep zelf. Vera durfde mee te lachen.
‘En als je niet wint?’ vroeg ze.
Hij trok het afgesleten hoekje van de map glad. ‘Dan maken we het net toch. Anders heb ik voor niks aan die broek vastgezeten.’
Vera pakte het potlood van Bram uit haar jaszak. ‘Je kunt die prijzen uit je toespraak halen.’
‘Er staan nog meer dingen in die eruit moeten.’
Hij liet haar de bovenste bladzijde zien. IK BELOOF DAT WIJ GAAN WINNEN stond er, met een lijn eronder. Daaronder had hij geschreven: EN EEN HEEL GOED DOEL KRIJGEN.
‘Dat eerste kan niemand beloven,’ zei Vera.
‘Miep misschien. Die heeft een snavel.’
‘Die kan ook verliezen.’
Joep sloeg het vel om. Hij had een nieuwe bladzijde gemaakt. Het eerste vel hield hij in de map. Daar stond achterop een tekening die hij nog wilde gebruiken.
Na school gingen ze met Eef naar de schuur. Bram zat met Kees aan een tafel. Er lagen twee kleine houtmonsters, een scharnier en een blaadje met bedragen.
Vera zag meteen de som onderaan: 132 euro.
‘Is dat de bank?’ vroeg ze.
‘Het materiaal dat we nog moeten kopen,’ zei Bram. ‘Het hout hebben we. Voor dit bedrag komen er een stevige onderkant, een leuning en een lichte klep voor de kussens. De timmerclub helpt met bouwen. Wij meten en zagen. Jullie mogen onder begeleiding helpen schuren.’
Kees trok een houtmonster naar zich toe. ‘En de plek is met de school afgesproken. De bank blijft van het plein. Hij is niet alleen voor de winnaar.’
‘Dat weet ik,’ zei Vera.
‘Ik zeg het ook voor mezelf. Anders vergeet ik dat ik erop mag zitten.’
Hij ging uitgebreid achterover hangen op zijn stoel. Bram hield de tafel vast.
Er bleef geld over. Vera wilde bijna vragen wat ze daar nog van kon kopen. Een tafeltje? Een derde kussen? Bram wees naar een tweede regel op het blaadje.
‘Die achtenveertig euro houden we voorlopig apart. Misschien blijkt er iets tegen te vallen. En een bank moet later ook goed blijven. Als er geld over is, bespreken jullie samen waar het naartoe gaat.’
Vera vouwde het blaadje zorgvuldig op. Haar oma zou de blauwe kussens zaterdag meenemen, zodat iedereen ze kon zien. Voor de boekenkrat wilde Vera op school een rooster maken. Zelf zou ze op maandag en donderdag aan de beurt zijn. Op de andere dagen zocht ze kinderen die wilden helpen.
‘Ik op dinsdag,’ zei Eef. ‘Als jij wint. Maar eerst moet je mijn plan nog verslaan.’
Bram schoof haar een ander blaadje toe. Nieuwe scheppen, harkjes, een kleine kruiwagen en een lage rand kwamen samen op 157 euro. Eef controleerde de regels een voor een. Ze tikte op het bedrag voor de rand.
‘Dit is met hulp van de timmerclub?’
‘Ja. Net als de bank.’
Ze knikte. ‘Dan gaat die er echt op. Ik wil dat morgen duidelijk zeggen.’
Joep liet zijn nieuwe plan zien. Hij wilde het net repareren en daarna kijken of er nog kleine dingen aan het voetbalveld nodig waren. Eerst zou hij met de kinderen gaan spelen om het uit te proberen. Over het scorebord had hij niets meer opgeschreven.
‘Een wedstrijd zonder beker mag ook,’ zei Kees.
‘Dat vind ik nog steeds jammer,’ zei Joep.
Toen ze naar buiten liepen, kwam de bakker het plein op. Zijn hond trok een beetje aan de lijn. Op zijn kraam stond een bordje: STEM OP BORIS. Hij had er een foto van de hond bij geplakt.
‘Wat doet Boris als hij wint?’ vroeg Eef.
‘Waarschijnlijk hetzelfde als wanneer hij verliest,’ zei de bakker. ‘Dat hoop ik tenminste.’
Boris snuffelde aan Joeps map. Joep trok hem omhoog.
‘Hij wil mijn toespraak opeten.’
‘Hij wil je boterham,’ zei Vera.
Er zat nog een halve boterham onder in de map. Joep had hem in de middagpauze tussen het scorebord en zijn nieuwe plan gestopt. Hij keek er even naar, haalde hem eruit en gooide hem in de afvalbak.
‘Nu heb ik weer meer spreektijd,’ zei hij.