HOOFDSTUK 9 VAN 14
Wat ik niet had gevraagd
Mo kon de volgende zaterdag pas om elf uur. We hadden twee weken tot het optreden. Hij schreef het woensdagavond, toen ik net mijn laptop dichtdeed. Ik maakte hem weer open om te kijken wat dat betekende voor de planning, alsof elf uur met behulp van een tabel een ander tijdstip kon worden.
De repetitie duurde tot twaalf. Dat was nog steeds de afspraak.
Ik stuurde hem buiten de groep een bericht. Of Aisha misschien een keer met zijn vader kon gaan. Ik had geen idee waarmee hij weg moest, maar ik wist dat zijn zus bestond. Ze had vroeger weleens aan de rand van onze repetitieruimte gestaan, kleiner dan wij en veel minder onder de indruk.
Hij antwoordde pas de volgende ochtend.
Dat overleggen we zelf, schreef hij.
Er kwam geen tweede bericht om het zachter te maken. Ik voelde me onterecht terechtgewezen. Ik had toch alleen een mogelijkheid genoemd? Ik stond met een tandenborstel in mijn hand te bedenken hoe ik dat kon uitleggen. Het was een onhandig moment om weer te willen typen.
In de trein naar mijn werk las ik mijn eigen bericht terug. Het stond er beleefd. Dat maakte het niet beter. Bij Mo thuis had ik nog gezegd dat hij geen reden hoefde te geven. Nu had ik zijn reden alvast ingevuld en een familielid aangewezen dat het kon oplossen.
Ik schreef: Je hebt gelijk. Elf uur staat genoteerd.
Daarna legde ik mijn telefoon in mijn tas. Vijf minuten later haalde ik hem eruit om te kijken of hij had gereageerd. Dat had hij niet.
Vrijdagavond werkte ik aan Halve maat. Ik had tegen mezelf gezegd dat ik de opname alleen op volgorde zou zetten. Toen hoorde ik een overgang die soepeler kon. Ik speelde hem op het keyboard, nam hem op en zette er een tweede partij onder. Mijn computer had klanken die ik nauwelijks gebruikte. Binnen een uur had ik een zacht ritme, een baslijn en een heleboel akkoorden.
Het klonk behoorlijk goed. Dat vond ik eerst fijn. Daarna werd ik bang dat de anderen het niet zouden begrijpen als ik het alleen liet horen. Ik schreef erbij waar ze konden invallen. Voor de zekerheid maakte ik ook een blad met de volgorde.
Om halféén 's nachts stuurde ik het bestand naar de groep. Ik noemde het een voorstel, gevolgd door drie zinnen over waarom het werkte. Het woord voorstel had daardoor niet veel ruimte meer over.
Zaterdag waren Bas en Sofie er voor mij. Ze zaten op het lage muurtje bij de ingang. Bas dronk koffie uit een beker die hij ergens had meegenomen. Sofie had haar bas nog op haar rug. Ze stonden op toen ik aankwam, zonder haast.
‘Hebben jullie geluisterd?’ vroeg ik.
‘Ja,’ zei Bas.
‘En?’
Sofie keek naar de deur. ‘Laten we eerst even naar binnen gaan.’
Dat was een antwoord dat geen enkele hoeveelheid koffie prettig kon maken.
We zetten de spullen klaar. Mo's drumstel stond al in de ruimte; alleen zijn eigen bekken en stokken nam hij meestal mee. Ik legde mijn blaadjes op tafel. Bas keek naar de cijfers en streepjes.
‘Je hebt dat rare stuk eruit gehaald,’ zei hij.
‘Het liep niet helemaal.’
‘Dat was juist het stukje dat we wilden houden.’
‘Ja, maar om het op tijd te kunnen spelen—’
‘Het kon gespeeld worden. We hebben het gespeeld.’
Sofie zette haar versterker zachter. Ze speelde de twee noten die ik op mijn computer had vervangen door een doorlopend patroon. Ze liet de tweede lang hangen. Het voelde een beetje alsof ze een verdwenen persoon beschreef.
‘Hier is geen plek meer voor,’ zei ze.
‘Jawel. Als je er dit onder doet.’
Ik speelde mijn baspartij op het keyboard. Terwijl ik bezig was, zag ik haar gezicht veranderen. Ik stopte halverwege.
‘Ik bedoel niet dat je precies dat moet spelen.’
‘Je hebt het wel opgeschreven.’
‘Omdat we nog maar twee weken hebben.’
Bas ging op zijn versterker zitten. ‘Dan spelen we dat nummer toch niet?’
Ik keek hem aan. Het gemak waarmee hij het zei, maakte me kwaad.
‘We hebben drie nummers beloofd.’
‘René heeft gevraagd of we drie nummers wilden doen. We hebben ja gezegd tegen een klein optreden. We kunnen hem bellen.’
‘Kunnen we eerst proberen iets af te maken voordat we het opgeven?’
Mijn stem klonk harder dan de ruimte nodig had. Ik zag Sofie kort naar de klok kijken en had daar meteen een oneerlijke gedachte over. Alsof zij het probleem was omdat de middag ook bestond.
‘Ik wil het best afmaken,’ zei Bas. ‘Ik wil zelfs dat het goed wordt. Maar dit is jouw nummer geworden met plekken waar wij iets mogen spelen.’
Ik begon te zeggen dat ik er uren aan had gewerkt. Dat was waar. Het was ook geen antwoord.
We repeteerden Vier hoog. Zonder drums was het moeilijk om de vaart erin te houden. Ik speelde te nadrukkelijk, alsof mijn linkerhand de afwezige Mo moest vervangen. Sofie vroeg of ik de lage tonen even weg kon laten. Ik deed het en hoorde onmiddellijk meer van haar. Dat hielp niet voor mijn humeur.
Om elf uur kwam Mo binnen. Hij zette zijn tas op de grond en keek naar ons.
‘Wat heb ik gemist?’
‘Een arrangement,’ zei Bas.
Sofie lachte kort. Ik deed alsof ik mijn blaadjes rechtlegde.
Mo had mijn bestand gehoord, zei hij. Hij vond de eerste overgang mooi, maar wist niet goed wat hij met de rest moest. Hij ging zitten en liet het ritme van de oude opname horen. Het haperde op de plek waar hij expres ruimte liet.
‘Zo dus,’ zei hij.
‘Ja,’ zei Bas.
Ik wachtte tot er aan mij iets gevraagd werd. Toen dat niet gebeurde, begon ik over de beschikbare repetitietijd. We moesten volgens mij kiezen tussen iets eenvoudigers of een extra avond.
‘Donderdag kan ik,’ zei Bas. ‘Maar pas na achten.’
Sofie schudde haar hoofd. ‘Dan werkt Erik. En mijn moeder kan die week niet.’
Bij het woord moeder keek ze niet naar me. Ik voelde desondanks dat ik er iets mee moest, wat waarschijnlijk precies de verkeerde reactie was.
‘Ik kan donderdag ook niet,’ zei Mo.
Ik knikte te langzaam. Sofie legde haar hand over haar snaren.
‘Als het voor jou alleen zin heeft als we vaker kunnen, moet je dat zeggen.’
‘Dat zeg ik niet.’
‘Je kijkt het wel.’
Ik wilde vragen of mijn gezicht dan ook ingepland moest worden. Het was een kinderachtige grap en ik hield hem binnen. Dat kostte meer moeite dan ik later graag zou toegeven.
Mo draaide zijn stok tussen zijn vingers. ‘Ik heb hier zin in, Juun. Ik denk door de week aan dat ritme. Ik tik het op mijn stuur als ik stilsta. Dat betekent niet dat ik elke avond kan komen.’
‘Ik weet het.’
‘Volgens mij weet je het, maar geloof je het nog niet helemaal.’
Sofie keek naar hem en daarna naar mij. Ze zei niets. Dat maakte het eenvoudiger om te horen wat hij zei, omdat ik me niet door drie mensen tegelijk aangevallen hoefde te voelen.
Ik pakte mijn arrangement en draaide het blad om.
‘Kunnen we dan beginnen bij die achttien seconden?’ vroeg ik. ‘En kijken hoe lang we willen dat het duurt?’
Bas stond op. ‘Graag.’
We werkten twintig minuten. Ik speelde de noot die ik eerder had vastgehouden. Bas herhaalde zijn reeks, Sofie liet haar tweede toon langer klinken en Mo maakte zijn verschuiving klein genoeg om mee te bewegen. Aan het einde kwamen we nergens uit. Hij tikte nog door toen de rest stopte.
‘Dat was het blijkbaar,’ zei hij.
‘Dat zou best het einde kunnen zijn,’ zei Sofie.
Het was geen af nummer. Er zat een begin in en een gedeelte waar iets kon gebeuren. Ik vond het te weinig en wilde dat niet meteen weer het belangrijkste maken.
We spraken af dat we bij de technische doorloop zouden beslissen. Twee nummers stonden vast. Het derde moest dan in een vorm bestaan die we samen konden spelen. Ik belde Meryem waar de anderen bij waren. Zij zei dat een iets kortere set geen ramp was, zolang ze het vooraf wist. Ze had ook drie jongens van zeventien die allemaal een solo wilden doen. Ze zou de minuten wel kwijt kunnen.
Na twaalf uur bleven Bas en ik nog even spullen verplaatsen. Hij moest later die middag naar een optreden met zijn andere band. Ik vroeg waar.
‘Een verjaardag. In een zaaltje boven een café.’
‘Vind je dat leuk?’
Hij keek me aan. ‘Meestal wel.’
‘Je speelt daar toch vooral muziek van anderen?’
‘Ja. Daar blijken mensen ook plezier aan te beleven.’
Ik lachte, aarzelend. Hij boog om zijn gitaarkoffer te sluiten.
‘Ik vind dit ook leuk,’ zei hij. ‘Het hoeft elkaar niet uit te sluiten.’
Ik hielp hem zijn versterker in de auto tillen. Het ding was zwaarder dan het eruitzag. Op de achterbank lagen werkschoenen, een ingepakte taart en een tweede gitaarhoes. Ik had geen volledig beeld van zijn leven. Ik had vooral gemerkt waar hij zich niet meer in het mijne liet schuiven.
Thuis opende ik mijn bestand van de avond ervoor. De nette versie begon precies op de tel en eindigde met een mooie uitklank. Ik kon alle partijen aanwijzen die ik had gemaakt.
Daarna luisterde ik naar de rommelige opname van die ochtend. Halverwege zei Sofie dat ze opnieuw wilde. Mo ging toch door en ze viel er lachend weer in.
Ik sloeg ook die opname op. Niet als een mislukte versie. Gewoon met de datum.