HOOFDSTUK 8 VAN 14
De grote zaal
Op maandag werd de aanvraag voor de grote zaal een boeking. Zeshonderd gasten, een diner, een band en een uitloop tot middernacht. Helma had een offerte verstuurd waar ik naar had gekeken. Mijn opmerkingen stonden in de kantlijn. Ik kon later dus moeilijk beweren dat het aan mijn aandacht was ontsnapt.
‘Jij bent het aanspreekpunt,’ zei ze bij de planning. ‘Tess doet de voorbereiding mee. Tijdens de avond hebben we het gewone team.’
Ik keek naar de datum op het scherm. De letters waren dezelfde als toen ik Renés uitnodiging kreeg. Alleen het grijze vraagteken was verdwenen.
‘Die zaterdagavond heb ik iets,’ zei ik.
Helma keek op.
‘Wat?’
‘Een optreden. Met de band waar ik vroeger in zat.’
Tess draaide haar pen tussen haar vingers. Zij wist van het optreden, maar blijkbaar niet van de datum. Ik had die alleen verteld aan mensen van wie ik geen praktisch antwoord hoefde te verwachten.
‘Staat dat ergens?’ vroeg Helma.
Ik keek naar mijn notitieboek. ‘In mijn eigen agenda.’
‘Je hebt geen vrije avond aangevraagd.’
‘Nee. Omdat die aanvraag nog niet zeker was.’
Helma liet haar hand op de tafel liggen. Ze had dunne vingers met brede ringen. Ik keek daar vaak naar als ze iets zei wat ik niet prettig vond.
‘Dat was juist het moment geweest,’ zei ze.
Ik kon niet bedenken hoe ik dat redelijk moest tegenspreken. Dus zei ik dat het maar een klein optreden was en dat ik misschien eerst een deel van de avond kon doen. Meteen begon ik te rekenen. De ontvangst om zes uur, de eerste gang om halfacht. Als ik om acht uur vertrok, kon ik twintig minuten later in De Wissel zijn.
‘En als de eerste gang een halfuur uitloopt?’ vroeg Tess.
‘Dan regel ik dat daarvoor.’
Ze keek me aan. ‘Hoe?’
Ik zei niets.
We gingen verder met de planning. Ik schreef veel op, ook dingen die al in het draaiboek stonden. Het leek me belangrijk dat iedereen kon zien dat ik bleef werken.
Na afloop vroeg Helma me te blijven zitten. Tess pakte haar laptop en ging zonder iets te zeggen naar buiten. Ik voelde me veertien. Dat was niet Helma's schuld, maar ik rekende het haar wel een beetje aan.
‘Ik wil best kijken of we iets kunnen verschuiven,’ zei ze. ‘Ik heb alleen iemand nodig die de hele avond overziet. Dat ben jij. Of dat is een ander.’
‘Ik weet het.’
‘Je hoeft me niet te overtuigen dat jouw afspraak klein is. Je hoeft me te vertellen dat je vrij wilt.’
Ze vroeg hoe laat ik er moest zijn. Ik had nog geen definitief tijdstip, zei ik. Dat bleek ook een vervelend antwoord. Ze schoof haar stoel naar achteren en gaf me tot de volgende middag om helder te krijgen wat ik vroeg. Daarna moest de personeelsplanning door.
In de gang stond een kar met glazen voor de lift. Ik schoof hem aan de kant en bleef langer dan nodig naar het metalen frame kijken. Ik had gedacht dat ik op mijn werk vrij duidelijk was. Ik vertelde klanten voortdurend wat wel en niet kon. Kennelijk was dat makkelijker wanneer de beperking een stopcontact of een branddeur was.
Tess zat in de kleine zaal te eten. Ze had een bakje pasta dat er minder droevig uitzag dan mijn boterhammen. Ik vroeg of ik erbij mocht komen zitten.
‘Je mag altijd zitten,’ zei ze.
Ik begon over de zaterdag. Ze prikte een stuk tomaat aan haar vork.
‘Wil je weten of ik het overneem?’ vroeg ze.
‘Misschien.’
‘Dan moet je dat vragen.’
Het werd een dag waarop iedereen veel vertrouwen had in duidelijkheid.
Ik vroeg het. Tess slikte en zei dat ze die avond met haar broer en zus naar een voorstelling zou gaan. Haar broer was pas naar het buitenland verhuisd en kwam een weekend terug. Ze had al kaartjes.
‘O,’ zei ik. ‘Nee. Dan houdt het op.’
Ik zei het met een lichte zucht waarvan ik hoopte dat zij die niet zou horen. Zij hoorde hem wel.
‘Het is vervelend voor je,’ zei ze. ‘Maar ik ga dat niet afzeggen omdat jij nog niets had geregeld.’
‘Dat vraag ik ook niet.’
Ze keek me aan. Ik voelde mijn gezicht warm worden.
‘Goed,’ zei ik. ‘Nee. Je hebt gelijk.’
We aten even zonder te praten. Aan de andere kant van de zaal was een collega bezig een doek op een verrijdbaar frame vast te zetten. Het hing steeds scheef. Normaal was ik opgestaan om te helpen. Nu bleef ik zitten omdat helpen me op dat moment erg goed zou uitkomen.
Tess schoof haar bakje dicht.
‘Vraag Daan,’ zei ze.
‘Die zit op een andere locatie.’
‘Daarom moet je het vragen. Misschien heeft hij die avond niets. En misschien wil hij juist van een ochtend af waar jij wel kunt.’
Daan was een coördinator die soms voor ons inviel. Ik kende hem vooral van overdrachten waarin hij precies wilde weten welke deur met welke sleutel openging. Ik had hem daardoor ooit omslachtig gevonden. Die middag leek dat een aantrekkelijke eigenschap.
Hij nam niet op. Ik liet een bericht achter en belde Meryem. Zij mailde me het voorlopige programma van het afscheid. Ons optreden stond om twintig over negen. De technische doorloop was in de namiddag. Ik kon mijn werkplan niet meer passend maken door de reistijd optimistisch in te schatten.
In de groepschat schreef ik dat ik op mijn werk iets moest omzetten. Ik typte eerst dat er opeens een boeking tussendoor was gekomen. Toen verwijderde ik die zin.
Ik heb te laat vrij gevraagd voor de avond, schreef ik. Ik regel het nu. Morgen weet ik meer.
Bas antwoordde met een duim. Sofie vroeg of we al een reservetoetsenist nodig hadden. Er stond geen gezichtje bij. Ik wist niet of het een grap was en besloot geen uitleg te sturen over waarom het ingewikkeld was.
Daan belde terug toen ik een plattegrond stond te bespreken met iemand die overal een loungebank wilde. Ik vroeg de klant een minuut en liep de gang in.
Hij kon de avond in principe overnemen, zei hij. Maar hij wilde het hele dossier en een rondgang met mij door het gebouw. Bovendien stond hij de zondag erna vroeg ingepland bij een ontbijt voor een sportvereniging. Daar wilde hij graag vanaf.
‘Hoe vroeg?’ vroeg ik.
‘Zes uur aanwezig.’
Ik keek naar het programma op mijn telefoon. Renés afscheidsavond liep tot twaalf uur. Daarna moesten we opruimen.
‘Dat kan ik doen,’ zei ik.
‘Weet je het zeker?’
Ik rekende opnieuw, nu zonder een manier te zoeken waarop er meer uren in de nacht pasten.
‘Ja. Maar dan moet ik na ons optreden op tijd weg.’
‘Dat is aan jou.’
Helma keurde de ruil de volgende ochtend goed, op voorwaarde dat Daan tijd kreeg om zich voor te bereiden. Ik moest zelf de overdracht plannen. Dat vond ik eerlijk en toch ook oneerlijk genoeg om er even chagrijnig van te worden.
Twee dagen later liepen Daan en ik samen door de grote zaal. Hij vroeg naar de verwarming, de routes voor het personeel en wie de sleutels van de opslag had. Ik liet hem de stopcontacten achter het gordijn zien. Hij noteerde alles. Toen ik zei dat hij me kon bellen als er iets was, hield hij zijn pen stil.
‘Tijdens je optreden?’
‘Desnoods.’
‘Dan geef je me het nog steeds niet helemaal.’
Ik keek naar zijn lijst. Er stonden vragen op die ik zelf nog niet had gesteld. Ik wees hem het nummer van Helma aan en zei dat zij achterwacht was. Hij schreef het over.
Aan het einde van de rondgang liepen we langs het kleine podium. Het was hooguit dertig centimeter, maar het maakte de lege zaal meteen plechtig. Ik zette mijn voet op de rand en voelde de plank licht veren.
‘Is het een belangrijk optreden?’ vroeg Daan.
Ik dacht aan drie nummers, een jeugdcentrum en een man die eindelijk eens een zaterdag niet wilde werken.
‘Voor mij wel,’ zei ik.
Hij knikte alsof dat een bruikbaar antwoord was. Daarna vroeg hij waar de bezems stonden.
Die avond schreef ik de repetitietijden op een vel papier en legde het naast mijn werkrooster. Er zat nergens een wonderbaarlijke vrije ruimte verstopt. Ik schrapte de afspraak die ik met mezelf had gemaakt om alle opnamen uit te werken. Vervolgens stuurde ik aan de anderen dat de zaterdag geregeld was en dat ik zondag vroeg moest werken.
Mo schreef: Dan helpen wij je na afloop snel inladen.
Ik had nog niet eens om hulp gevraagd. Ik las zijn bericht twee keer en liet het daarbij.