HOOFDSTUK 14 VAN 14
Over zes weken
De afspraak kwam zes weken later tot stand. Dat was geen romantische keuze. Sofie had twee familieverjaardagen, Bas speelde met zijn andere band en Mo kreeg een ander rooster in de bioscoop. Ik moest twee zaterdagen werken. We zetten allemaal onze beschikbare ochtenden in de groep en vonden er één die voor vier mensen paste.
Voordat het zover was, ging ik twee keer naar Carla. De eerste keer wilde ik de opname van het optreden laten horen. Ze luisterde een stukje en vroeg toen wat ik zelf wilde zingen. Ik had geen antwoord voorbereid. We probeerden een melodie die ik in de auto had bedacht. Er zaten nog geen woorden aan vast. Ze vond dat geen probleem.
Thuis kwam het keyboard op de plaats van een smalle tafel waar vooral ongeopende post op lag. De post verhuisde naar een mand. Dat was geen oplossing voor de post, maar wel voor het keyboard.
Ik speelde soms tien minuten voordat ik naar mijn werk ging. Soms kwam ik er dagen niet aan toe. Een buurvrouw vroeg in het trappenhuis of ik weer les gaf. Ik zei dat ik zelf oefende. Ze knikte en vertelde dat ze op dinsdagavond online vergaderde. We spraken af dat ik dan mijn koptelefoon gebruikte. Verder vond ze het best gezellig klinken, zei ze. Ik wist niet of dat waar was en hoefde er niet achteraan.
Helma vroeg me in die weken of ik vaker de late diensten wilde coördineren. Een collega ging minder werken. Er zat meer verantwoordelijkheid bij, en de mogelijkheid om later door te groeien. Ik voelde onmiddellijk hoe prettig het was om gevraagd te worden.
Ik zei dat ik erover na wilde denken. Dat klonk voor haar blijkbaar minder vreemd dan voor mijzelf. Ze mailde de taken en vroeg me de week erop terug te komen.
Ik las de lijst aan mijn keukentafel. Ik kon bijna alles. Dat had lang genoeg als reden gevoeld om iets te doen. Er stonden ook veel avonden in waarop iemand bereikbaar moest zijn. Ik tekende de uren in mijn agenda en zag hoe weinig ruimte er overbleef als ik alle witte stukken alvast als beschikbaar beschouwde.
Ik vertelde Helma dat ik mijn eigen projecten graag bleef doen, maar het pakket van extra avonden niet wilde overnemen. Ze vroeg of het om het geld ging. Ik zei dat ik vooral een rooster wilde waar ik andere dingen omheen kon afspreken.
‘Dan past die functie nu niet,’ zei ze.
‘Nee.’
Ze knikte en schreef iets op. Ik voelde nog een paar dagen de behoefte om uit te leggen dat ik wel ambitie had. Ik deed het niet. Op vrijdag kreeg ik een ingewikkeld evenement toegewezen met drie zalen en twee programma's die tegelijk begonnen. Er was kennelijk nog genoeg werk voor iemand die niet altijd kon.
Tess vroeg hoe het optreden was geweest. Ik liet haar een kort filmpje zien tijdens de lunch. Ze keek naar mijn gezicht op het scherm en daarna naar mij.
‘Je kijkt anders,’ zei ze.
‘Beter?’
‘Geconcentreerd op iets wat ik niet begrijp. Dat is grappig.’
Ik vroeg hoe de voorstelling met haar broer was geweest. Ze vertelde het, inclusief het restaurant waar ze daarna te lang op hun eten hadden gewacht. Ik had het die maandag na het optreden moeten vragen. Het kon gelukkig nog steeds.
Op de zaterdag die we hadden gevonden, kwam ik tien minuten te vroeg bij De Wissel. Meryem was bezig met een meisje dat haar gitaar niet uit de hoes wilde halen omdat er een sticker op zat waar ze zich inmiddels voor schaamde. Meryem zei dat ze het eerst maar eens moest laten horen. Ik liep door zonder te kijken welke sticker het was.
De repetitieruimte rook naar warme apparatuur. Er stond een andere stoel voor het keyboard. Ik verplaatste hem een stukje en zette de hoes op de grond. Mijn statief klikte deze keer meteen open.
Bas kwam met koffie. Hij had minder koekjes bij zich dan vroeger, maar genoeg. Sofie volgde met haar bas en een klein bakje druiven dat Lou in haar tas had gestopt. Er zat één half opgegeten exemplaar tussen.
‘Voor de band,’ zei ze.
‘Met persoonlijke aandacht,’ zei Bas.
Mo zou om kwart over tien komen. Dat had hij twee dagen eerder gezegd. Niemand vroeg waarom. Ik merkte dat ik toch keek toen het kwart over tien werd. Drie minuten later hoorde ik zijn sleutels in de gang.
‘Er was een vuilniswagen,’ zei hij.
‘Daar hoef je geen verantwoording over af te leggen,’ zei Bas plechtig.
Mo gooide een lege koffiebeker naar hem. Bas ving hem niet. Het ding rolde onder de tafel. Sofie viste het met de punt van haar schoen terug en zette het op het blad.
We spraken eerst over René. Hij had een foto gestuurd van zijn nieuwe woonkamer, waar inderdaad veel koffiemokken op een plank stonden. Achter het raam was een boom te zien. Er stond geen keyboard in beeld. Mo zei dat dat buiten de foto kon staan. Sofie zei dat dat ook niet hoefde.
Bas vertelde over een optreden waar de jarige een halfuur met de microfoon had rondgelopen. Mo liet een foto zien van de nieuwe stoel van zijn vader. Aisha had hem uitgezocht; zijn vader had eerst gezegd dat hij hem niet nodig had en zat er nu voortdurend in. Ik vroeg hoe het met Mo zelf ging.
‘Deze week redelijk,’ zei hij. ‘Volgende week zien we wel.’
Dat was genoeg om te weten hoe ik die ochtend bij hem kon zijn. Ik hoefde er geen toekomst uit af te leiden.
We speelden Vier hoog. Er ging meer mis dan bij het optreden. Bas was een overgang vergeten en ik zong een regel uit de oude tekst. Sofie stopte en lachte omdat ze daar vroeger ook al over struikelde. Mo telde opnieuw in.
Daarna deden we Halve maat. Het klonk anders nu er geen zaal was die aan het einde zou klappen. We hadden meer tijd in het midden. Misschien te veel. Toen ik voor de derde keer dezelfde melodie zong, legde Bas zijn hand op zijn snaren.
‘Het wordt wel een hele maat nu,’ zei hij.
‘We kunnen inkorten,’ zei ik.
Sofie stelde voor om eerst het einde te spelen en dan te kijken of we daar op een andere manier konden komen. Ik pakte mijn potlood. Ze keek ernaar en toen naar mij.
‘Eerst proberen?’ vroeg ze.
Ik legde het neer.
We kwamen niet meteen ergens uit. Het ene idee was saai, het volgende te druk. Mo zei dat hij van een bepaald ritme nu al moe werd. Bas vond dat juist een reden om het te bewaren. Sofie hield een noot zo lang aan dat ik moest lachen. Het was geen bewijs dat we weer een band voor altijd waren. Het was twee uur in een ruimte die we hadden gehuurd.
Om kwart voor twaalf begonnen we op te ruimen. Ik wilde nog vragen wanneer we weer konden, maar Sofie was me voor. De komende maand zat voor haar vol, zei ze. Over zes weken kon ze waarschijnlijk weer.
‘Voor mij goed,’ zei Mo.
Bas moest zijn rooster bekijken. Ik ook. We spraken af binnen een week te reageren. Het was minder opwindend dan zeggen dat we voortaan iedere zaterdag zouden spelen. Ik geloofde er meer van.
Toen ik mijn kabel oprolde, hoorde ik Sofie de twee lage noten van Halve maat nog één keer spelen. Ze had haar versterker al bijna uitgezet. Bas antwoordde zonder zijn gitaar opnieuw aan te sluiten; de snaren klonken dun door de ruimte.
Ik bleef met de kabel in mijn hand staan. Mo tikte met zijn vingers op de rand van een lege doos. Er zat net genoeg ritme in om de anderen te volgen.
Sofie keek naar me. Ik neuriede de melodie, zacht, omdat de microfoon al uit stond. We lieten het stukje uitlopen tot Bas zijn hand op de snaren legde.
Daarna trok ik de laatste stekker uit het stopcontact. Sofie sloot haar hoes. Mo hield de deur open en Bas liep met de koffiekan voorop naar de gang.
Ik droeg mijn keyboard naar buiten. Er kwam een fiets aan. Ik wachtte even tot die voorbij was en liep toen verder. Op de achterbank van mijn auto maakte ik ruimte naast mijn tas en legde het keyboard neer.