← Nog één keer zaterdag
Inhoudsopgave · hoofdstuk 5 van 14
  1. 1. De uitnodiging
  2. 2. Achter de fietsenstalling
  3. 3. Eén twee drie vier
  4. 4. Een uur is een uur
  5. 5. Het oude nummer
  6. 6. Bij Mo thuis
  7. 7. Mijn eigen stem
  8. 8. De grote zaal
  9. 9. Wat ik niet had gevraagd
  10. 10. Geen nieuw begin
  11. 11. Licht op de vloer
  12. 12. Nog één keer zaterdag
  13. 13. Na de laatste kabel
  14. 14. Over zes weken

HOOFDSTUK 5 VAN 14

Het oude nummer

Het kwam door een mapje met vergeelde vellen. Dat zou later een gemakkelijke manier zijn geweest om het te vertellen. Alsof papier zelf iets kon voorstellen en ik er toevallig bij stond.

In werkelijkheid koos ik het nummer.

Ik zat op vrijdagavond aan mijn keukentafel en zocht een derde lied voor het optreden. Vier hoog werkte. De laatste bus begon ergens op te lijken. Voor het slot wilde ik iets dat meer deed dan prettig eindigen. Ik wist niet precies wat dat betekende, maar ik vond het belangrijk.

Wie er overblijft stond achter in mijn schrift. De tekst was nauwelijks veranderd sinds ik hem op mijn twintigste had geschreven. Er waren twee regels doorgestreept. Ik las ze toch.

Het lied ging over een huis waarin iemand bleef wachten. Over een jas die aan een kapstok hing terwijl de vrouw die hem droeg ergens anders sliep. Het was een mooi beeld. Dat had ik destijds vaak gehoord. Ik had zelden toegevoegd van wie het beeld was geweest.

Sofie had me verteld over haar moeder. We waren net op kamers en zij ging nog vaak naar huis om te kijken hoe het met haar vader ging. Haar moeder was eerst een paar dagen vertrokken en daarna teruggekomen voor spullen. De jas was blijven hangen. Sofie had het verteld terwijl we in de bus zaten, op weg naar een optreden van iemand anders. Ik had daarna een lied geschreven.

Ze had het gehoord. Ze had gezegd dat ze het mooi vond en dat ze niet wilde dat wij het speelden waar mensen haar familie kenden. Ik had die twee zinnen niet even zorgvuldig onthouden.

Bij ons laatste optreden had ik het toch ingezet. Er waren meer redenen geweest, in mijn eigen versie. De set moest korter. Een ander nummer werkte niet. René had gezegd dat dit lied sterk was, al wist hij niet hoe het was ontstaan. Ik had het gevoel gehad dat er eindelijk iets van mij overeind bleef.

Sofie was tijdens het nummer van het podium gegaan.

Ik vertelde jarenlang vooral dat laatste.

Vrijdagavond schreef ik in de groepschat: Zullen we Wie er overblijft nog eens proberen? Misschien kunnen we er nu iets anders mee.

Ik keek naar het scherm en wist al dat de woorden iets anders niet genoeg waren.

Sofie reageerde na een halfuur.

Nee, liever niet.

Ik had daar ja op kunnen zeggen. Dat zou achteraf geen bijzondere prestatie zijn geweest. Het was ongeveer het minimum.

Ik schreef: Ik bedoel niet dezelfde versie. We kunnen de tekst aanpassen.

Daarna werd het stil.

Bas stuurde de volgende ochtend een link naar een ander nummer uit onze map. Mo stelde voor zaterdag eerst de twee bestaande nummers te doen. Sofie schreef niets meer.

Tijdens de repetitie hing mijn voorstel in de ruimte, hoewel niemand het noemde. We speelden stijf. Ik luisterde naar elke beweging van Sofie en miste daardoor mijn eigen inzet. Bas vroeg of we een pauze wilden.

‘Kunnen we het niet gewoon bespreken?’ vroeg ik.

Sofie legde haar bas neer. ‘Ik dacht dat ik dat had gedaan.’

‘Ik wil begrijpen waarom het nu nog niet kan.’

Ze keek naar me. ‘Omdat ik het niet wil.’

Mo schoof een bekertje water naar haar toe. Ze raakte het niet aan.

‘Het is acht jaar geleden,’ zei ik.

Ik hoorde mezelf. Ik had willen zeggen dat er dingen veranderd waren. Wat ik zei, was dat haar grens blijkbaar een houdbaarheidsdatum had.

‘Voor jou misschien,’ zei ze.

‘Dat is niet eerlijk.’

‘Nee?’

Bas begon de kabel van zijn gitaar los te maken. Niet om te vertrekken, maar om iets te doen. Ik kende die beweging van mezelf.

‘Ik heb er ook last van gehad,’ zei ik.

‘Waarvan?’ vroeg Sofie.

‘Van hoe het toen ging. Dat jij wegliep. Dat alles daarna ophield.’

Ze keek me lang aan. Er was geen grote woede in haar gezicht. Dat had ik misschien makkelijker gevonden.

‘Ik was twee keer heel duidelijk geweest,’ zei ze. ‘Je wist waarom. En toen stond je daar toch dat verhaal te zingen. Je keek niet eens naar me.’

‘Ik dacht dat als je hoorde hoe het—’

Ik stopte. De zin was in zijn geheel nog slechter.

Mo tikte met zijn vinger tegen de rand van zijn beker. ‘Ik wist toen niet wat er aan de hand was,’ zei hij. ‘Ik dacht dat jullie ruzie hadden over het nummer.’

‘Dat hadden we ook,’ zei Sofie. ‘Alleen ging het niet over de akkoorden.’

Er was een stilte waarin ik mijn eigen adem hoorde. Ik had verwacht dat iemand zou uitleggen dat ik het goed had bedoeld. Niemand deed dat. Misschien wisten ze dat al en vonden ze het onvoldoende.

‘Dan spelen we het niet,’ zei ik.

Het klonk klein en geërgerd. Ik schaamde me voor mijn toon, maar kreeg hem niet meer terug.

Sofie knikte. ‘Goed.’

We speelden daarna nog twintig minuten. Het was niet gezellig. Het was wel mogelijk. Dat verbaasde me. In mijn hoofd betekende een conflict altijd dat de hele avond kapot was. Sofie speelde gewoon haar partij. Bas luisterde. Mo hield het tempo vast.

Toen we stopten, bleef ik bij mijn keyboard staan. Sofie pakte haar tas.

‘Wil je koffie?’ vroeg ik.

‘Vandaag niet.’

Ik knikte. Ze liep weg, deze keer door een gewone deur en op een gewone tijd.

René kwam binnen toen de anderen ook weg waren. Hij vroeg hoe het ging. Ik zei dat we nog een derde nummer moesten kiezen.

‘Je hoeft niet per se een groot slot,’ zei hij.

‘Dat zei ik niet.’

Hij keek me aan. ‘Nee. Dat zag ik aan je gezicht.’

Ik wilde hem vragen of hij zich ons laatste optreden herinnerde. Ik wilde dat hij zei dat iedereen toen onhandig was geweest. In plaats daarvan vertelde ik hem wat er aan het lied vastzat.

Hij luisterde zonder me te onderbreken. Daarna ging hij op een stoel zitten en schoof zijn mok een stukje van zich af.

‘Dat wist ik niet,’ zei hij.

‘Nee.’

‘Ik had toen beter moeten vragen wat er speelde.’

Ik voelde meteen de verleiding om zijn deel groter te maken dan het mijne. Hij had ons begeleid. Hij was de volwassene geweest. Maar ik was eenentwintig, geen kind dat per ongeluk een geheim in een vriendenboekje had geschreven.

‘Ik had gewoon moeten luisteren,’ zei ik.

René knikte. Hij maakte het niet mooier.

Thuis stopte ik het oude lied in een aparte map. Ik gooide het niet weg. Daar zou ik misschien weer iets heldhaftigs van maken. Ik legde het alleen niet meer tussen de nummers die wij samen moesten spelen.

Je kunt de hoofdstukken ook zonder opgeslagen leesplek lezen.

Terug naar de boekenplank

Fabliva op je beginscherm

Heeft je browser een installatieknop? Kies dan App installeren. Je kunt ook het browsermenu openen en kiezen voor Toevoegen aan beginscherm.

Op een iPhone of iPad vind je dit via de deelknop in Safari. Je kunt Fabliva ook gewoon in je browser blijven gebruiken.

Wat kan beter?

Een fout gevonden of een idee? Je hoeft geen naam of e-mailadres in te vullen. Zet geen privégegevens in je bericht.

Je bericht wordt naar Fabliva verstuurd. Gebruik 10 tot 2.000 tekens.