← Nog één keer zaterdag
Inhoudsopgave · hoofdstuk 13 van 14
  1. 1. De uitnodiging
  2. 2. Achter de fietsenstalling
  3. 3. Eén twee drie vier
  4. 4. Een uur is een uur
  5. 5. Het oude nummer
  6. 6. Bij Mo thuis
  7. 7. Mijn eigen stem
  8. 8. De grote zaal
  9. 9. Wat ik niet had gevraagd
  10. 10. Geen nieuw begin
  11. 11. Licht op de vloer
  12. 12. Nog één keer zaterdag
  13. 13. Na de laatste kabel
  14. 14. Over zes weken

HOOFDSTUK 13 VAN 14

Na de laatste kabel

In de opslagruimte sloeg Mo zijn armen om Bas heen. Bas hield zijn gitaar nog vast en er kwam een kort, boos geluid uit. Ze lieten elkaar lachend los. Sofie zette haar bas tegen de muur en ging op een kist zitten.

‘Die bus,’ zei ze.

‘Ja,’ zei ik. ‘Die vertrok van twee perrons.’

‘We kwamen er nog in,’ zei Bas.

Ik voelde hoe graag ik wilde uitleggen waarom ik te vroeg was begonnen. Ik had de tel anders gehoord, ik had naar de zaal gekeken, de monitor klonk vreemd. Allemaal waar genoeg. Niemand vroeg ernaar. Ik ging naast Sofie op de kist zitten.

Mo pakte vier bekers water. Er was geen dienblad en hij hield ze onhandig tussen zijn vingers. Ik nam er twee over. Eén liep over mijn hand. Het water was lauw. Ik dronk mijn beker in één keer leeg.

‘Ik wil dit nog een keer,’ zei ik.

De woorden kwamen eruit voordat ik had bedacht hoe groot ze klonken.

Sofie keek naar me. ‘Vanavond?’

‘Nee.’

‘Mooi. Dan laat ik eerst dit optreden even bezinken.’

Ik lachte en liet mijn schouders zakken. Achter de muur begon de volgende band. De bas trilde door de kist waar we op zaten. Mo tikte mee met zijn vingers op zijn been. Bas luisterde en zei dat de gitarist goed was.

We bleven een paar minuten zitten. Ik dacht aan de open passage in Halve maat, aan hoe lang Sofie had gewacht. Ik vroeg waarom ze later terugkwam dan tijdens de doorloop.

‘Omdat het mooi was,’ zei ze.

‘O.’

‘Ik dacht dat het nog even kon.’

Ik knikte. Mo had het gemerkt, zei hij. Hij was bijna begonnen, had haar hand gezien en gewacht. Bas zei dat hij vooral blij was dat hij de juiste toon nog wist. We hadden hetzelfde stuk gespeeld en verschillende dingen beleefd. Ik vond het prettig om dat te horen zonder er één verhaal van te hoeven maken.

Mijn ouders kwamen de gang in. Mijn moeder kuste me op mijn wang en zei dat ze mijn stem goed had kunnen verstaan.

‘Bij het laatste was dat makkelijker,’ zei mijn vader.

‘Daar zat geen tekst in, pap.’

‘Precies.’

Hij lachte om zijn eigen grap. Mijn moeder gaf hem een kleine duw met haar elleboog. Daarna keek hij me recht aan en zei dat hij het prachtig had gevonden. Hij deed dat zonder zijn stem te veranderen. Ik geloofde hem daardoor meteen.

Ze praatten met Sofie over Lou en met Mo over zijn vader. Bas werd gevraagd naar zijn werk. Hij vertelde dat hij software testte en legde vervolgens uit wat dat betekende. Mijn vader stelde zoveel vragen dat Bas een voorbeeld met een verkeerd werkende thermostaat verzon. Ik wist niet zeker of zijn werk daar iets mee te maken had, maar iedereen leek tevreden.

Mijn moeder vroeg of ze mijn keyboard mee naar huis moesten nemen.

‘Het gaat naar mij,’ zei ik.

Ze keek even verrast en knikte toen. ‘Ja. Natuurlijk.’

Ik had het niet nadrukkelijk bedoeld. Het was gewoon waar de hoes inmiddels hoorde.

In de zaal vertelde iemand een verhaal over René en een kamp waar een tent was weggewaaid. Aan het lachen te horen kende een groot deel van het publiek het al. René stond met één hand voor zijn ogen. Meryem had de microfoon en hield de verteller binnen de tijd door steeds een halve stap dichterbij te komen.

Ik zocht een plek achterin. Sofie kwam naast me staan. Bas ging drinken halen. Mo was even buiten aan het bellen. Hij kwam terug terwijl de verteller met veel gebaren uitlegde hoe René in zijn sokken achter de tent aan was gegaan.

‘Alles goed?’ vroeg ik zacht.

Mo knikte. ‘Mijn vader wil weten of de drummer nog steeds te hard speelt.’

‘Wat heb je gezegd?’

‘Dat ik op een gegeven moment ben weggegaan omdat het niet uit te houden was.’

Ik proestte in mijn beker. Sofie keek naar ons en schudde haar hoofd, maar bleef glimlachen.

René kreeg het woord. Hij keek naar het papier dat hij al de hele avond bij zich had en vouwde het dicht. Ik vreesde even een lange toespraak die helemaal uit het hoofd moest. Hij hield het kort. Hij bedankte de mensen met wie hij had gewerkt, de ouders die hadden gereden en de jongeren die soms minder belangstelling voor zijn advies hadden gehad dan goed voor hem was geweest.

Daarna vroeg hij iedereen ook een beetje aardig voor Meryem te zijn.

‘Dat bepaal ik zelf wel,’ zei zij naast hem.

Er werd gelachen. René knikte alsof dat precies het juiste antwoord was. Hij gaf haar de microfoon en stapte van het podium. Er begon alweer iemand stoelen te verplaatsen voor de volgende act. Zijn afscheid kreeg geen leegte om zich heen. Er waren te veel mensen die iets wilden laten horen.

Ik keek op mijn horloge. Kwart over tien. Ik had mezelf beloofd om halfelf naar mijn auto te gaan. De belofte voelde nu onredelijk. Ik wilde nog horen wie er kwam, nog iets zeggen tegen iemand die ik net had herkend, nog blijven op de plek waar ik acht weken naartoe had gewerkt.

Sofie zag me kijken.

‘Ga maar inpakken,’ zei ze. ‘We helpen.’

‘Er komt zo nog—’

‘Ik weet het.’

Ze zette haar lege beker neer. Ik had om hulp gevraagd noch een reden gegeven. Iedereen wist de reden al.

In de opslag pakten we de spullen die we eerder van het podium hadden gehaald. Bas trok de poten van mijn statief in. Mo hield de hoes open terwijl ik het keyboard erin liet zakken. Ik controleerde drie keer of de voeding erin zat. Dat was geen nieuwe zenuw; dat had ik altijd gedaan.

Sofie vond een kabel onder de kist.

‘Is die van jou?’

Ik bekeek het stuk rode tape bij de stekker. Dat had ik er als tiener omheen gewikkeld. Er zat nog een klein stukje van mijn naam op.

‘Ja.’

Ze rolde hem op en gaf hem aan me. Daarna droegen we alles naar de auto. Buiten was de lucht koeler geworden. De geluiden uit de zaal kwamen met ons mee en werden zachter toen de deur dichtviel.

René kwam naar buiten voordat ik de achterklep sloot. Hij had gezien dat ik weg moest en wilde me nog even spreken. De anderen bleven bij de auto staan. Er hoefde geen afzonderlijk moment van gemaakt te worden.

‘Ik ben blij dat jullie gekomen zijn,’ zei hij.

‘Wij ook,’ zei Bas.

René keek naar mijn keyboardhoes. ‘Speel je thuis ook weer?’

‘Ja.’

‘Mooi.’

Hij vroeg niet of er een nieuwe band kwam, of we vaker gingen optreden of wie de nummers schreef. Ik was hem daar dankbaar voor. Toen vroeg ik wanneer hij verhuisde. Volgende week, zei hij. De dozen stonden bij hem in de gang en zijn partner vond dat hij te veel koffiemokken bezat.

‘Dat is waarschijnlijk waar,’ zei Mo.

‘Ik heb vandaag nog twee nieuwe gekregen.’

We lachten. René sloeg zijn armen om ons heen, één voor één. Bij Sofie bleef hij iets langer staan. Ik hoorde niet wat hij zei en probeerde het niet te horen.

Mo gaf me een tik op mijn schouder. Bas zei dat ik morgen koffie nodig zou hebben. Sofie stak haar hand op toen ik in de auto zat. Ze gingen met René terug naar binnen. Ik bleef even wachten tot ze door de deur waren. Daarna startte ik.

Thuis zette ik het keyboard tegen de muur. Ik trok mijn schoenen uit en keek op mijn telefoon. Er stonden foto's in de groep, een korte opname van Mo en een bericht van Daan: avond loopt prima, succes morgen.

Ik luisterde niet naar de opname. Ik legde mijn kleren voor de vroege dienst klaar en zette de wekker. Toen ik in bed lag, hoorde ik de muziek nog, maar zonder vaste volgorde. Mijn lichaam was moe en wilde blijven bewegen. Het duurde langer dan ik hoopte voordat ik sliep.

Om vijf uur ging de wekker. Ik vond onze hele reünie ongeveer twintig seconden een onverantwoord idee. Daarna stond ik op.

In De Brug rook het naar brood dat nog in de oven zat. De medewerker die de keuken opende, wees op de koffiemachine. Ik vulde een mok en liep naar de zaal. Daan had het dossier voor het ontbijt klaargelegd. Er lag een briefje bovenop: Vier tafels links houden voor de kinderen.

Ik schoof twee stoelen opzij en zette de eerste kan water neer. Mijn stem klonk laag toen ik een collega goedemorgen wenste. Er was niemand die naar het optreden vroeg, omdat niemand ervan wist.

Dat vond ik even jammer. Daarna begon de eerste bus met gasten voor te rijden en moest de deur open.

Je kunt de hoofdstukken ook zonder opgeslagen leesplek lezen.

Terug naar de boekenplank

Fabliva op je beginscherm

Heeft je browser een installatieknop? Kies dan App installeren. Je kunt ook het browsermenu openen en kiezen voor Toevoegen aan beginscherm.

Op een iPhone of iPad vind je dit via de deelknop in Safari. Je kunt Fabliva ook gewoon in je browser blijven gebruiken.

Wat kan beter?

Een fout gevonden of een idee? Je hoeft geen naam of e-mailadres in te vullen. Zet geen privégegevens in je bericht.

Je bericht wordt naar Fabliva verstuurd. Gebruik 10 tot 2.000 tekens.