← Het reservefonds
Inhoudsopgave · hoofdstuk 8 van 14
  1. 1. De emmer
  2. 2. Een bedrag apart
  3. 3. Vijf stoelen
  4. 4. Twee versies
  5. 5. De werkplaats
  6. 6. Wat er onder verf zit
  7. 7. De naam op de overschrijving
  8. 8. Een voorstel
  9. 9. De ontbrekende regel
  10. 10. Oude bewoners
  11. 11. De prijs van vertrekken
  12. 12. Handtekeningen
  13. 13. Het bedrag dat terugkwam
  14. 14. Onder het nieuwe dak

HOOFDSTUK 8 VAN 14

Een voorstel

Rolf wachtte de volgende ochtend naast Simons auto. Hij had twee bekers koffie bij zich en keek naar de gevel van het huis alsof hij zich probeerde voor te stellen hoe die er vanaf de overkant uitzag. Simon had geen zin in koffie. Hij nam de beker toch aan.

‘Ik heb een idee,’ zei Rolf.

‘Daar ben ik even niet zo goed in.’

‘Dan luister je alleen.’

Ze liepen naar de kade. Het water stond hoog langs de stenen rand, maar bleef onder de onderste trede van het trapje waar in de zomer kinderen hun voeten in het water lieten hangen. Simon had daar vroeger met Daan gezeten. Hij wilde die herinnering niet nu, naast Rolf, maar ze kwam toch.

‘Ik zou jouw appartement kunnen kopen,’ zei Rolf.

Simon keek naar hem. ‘Je hebt er al een.’

‘Daarom is het praktisch. Ik ken het pand. Ik hoef niet drie keer te komen kijken. Je krijgt geen koper die na elk nieuw document opnieuw moet nadenken.’

‘En Bram?’

‘Bram blijft gewoon huren. Ik heb het over jouw woning.’

Rolf dronk van zijn koffie. Hij droeg handschoenen van dun leer. Simon vroeg zich af of hij die altijd droeg of alleen wanneer hij dingen ging bespreken die hem goed uitkwamen.

‘Mijn zoon wil terug naar Kadeveen,’ zei Rolf. ‘Hij werkt nu in Arnhem en zit daar in een appartement waar hij twee keer per week is. Dit zou voor hem een oplossing kunnen zijn.’

‘Je dochter dan?’

‘Die wil voorlopig vooral naar haar dansles. Het zijn twee kinderen, Simon.’

Hij glimlachte. Er zat geen spot in, maar Simon voelde de afstand. Hij had jarenlang gedacht dat hij Rolf kende omdat hij diens betalingen zag en wist wanneer hij vergaderingen miste. Hij wist nauwelijks iets van zijn gezin.

‘Wat wil je bieden?’

‘Tweehonderdvijfenveertig.’

Simon stopte met lopen. De koffie bewoog tegen het deksel van zijn beker.

‘De vraagprijs is tweehonderdtweeëntachtig en een half.’

‘Dat weet ik.’

‘Dat is zevenendertigduizend vijfhonderd minder.’

‘Je koopt niet alleen vierkante meters. Je koopt ook risico, een vereniging met een probleem en werk dat nog moet gebeuren.’

‘Dat probleem komt door mij. Als ik het geld terugbetaal, is het opgelost.’

Rolf keek naar het huis aan de overkant van de straat. ‘Een deel is opgelost. We weten nog niet wat het dak echt gaat kosten. We weten niet of er nog meer in de administratie zit. En Farah is bereid om haar verhaal te vertellen aan iedereen die aanbelt. Dat is haar goed recht, maar voor een koper geeft het onrust.’

Simon voelde zijn kaak aanspannen. Het was onaangenaam om zijn eigen gedrag als verkoopfactor opgesomd te krijgen. Toch was er ook iets geruststellends aan Rolfs benadering. Hij maakte er een bedrag van. Een verlies dat je kon afzetten tegen een ander verlies. Een probleem dat de juiste handtekening misschien naar het verleden kon duwen.

‘Je kunt rechtstreeks laten overmaken wat de vereniging nog krijgt,’ zei Rolf. ‘Dat leg je vast. Dan hebben we dat bedrag snel terug en kun jij verder.’

‘Zo snel is een verkoop niet rond.’

‘Sneller dan wanneer iemand nog financiering en onderzoek moet regelen.’

Simon keek naar het water. Op een drijvende tak zat een stuk rood lint. Het bleef aan een lage ring in de kademuur hangen en trok zichzelf telkens weer los.

‘En jij wilt dan dat we dit verder stilhouden?’

Rolf haalde zijn schouders op. ‘Ik wil dat het ophoudt met groter worden. Voor iedereen.’

‘Dat is niet hetzelfde.’

‘Het hoeft niet hetzelfde te zijn. We kunnen de feiten vastleggen en daarna het dak repareren. Niet elke vergadering hoeft een rechtbank te worden.’

Hij zei het zonder dreiging. Simon kon hem niet verwijten dat hij een belang had. Ze hadden allemaal een belang. Farah wilde een droge woning, Eline wilde dat er een plan kwam, Henk wilde blijven waar hij zat. Rolf wilde iets kopen voor een prijs die hem paste. Simon wilde verlost worden van het moment waarop hij iedere ochtend zijn telefoon moest pakken.

‘Denk erover na,’ zei Rolf. ‘Ik kan dit serieus maken. Maar niet over drie maanden.’

Ze liepen terug. Bij de voordeur hield Rolf zijn hand even op Simons schouder. ‘Je hoeft niet alles alleen te dragen.’

Die zin had Simon zelf tegen Daan gezegd, bij de broodjeszaak. Hij vond hem nu onbetrouwbaar klinken, al kon hij niet precies zeggen waarom.

Anouk kwam om half elf. Ze had de bezichtigingen verzet. Ze stapte binnen, legde haar tas op de lege eetkamertafel en vroeg hem vanaf het begin te vertellen. Simon deed dat. Hij vertelde over de betaling aan zijn zoon, over het overzicht en over wat hij gisteravond had toegegeven.

Toen hij klaar was, vroeg ze om de oorspronkelijke stukken.

‘Ik heb kopieën.’

‘Die wil ik. En alles wat Margo en Eline nu opstellen. Ik ga pas weer mensen laten komen als we weten welke informatie we moeten geven.’

‘Is er nog belangstelling?’

‘Dat weet ik daarna.’

Hij vertelde over Rolfs aanbod. Anouk schreef het bedrag op en keek naar hem.

‘Wil je dat ik het beoordeel als bod, of wil je dat ik zeg dat je het moet aannemen?’

‘Ik wil weten wat verstandig is.’

‘Dan moeten we eerst zorgen dat haast niet de enige maatstaf is.’

Ze vroeg hoeveel tijd hij dacht te hebben, welke verplichtingen er waren en of hij iemand had die onafhankelijk met hem naar zijn eigen financiële situatie kon kijken. Hij zei dat hij bij zijn bank een aanvraag had gedaan. Ze vroeg welke aanvraag. Toen hij over een overbrugging begon, zei ze dat hij ook moest laten bekijken welke andere mogelijkheden er waren en wat die zouden kosten. Ze beloofde niets. Ze schreef een naam op van iemand die hem kon helpen de stukken te ordenen, zonder een belang te hebben bij de verkoop.

‘Je hoeft niet tegen mij te doen alsof je dit allemaal al hebt overwogen,’ zei ze.

Hij keek naar de lijst op tafel. Er kwamen steeds nieuwe mensen bij die moesten kijken naar iets wat hij maandenlang aan niemand had willen laten zien.

Die middag belde Els. Ze vroeg niet hoe het met hem ging.

‘Heb je het verteld?’

‘Ja.’

‘Alles?’

‘Het geld.’

Ze wachtte.

‘En dat Daan het niet wist.’

‘Goed.’

Hij vertelde over Rolfs bod. Het bedrag bleef even tussen hen hangen. Els was bij de scheiding voor haar aandeel in de woning uitgekocht. Ze kende de waarde, de hypotheek en Simons gewoonte om kosten eerder te accepteren dan onzekerheid.

‘Je kunt een slecht bod aannemen,’ zei ze. ‘Maar noem het dan geen boete die je voor ons betaalt.’

‘Dat zeg ik toch niet?’

‘Nog niet.’

Hij ging op de bank zitten. Door de telefoon hoorde hij haar een keukenkastje sluiten. Ze woonde twee straten van haar zus en had een klein balkon waar ze in de zomer tomaten kweekte. Ze had het hem één keer laten zien. Hij had gezegd dat die potten te klein waren. Ze had later een foto gestuurd van een volle schaal tomaten, zonder tekst.

‘Wat moet ik dan doen?’ vroeg hij.

Els zuchtte. ‘Een beslissing nemen waarvan je de reden kunt uitleggen zonder Daan erbij te halen.’

Na het gesprek bleef hij lang zitten. Rolfs koffie stond onaangeroerd op het aanrecht. Hij haalde de deksel eraf, gooide de koude inhoud weg en spoelde de beker om voordat hij hem in de afvalbak deed. Het was een gewoonte waarvoor niemand hem ooit iets had verweten.

Je kunt de hoofdstukken ook zonder opgeslagen leesplek lezen.

Terug naar de boekenplank

Fabliva op je beginscherm

Heeft je browser een installatieknop? Kies dan App installeren. Je kunt ook het browsermenu openen en kiezen voor Toevoegen aan beginscherm.

Op een iPhone of iPad vind je dit via de deelknop in Safari. Je kunt Fabliva ook gewoon in je browser blijven gebruiken.

Wat kan beter?

Een fout gevonden of een idee? Je hoeft geen naam of e-mailadres in te vullen. Zet geen privégegevens in je bericht.

Je bericht wordt naar Fabliva verstuurd. Gebruik 10 tot 2.000 tekens.