← Het reservefonds
Inhoudsopgave · hoofdstuk 14 van 14
  1. 1. De emmer
  2. 2. Een bedrag apart
  3. 3. Vijf stoelen
  4. 4. Twee versies
  5. 5. De werkplaats
  6. 6. Wat er onder verf zit
  7. 7. De naam op de overschrijving
  8. 8. Een voorstel
  9. 9. De ontbrekende regel
  10. 10. Oude bewoners
  11. 11. De prijs van vertrekken
  12. 12. Handtekeningen
  13. 13. Het bedrag dat terugkwam
  14. 14. Onder het nieuwe dak

HOOFDSTUK 14 VAN 14

Onder het nieuwe dak

In juni rook de hal naar verf. De kleur was lichter dan vroeger. Eline had drie stalen op de muur laten zetten en iedereen had ernaar kunnen kijken voordat de schilder begon. Henk had de donkerste gekozen omdat je daar minder op zag. Farah had gezegd dat je juist moest kunnen zien wanneer iets vies werd. Uiteindelijk was het de middelste geworden.

Simon kwam op een donderdagmiddag terug om een trapladder op te halen. De overdracht van zijn appartement was een week eerder afgerond. Het resterende bedrag van twaalfduizend achthonderd euro was volgens de schriftelijke regeling rechtstreeks aan de vereniging betaald. Eline had hem een ontvangstbevestiging gestuurd, met het bedrag en de datum. Er stond onder dat daarmee de overeengekomen hoofdsom volledig was terugbetaald. Ze had er geen persoonlijke zin aan toegevoegd.

Hij had de mail uitgeprint. Het papier lag nu in zijn nieuwe woning, in een map met zijn eigen financiële stukken. Hij had zichzelf verboden het op tafel te laten liggen als bewijs dat hij uiteindelijk toch betrouwbaar was gebleken. Het bewees alleen dat een bedrag was terugbetaald.

Het dakwerk was voltooid. De uiteindelijke werkzaamheden waren binnen de bijgewerkte aanneemsom gebleven, al had Johan daarvoor op twee plekken moeten afstemmen wat wel en niet nodig was. De bewoners hadden de foto's ontvangen. Ilse was langs geweest tijdens het werk en na de afronding. Het dossier bevatte nu ook de vragen die onderweg waren gesteld en de antwoorden erop. Je hoefde niet meer te weten wie er toevallig op een dinsdag thuis was geweest om te begrijpen waarom iets was besloten.

Farah had haar plafond opnieuw laten afwerken. De schade aan de vloer was beperkt gebleven tot een strook bij de vensterbank. De vergoeding en de kosten waren niet allemaal op dezelfde dag geregeld. Ze had wekenlang afspraken gehad met mensen die kwamen kijken, meten of iets opschrijven. Simon wist dat omdat de vereniging haar voortgangsmeldingen had ontvangen zolang hij nog eigenaar was. Hij had op geen van die berichten geantwoord met de vraag of het nu bijna klaar was.

Hij belde aan. Zijn oude sleutelbos voelde vreemd licht in zijn jaszak. Er zaten nog drie sleutels aan: de voordeur van zijn nieuwe appartement, de brievenbus en een reservesleutel voor de berging die hij had vergeten in te leveren.

Farah deed open.

‘Voor de ladder?’

‘Ja.’

‘Hij staat achterin. Merel is boven, maar ze zit in een vergadering.’

Hij stapte naar binnen. Op het plankje bij de spiegel lagen Yara's fietshandschoenen. De blauwe sleutelhaak was leeg. Farah had de sleutel kennelijk bij zich.

‘Hoe gaat het met je nieuwe huis?’ vroeg ze.

‘Kleiner. Maar het past.’

‘Dat is handig.’

Hij glimlachte. Ze liep met hem naar de berging. De dozen van Henk waren terug naar boven. Er stonden nu twee verfblikken en een rol afdekpapier. Tegen de muur leunde de ladder die Simon al bijna twintig jaar had. Aan een van de treden zat een kras van de eerste verbouwing.

‘Ik had deze nog,’ zei hij en haalde de bergingssleutel van zijn ring.

Farah nam hem aan. Ze keek niet wantrouwig, maar controleerde wel of er een label aan zat.

‘Dank je. We zijn de lijst aan het nalopen.’

‘Er waren er vier. Eén bij Henk, één hier, één in de gezamenlijke kast en deze.’

Ze noteerde het in haar telefoon. Hij pakte de ladder en hield hem zo dat hij de pas geverfde deurpost niet raakte.

Uit de woonkamer kwam Yara. Ze had een vel papier in haar hand en vroeg haar moeder waar de nietmachine was. Toen ze Simon zag, bleef ze staan.

‘Ons plafond is weer wit,’ zei ze.

‘Dat zag ik.’

‘Het is niet precies hetzelfde wit.’

Farah zei dat ze de nietmachine op haar bureau kon pakken. Yara verdween weer. Simon wilde vragen wat ze maakte, maar het kind was al bezig met iets anders.

‘Daan is nog langs geweest voor mijn fiets,’ zei Farah.

‘Dat zei hij.’

‘Hij doet het goed. Die versnelling bleef al maanden hangen.’

Simon knikte. Hij had van Daan gehoord dat Farah hem via de website had geboekt en de rekening dezelfde avond had betaald. Geen vriendendienst, geen vergoeding voor wat zijn vader had gedaan. Gewoon een fiets die gerepareerd moest worden.

‘Fijn,’ zei hij.

Bij de voordeur bleef hij even staan. Er was niets meer dat hij moest uitleggen. Hij had een paar keer overwogen alsnog aan Farah te vertellen hoe de maanden voor de lening waren geweest: de stilte thuis, Daans problemen, de schaamte dat hij zelf minder geld beschikbaar had dan iedereen van hem aannam. Het waren echte omstandigheden. Ze hoefde ze niet allemaal te dragen om recht te hebben op haar boosheid.

‘Tot ziens,’ zei hij.

‘Dag, Simon.’

Ze sloot de deur nadat hij de ladder door de opening had gemanoeuvreerd.

Op de bovenste verdieping ging een raam open. Henk stak zijn hoofd naar buiten.

‘Heb je hem?’

Simon hield de ladder een stukje omhoog.

‘Ik had nog willen vragen of je koffie wilde.’

‘Ik moet thuis zijn. Daan komt helpen met een gordijnrail.’

‘Die jongen heeft het druk.’

‘Ja.’

Henk bleef nog even in het raam staan. ‘Zaterdag dan?’

‘Zaterdag kan.’

‘Ik bel je.’

Simon zette de ladder in de auto. Aan de overkant van de straat zat de medewerker van de fietsenwinkel op een kruk in de zon. Het rek stond nog steeds een beetje scheef. Het nieuwe dak was vanaf hier nauwelijks te zien. Het huis leek niet anders dan op de dag dat Farah hem had gebeld. Misschien was dat waarom onderhoud zo gemakkelijk uit te stellen was. Wat goed werd gedaan, viel later vaak niet meer op.

Zijn nieuwe appartement lag boven een drogist aan de rand van het centrum. Er was een lift die een geluid maakte alsof hij bij iedere verdieping opnieuw moest besluiten door te gaan. De woonkamer keek uit op een binnentuin met een grote kastanjeboom. Simon had de groene tafellamp gekocht. Hij had hem nog nergens neergezet omdat de enige tafel voorlopig vol verhuisdozen stond.

Daan stond bij de ingang toen hij aankwam. Naast hem stond de bus, met het logo dat hij eindelijk had laten aanbrengen. De letters waren kleiner dan Simon zou hebben gekozen. Hij zei er niets van.

‘Je bent laat,’ zei Daan.

‘Vijf minuten.’

‘Zes.’

Simon pakte de ladder uit de auto. Daan nam de andere kant en samen droegen ze hem naar de lift. Boven zette Daan zijn gereedschap op een uitgeklapte doek. Hij vroeg waar de rail moest komen.

‘Zo dicht mogelijk bij het plafond,’ zei Simon.

‘Dan moeten de gordijnen langer zijn dan je nu hebt.’

‘Die laat ik aanpassen.’

Daan keek naar hem. ‘Je kunt hem ook drie centimeter lager hangen. Dan passen ze gewoon.’

Simon mat met zijn ogen de afstand tussen raam en plafond. Hij had een voorkeur, maar geen goede reden om eraan vast te houden.

‘Doe maar lager.’

Terwijl Daan boorde, pakte Simon een doos uit. Er kwamen borden tevoorschijn die hij sinds de scheiding zelden gebruikte, een blikopener, een flesopener in de vorm van een vis. Onderin lag de pan van Henk. Hij had hem schoongemaakt en apart gezet om terug te brengen, en daarna met de keukenspullen ingepakt.

Hij zette de pan bij de deur voor zaterdag. Daarna haalde hij de telefoon uit zijn zak en betaalde de rekening die Daan voor de materialen had gestuurd. Het bedrag was kleiner dan hij had verwacht. Hij hoefde niet te vragen of er iets was vergeten; er stond een specificatie bij.

‘Blijf je eten?’ vroeg hij.

Daan liet de boormachine zakken. ‘Wat heb je?’

‘Pasta. Tomaten. Kaas.’

‘Daar kun je iets van maken.’

‘Dat was het idee.’

Daan draaide de laatste schroef vast en trok aan de rail om te controleren of die hield. Daarna stapte hij van de ladder.

‘Wil jij die doos even weghalen? Dan kan ik de gordijnen ophangen.’

Simon pakte de doos en droeg hem naar de slaapkamer. Hij kwam terug om te kijken of Daan nog iets nodig had. Zijn zoon stond al op de ladder met de eerste haakjes tussen zijn vingers.

Simon ging naar de keuken en zette twee borden op tafel.

Einde van het verhaal.

Je kunt de hoofdstukken ook zonder opgeslagen leesplek lezen.

Terug naar de boekenplank

Fabliva op je beginscherm

Heeft je browser een installatieknop? Kies dan App installeren. Je kunt ook het browsermenu openen en kiezen voor Toevoegen aan beginscherm.

Op een iPhone of iPad vind je dit via de deelknop in Safari. Je kunt Fabliva ook gewoon in je browser blijven gebruiken.

Wat kan beter?

Een fout gevonden of een idee? Je hoeft geen naam of e-mailadres in te vullen. Zet geen privégegevens in je bericht.

Je bericht wordt naar Fabliva verstuurd. Gebruik 10 tot 2.000 tekens.