← Het reservefonds
Inhoudsopgave · hoofdstuk 1 van 14
  1. 1. De emmer
  2. 2. Een bedrag apart
  3. 3. Vijf stoelen
  4. 4. Twee versies
  5. 5. De werkplaats
  6. 6. Wat er onder verf zit
  7. 7. De naam op de overschrijving
  8. 8. Een voorstel
  9. 9. De ontbrekende regel
  10. 10. Oude bewoners
  11. 11. De prijs van vertrekken
  12. 12. Handtekeningen
  13. 13. Het bedrag dat terugkwam
  14. 14. Onder het nieuwe dak

HOOFDSTUK 1 VAN 14

De emmer

De emmer die Farah onder het lek had gezet, was te klein. Dat was het eerste wat Simon dacht toen hij haar woonkamer binnenkwam. Hij schaamde zich er meteen voor. Op het laminaat lag een badhanddoek, op de bank een stapel kinderboeken, en langs de muur liep een bruine streep die bij het plafond begon en achter de radiator verdween. Farah stond op sokken naast de emmer. Haar rechtervoet was nat.

‘Sinds wanneer?’ vroeg hij.

‘Sinds kwart over zes. Ik was aan het douchen. Yara riep dat het binnen regende.’

Simon keek omhoog. Het plafond boven de vensterbank bolde nauwelijks. Je moest weten dat het daarvoor vlak was geweest. Hij had die kamer jarenlang gekend als de voorkamer van mevrouw Van Alten, met haar vitrinekast en een naaimand die ze nooit opende. Farah had de muren groen gemaakt en de deur naar de keuken uit de scharnieren gehaald. Het huis zag er beneden jonger uit dan boven.

‘Heb je iets groters?’

‘Een wasmand met gaatjes.’

Hij knikte alsof ze hem een bruikbaar antwoord had gegeven. Het water tikte met onregelmatige tussenpozen in de emmer. Als er drie druppels snel achter elkaar kwamen, wachtte hij onwillekeurig op een vierde.

‘Ik heb er boven nog een,’ zei hij.

‘Simon.’ Ze wachtte tot hij haar aankeek. ‘Wie gaan we bellen?’

De stem van Yara kwam uit de keuken. Ze vroeg of haar brood in een boterhamzakje mocht. Farah antwoordde zonder zich om te draaien dat het brood in een broodtrommel hoorde.

‘Die is nat.’

Farah sloot even haar ogen. Simon kende dat gebaar van zijn ex-vrouw: het korte verdwijnen achter twee oogleden voordat de rest van de dag weer op gang moest worden gebracht. Hij wist nooit of hij op zulke momenten iets moest zeggen. Meestal begon hij over een praktisch detail.

‘Ik bel Noordkant. Die kennen de situatie.’

‘Dan hoop ik dat ze beter begrijpen wat de situatie is dan ik.’

Hij haalde zijn telefoon uit zijn jaszak. Er zat een scherf van een pepermuntje aan het scherm. Terwijl hij die met zijn duim wegwreef, hoorde hij boven zich een stoel verschuiven. Henk was wakker. Tegen zevenen begon hij altijd met zijn stoelen: eerst de stoel waarin hij de krant las, dan de stoel naast de radiator, dan, om redenen die Simon nooit had begrepen, de kruk in zijn kleine keuken. De vloeren van het voormalige pension gaven elke gewoonte door.

Noordkant Onderhoud nam niet op. Simon sprak zijn naam in, het adres en dat er nu water binnenkwam in het appartement op de begane grond. Het woord nu klonk harder dan hij wilde. Hij liep naar het raam om het gesprek af te ronden, met zijn rug naar Farah.

‘Ik word teruggebeld.’

‘Dat weet je niet.’

‘Ze beginnen vroeg.’

Ze trok haar natte sok uit en legde die over de rug van een stoel. Aan de andere voet droeg ze een sok met een blauwe teen. Simon zag op de vensterbank een rij verfstalen liggen. Er stonden namen op die hij alleen met vakanties associeerde: salie, duin, ochtendmist. Het groen op de muur heette kennelijk anders.

Yara verscheen met een plastic zakje in haar hand. Ze was negen, maar klein genoeg om jonger te lijken als ze haar rugtas om had. De tas stak aan weerszijden van haar lichaam uit.

‘Is het dak stuk?’ vroeg ze.

‘Er moet iets gerepareerd worden,’ zei Simon.

‘Dat is hetzelfde.’

Farah lachte kort. ‘Ga je schoenen aantrekken. Je kunt met Tess mee.’

‘Moet jij niet werken?’

‘Ik bel straks.’

Het kind keek naar de emmer en daarna naar Simon, alsof hij degene was die over Farahs werk ging. Hij had zijn handen op zijn rug gevouwen. Dat deed hij wanneer er ergens op hem werd gewacht en hij wilde laten zien dat hij de rust bewaarde.

In de gang hielp Farah haar dochter met een rits die over de voering was gelopen. Simon kon hen zien door de deuropening. Vóór Farah hier kwam wonen, was de gang donkerbruin geweest. Nu hing er een spiegel met een dunne houten rand en een plankje voor sleutels. Bij het plafond zat nog een rechthoek waar ooit het bord met de pensionregels had gehangen. Roken op de kamers verboden. Bezoek na tien uur melden. Alle sleutels inleveren bij vertrek.

Hij had het bord als eerste weggehaald toen de laatste verhuurkamers in appartementen werden veranderd. Bij de vergadering erover had iemand gezegd dat het wel iets karakteristieks had. Simon had geantwoord dat karakter niet hetzelfde was als slijtage. Hij was toen achtendertig geweest en zag in elke vergadering iets wat nog op orde moest worden gebracht.

Farah kwam terug. ‘Je mag best gaan zitten. Je staat erbij alsof je de verkeerde rouwkamer bent binnengelopen.’

Hij ging op het puntje van een eetkamerstoel zitten. Achter Farah sprong het licht in de keuken aan. De beweging van haar arm was genoeg om de sensor te activeren. Dat had ze zelf laten installeren.

‘Toen ik dit kocht,’ zei ze, ‘zat er bij de stukken een overzicht van de reserve. Er zou voldoende geld zijn voor het dak.’

‘Dat klopt.’

Hij wist hoe snel het antwoord was gekomen. Het zou haar ook zijn opgevallen.

‘Waarom is er dan nog niets gedaan?’

‘Er is al een opdracht verstrekt.’

‘Wanneer?’

‘In het najaar.’

‘Ik woon hier sinds september.’

Hij knikte.

‘Dus toen wij in november spraken over die plek bij mijn raam, was er al een opdracht.’

‘Dat was toen nog geen lek.’

‘Het was een vochtplek, Simon. Ik weet niet hoe lang iets nat moet zijn voordat het telt.’

Hij stond op en liep naar de muur. Met twee vingers voelde hij aan de verf naast de bruine streep. Hij voelde nauwelijks verschil. Op afstand leek water altijd eenvoudiger dan wanneer het zich eenmaal tussen materialen had verplaatst.

‘Bij het dakwerk hebben ze droog weer nodig. En de steiger moet aan twee kanten kunnen staan. Henk heeft in november een paar dagen niet gekund.’

Zodra hij Henk noemde, wist hij dat hij te ver ging. Henk was drie dagen bij zijn dochter in Groningen geweest. Daarna had de steiger nog vijf weken geplaatst kunnen worden. Simon had Noordkant gevraagd te wachten op het nieuwe jaar, omdat hij eerst de aanvullende begroting wilde bespreken. Dat had hij ook zo in zijn mail gezet. Hij herinnerde zich de formulering: laten we het traject zorgvuldig afronden. Johan van Norden had dezelfde middag gebeld. Zorgvuldig afronden betekende volgens Johan dat je een gat dichtmaakte voordat het begon te regenen.

Farah trok haar andere sok uit. ‘Ik moet straks naar het ziekenhuis. Er ligt werk voor me. Er wachten daar mensen op mij.’

‘Als je me de sleutel geeft, kan ik hier blijven.’

‘Dat helpt. Dank je.’

De dank maakte hem onrustiger dan haar vragen. Hij zag dat ze haar boosheid opzijzette omdat ze op dat moment iets van hem nodig had. Het was een praktische keuze. Zo werden in dit huis veel keuzes gemaakt.

Zijn telefoon ging. Johan. Simon nam op en liep meteen naar de gang. Hij hoorde Farah in de keuken aan een collega uitleggen dat ze later zou zijn. Nee, geen ziekte. Water. In de woonkamer.

‘Je bericht,’ zei Johan. ‘Het is dus doorgekomen.’

‘Kun je iemand sturen?’

‘Ik kan aan het einde van de ochtend komen kijken. Dat is geen reparatieploeg.’

‘We moeten eerst weten wat er nodig is.’

‘Dat weten we al vanaf oktober.’

Simon drukte de telefoon steviger tegen zijn oor. Buiten passeerde een vuilniswagen. Er viel iets zwaars in de laadbak, waarna een motor metaal tegen metaal duwde. Hij wachtte tot het geluid voorbij was.

‘Het gaat nu om een noodoplossing.’

‘Vooruit. Tegen half twaalf.’

‘En de kosten?’

Johan antwoordde niet onmiddellijk. ‘Ik ga eerst kijken.’

Toen Simon terugkwam, had Farah haar schoenen aan. Ze gaf hem haar sleutel en liep nog eenmaal de woonkamer in. Bij de deur bleef ze staan.

‘Er zit geen aparte spaarrekening waar we niet bij kunnen, toch? Het geld is gewoon beschikbaar?’

Hij zag haar gezicht in de spiegel aan de wand. Naast haar stond hij zelf: brede jas, dunner wordend haar, de man van de ordners.

‘We hebben een reservefonds,’ zei hij.

‘Dat vroeg ik niet.’

Er viel een druppel. In de emmer klonk hij bijna opgewekt.

‘Ik zoek het vanmiddag precies uit.’

Ze keek hem nog even aan, legde daarna haar hand op de deurkruk en vertrok. Simon luisterde naar haar stappen op de stoep. Pas toen hij de deur van de auto hoorde, ging hij naar boven om zijn grotere emmer te halen.

Op de overloop stond Henk in zijn kamerjas. Hij droeg die open over een trainingsbroek en een overhemd waarvan alleen de onderste knopen dicht waren.

‘Bij haar?’ vroeg hij.

Simon hield de sleutel omhoog.

Henk keek naar de sleutel, niet naar hem. ‘Misschien moet je het nu toch zeggen.’

‘Er valt eerst een lek te repareren.’

‘Dat zal wel.’

Simon liep langs hem. In zijn eigen woning was het stil en warm. De foto’s voor de makelaar waren afgelopen vrijdag gemaakt. Voor het eerst in jaren stond er niets op de eetkamertafel. Hij had de papieren in een lade geschoven die nu maar half dicht kon.

Hij pakte de emmer uit de bergkast. Onder het handvat zat opgedroogde muurverf, van toen hij de slaapkamer voor Daan had geschilderd. Daan had er nog geen jaar geslapen. Daarna was hij uit huis gegaan en had Simon de muren wit gemaakt voor een logeerkamer waar vrijwel niemand logeerde.

Voor hij naar beneden liep, trok hij de lade open. Boven op de stapel lag het financiële overzicht dat hij vorige week had uitgeprint. Hij hoefde het niet om te draaien om het bedrag te kennen.

Achtenveertigduizend vierhonderdzestig euro.

Hij schoof het papier onder een folder met kleinere huurwoningen en deed de lade dicht met zijn heup.

Je kunt de hoofdstukken ook zonder opgeslagen leesplek lezen.

Terug naar de boekenplank

Fabliva op je beginscherm

Heeft je browser een installatieknop? Kies dan App installeren. Je kunt ook het browsermenu openen en kiezen voor Toevoegen aan beginscherm.

Op een iPhone of iPad vind je dit via de deelknop in Safari. Je kunt Fabliva ook gewoon in je browser blijven gebruiken.

Wat kan beter?

Een fout gevonden of een idee? Je hoeft geen naam of e-mailadres in te vullen. Zet geen privégegevens in je bericht.

Je bericht wordt naar Fabliva verstuurd. Gebruik 10 tot 2.000 tekens.