HOOFDSTUK 3 VAN 14
Vijf stoelen
Eline schoof de ronde tafel van de muur en haalde een vijfde stoel uit haar slaapkamer. De stoel was lager dan de andere vier en had een blauw kussen dat niet goed paste. Simon zette er zijn tas op, zodat niemand hoefde te kiezen wie erop zou zitten.
‘Wil je die even aan de kant zetten?’ vroeg Eline. ‘Henk zit daar liever. Anders krijgt hij last van zijn heup.’
Simon haalde de tas weg. Eline had alles al verdeeld: de stoelen, de kopjes, de volgorde waarin problemen besproken moesten worden. Op haar aanrecht stonden drie potten thee. Ze dronk zelf koffie en kwam zelden aan de thee toe, maar vond het prettig dat er keus was.
‘Rolf komt om acht uur,’ zei ze. ‘Hij moet eerst zijn dochter wegbrengen.’
‘Het is tien over acht.’
‘Dan zal hij haar nog aan het wegbrengen zijn.’
Aan de andere kant van de gang hoorde Simon Farah haar dochter naar bed sturen. De twee appartementen op de begane grond waren ooit de eetzaal en de voorkamer van het pension geweest. Waar nu een deur zat, had vroeger een luik naar de keuken gezeten. Henk kon nog vertellen wie er door dat luik koffie had aangepakt. Simon had zulke verhalen altijd aardig gevonden zolang ze niet tijdens een vergadering werden verteld.
Johan had de oorzaak van de lekkage niet in een paar minuten kunnen vaststellen. Het water kwam achter het zinkwerk naar binnen en vond vervolgens zijn eigen weg door de oude aanbouw. Er waren twee plaatsen die al eerder aandacht hadden gevraagd. Hij had foto's gemaakt en zou de volgende ochtend een ploeg sturen voor een noodreparatie. Die zou naar schatting tweeduizend achthonderdvijftig euro kosten. Als het grote werk doorging, werd het meegenomen in de totale aanneemsom.
‘Hij zegt dat het langer heeft gespeeld,’ zei Eline.
‘Dat zeggen aannemers altijd.’
Ze keek hem aan. ‘Ik bedoel: hij zegt dat hij daarover met jou heeft gesproken.’
‘Natuurlijk heeft hij dat.’
Ze nam een kopje uit de kast en zette het terug. ‘Laten we straks gewoon zeggen wat we weten. Ik heb geen zin om er drie avonden over te doen.’
Farah kwam binnen met een kleine schriftmap onder haar arm. Henk volgde haar. Hij had een wollen trui aangetrokken waarvan de ellebogen zo dun waren dat zijn overhemd erdoorheen schemerde. Eline schonk thee in, Farah wilde water. Simon hield zijn jas over de leuning van zijn stoel; hij had zijn woning nog niet opgeruimd na de bezichtigingsvoorbereidingen en wilde laten merken dat hij niet de hele avond kon blijven.
Rolf kwam als laatste. Hij sloeg zijn jas uit in de gang, keek naar het plafond alsof hij het lek daar verwachtte en drukte Eline een fles wijn in haar hand.
‘Voor de moeite,’ zei hij.
‘Je hoeft mijn thee niet te vergoeden.’
‘Het is een goede.’
Hij ging zitten en legde zijn telefoon naast zijn kopje. Rolf bezat het appartement achter Simon, maar woonde er al acht jaar niet meer. Zijn huurder Bram werkte op een drukkerij in ploegendienst. Bram betaalde op tijd, maakte de trap schoon wanneer dat zijn beurt was en had voor het portaal een kapstok gemaakt. Toch werd hij nooit voor een vergadering uitgenodigd. Hij moest zijn vragen aan Rolf stellen, waarna Rolf ze stelde alsof hij ze zelf had bedacht.
Eline begon met een samenvatting. Een lekkage bij Farah. Een noodreparatie morgen. De vraag hoe snel het grotere werk kon worden uitgevoerd. Ze had het woord lekkage onderstreept op een vel papier.
‘De noodreparatie lijkt me geen discussie,’ zei Rolf. ‘Maar ik wil wel weten of dit de beste partij is.’
‘Ze kennen het pand,’ zei Simon.
‘Dat lijkt tot nu toe weinig voordeel op te leveren.’
Henk boog zich naar zijn thee. Farah schreef iets op.
‘Er is een offerte uit oktober,’ zei Simon. ‘Bijna dertigduizend voor de oorspronkelijke werkzaamheden. Maar bij de opengelegde aansluiting zal mogelijk meer moeten gebeuren. Johan komt met een bijgewerkte begroting.’
‘Is die offerte akkoord?’ vroeg Farah.
‘Er is een aanbetaling gedaan.’
‘Hoeveel?’
‘Twaalfduizend.’
Eline trok haar wenkbrauwen op. ‘Dat wist ik.’ Ze zei het snel, alsof iemand het tegendeel had beweerd. ‘Dat is in november besproken.’
‘Met mij niet,’ zei Farah.
‘Je was bij dat overleg niet aanwezig.’
‘Omdat jullie het diezelfde middag hadden aangekondigd. Ik moest werken. Ik heb daarna om de aantekeningen gevraagd.’
Eline keek naar Simon. ‘Die had jij toch gestuurd?’
‘Er is niet veel genotuleerd. We waren met drie mensen.’
‘Dat is kennelijk genoeg om twaalfduizend euro uit te geven.’
Rolf pakte zijn telefoon, draaide hem om en schoof hem dichter naar zich toe. ‘Ik dacht dat we een spoedopdracht hadden gegeven voor het lek bij de berging. Niet voor het hele dak.’
‘Het hele dak is ook niet aan de orde,’ zei Simon. ‘Het gaat om het platte gedeelte en de aansluitingen. Je moet die zaken wel uit elkaar houden.’
‘Dan beginnen we daar vanavond mee,’ zei Farah.
Ze sprak rustig. Dat maakte het moeilijker om haar onderbrekingen als ongeduld te beschouwen. Ze had op haar telefoon de stukken geopend die ze bij de aankoop van haar appartement had ontvangen. Simon zag zijn eigen tabel ondersteboven op het scherm staan.
‘Is die twaalfduizend al van de reserve af?’
Hij kon nu zeggen: van de bankrekening wel. Hij kon uitleggen dat de administratieve verwerking nog niet klopte en de rest een dag later rechtzetten. Het was een mogelijkheid die nog helemaal binnen zijn bereik lag. Hij had er geen nieuw document voor nodig, alleen een zin.
‘In het overzicht staan de middelen bij elkaar,’ zei hij.
‘Welke middelen?’
‘De bedragen die voor het onderhoud zijn gereserveerd.’
‘Dat begrijp ik. Ik vraag hoeveel er nu op de rekening staat.’
Henk zette zijn kopje neer. Het schoteltje tikte tegen de rand van de tafel. Simon keek naar hem, maar Henk hield zijn ogen op de thee gericht.
‘Niet alles staat op dezelfde plek,’ zei Simon.
‘Is er een spaarrekening?’ vroeg Rolf.
‘Administratief moet je onderscheid maken.’
‘Dat is geen antwoord,’ zei Eline. Ze vouwde haar handen om haar kopje. ‘Simon, als er twee rekeningen zijn, zijn er twee rekeningen. Als er één is, is er één.’
Hij voelde de warmte onder zijn overhemd opkomen. Het was niet de warmte van de kamer. Hij kende dit gevoel van een verkeerd ingevulde bestelling op zijn werk, twintig jaar geleden, toen drie vrachtwagens met materialen naar een vestiging waren gereden die een week eerder was gesloten. Hij had toen ook nog een paar minuten geprobeerd iets te verklaren wat eenvoudigweg verkeerd was gegaan.
‘Ik wil de cijfers eerst met Margo afstemmen.’
‘Wanneer?’ vroeg Farah.
‘Morgen.’
‘Kunnen we de bankafschriften dan ook krijgen?’
Hij knikte.
Rolf leunde achterover. ‘Van het hele jaar graag. Er hoort een aansluiting te zijn. Beginstand, bijdragen, uitgaven, eindstand. Ik wil best meedenken, maar dit voelt alsof ik ergens halverwege een gesprek binnenkom.’
‘Dat kom je ook,’ zei Henk plotseling. ‘Je bent er nooit.’
‘Ik betaal wel.’
‘Dat doen we allemaal.’
Eline hief haar hand. Ze deed dat ook wanneer er tijdens een voorstelling een probleem was en verschillende mensen tegelijk door haar oortje praatten. Simon had het een keer gezien toen hij haar op het station kwam ophalen: de hand omhoog naar niemand, haar hoofd iets schuin, dan een korte opdracht.
‘De reparatie gaat morgen door,’ zei ze. ‘Daar zijn we het over eens. Daarna willen we de bijgewerkte offerte, de bankafschriften en een overzicht van wat we nog verschuldigd zijn. Ik stel voor dat Margo dat rechtstreeks aan ons allemaal stuurt.’
Simon pakte zijn tas. ‘Dat regel ik.’
‘Ik regel het,’ zei Eline.
Hij liet zijn hand liggen op de gesp van de tas. Even was dat het enige voorwerp in de kamer dat hij scherp zag: het versleten leer, de donkere plek waar hij het iedere dag aanraakte.
Rolf begon over een onafhankelijk onderzoek. Farah wilde weten wie de schade aan haar plafond zou bekijken. Henk zei dat een oude buurman altijd een goede schilder had gehad. Ze praatten verder, en Simon hoorde zichzelf af en toe een praktisch antwoord geven. Hij kende het huis, de contacten, de plaatsen waar nog een sleutel lag. Het was mogelijk om onmisbaar te blijven terwijl iedereen al aan je twijfelde.
Toen ze opstonden, hield Eline hem even tegen.
‘Heb je ergens een fout gemaakt?’ vroeg ze.
Het was een vriendelijke vraag. Ze bood hem een manier aan om in het gesprek te blijven.
‘Ik moet de voorschotten nog goed verwerken.’
‘Doe dat dan. We moeten kunnen begrijpen wat we zien.’
Hij knikte. In de gang stond Farah met de deur naar haar woning half open. Ze wachtte tot hij voorbij was voordat ze de deur dichtdeed.
Op zijn eigen verdieping voelde Simon aan de lege plek naast zijn deur. Binnenkort zou daar een makelaarsbord hangen. De gaten voor de bevestiging zaten er nog van toen Els en hij het appartement hadden gekocht. Hij had ze nooit dichtgemaakt, omdat er een plantenbak voor stond.
Hij zette de plantenbak een stukje opzij en zag twee donkere punten in het stucwerk.