HOOFDSTUK 4 VAN 14
Twee versies
Margo had haar kantoor achter een fietsenwinkel. Je kwam er via een gang die naar rubber rook en waar altijd minstens één doos zo stond dat je er zijwaarts langs moest. Simon was er eerder geweest voor handtekeningen en een keer om een map te brengen die te zwaar was om op te sturen. Toen had Margo hem koffie gegeven en verteld dat haar dochter op kamers ging. Hij wist nog dat hij had gezegd dat het stil zou worden. Margo had geantwoord dat zij vooral minder melk hoefde te kopen.
Nu zat die dochter achter de tweede computer. Ze droeg een grote grijze trui en had een potlood in haar haar gestoken. Op het bureau lagen enveloppen, een meetlint en een reep chocolade waarvan het papier aan één kant was opgerold.
‘Eva,’ zei Margo. ‘Ze helpt met de achterstanden.’
‘Met het digitaliseren,’ zei Eva. ‘De achterstanden zijn van jou.’
Margo glimlachte niet. Ze schoof een stoel naar Simon toe en zette twee vellen naast elkaar op het bureau.
‘Eline heeft gebeld.’
‘Dat dacht ik al.’
‘Ze wil de afschriften en de aansluiting. Die krijgen ze. Maar ik wil eerst weten waarom dit overzicht anders is dan het mijne.’
Simon zag de twee tabellen. Op de eerste stond de bankstand van zeventienduizend tweehonderdzestig euro. Daaronder stond: vooruitbetaalde bedragen, eenendertigduizend tweehonderd. Bij dat laatste bedrag had Margo een voetnoot geplaatst. Specificatie en bevestiging nog te ontvangen. Op het tweede vel, de versie die hij had rondgestuurd, was de hele som onder één regel terechtgekomen: banksaldo en reservefonds.
‘Ik heb het samengevoegd,’ zei hij. ‘Anders ontstaat er verwarring over wat we hebben.’
‘Nu ontstaat er verwarring over wat we kunnen betalen,’ zei Margo.
‘Het geld is voor onderhoud bestemd. Dat blijft zo als een deel ervan al is voorgeschoten.’
‘Dan is het geen banksaldo meer.’
Hij keek naar Eva. Ze deed alsof ze op haar scherm werkte, maar haar hand lag stil op de muis.
‘Dat is één woord.’
Margo trok het tweede vel naar zich toe. ‘Het is een van de woorden waarvoor jullie mij betalen.’
Ze was niet iemand die haar stem snel verhief. Haar ergernis zat in de manier waarop ze papieren neerlegde, met de hoeken precies gelijk. Simon kon zich nog herinneren dat ze bij een eerdere vergadering geduldig het verschil had uitgelegd tussen een begroting en werkelijk uitgegeven geld. Henk had gezegd dat hij dat al wist. Margo had geantwoord dat zij het fijn zou vinden als dat dan ook uit zijn vragen bleek.
‘Ik wil het gewoon helder maken,’ zei Simon.
‘Ik ook. Daarom stond er een voetnoot.’
Eva draaide haar scherm een stukje. ‘Dit is de versie uit jouw mail van zes januari. Ik dacht eerst dat ik bij het opslaan iets had overschreven. Maar het document van mijn moeder is van vier januari. Dat staat nog in de verzonden mail.’
‘Ik geloof je wel.’
Ze liet het scherm staan. ‘En in het nieuwe bestand staat haar naam onderaan. Dan lijkt het alsof zij het zo heeft opgesteld.’
Simon zag het kleine blokje onder de tabel: Administratie M. Smit. Hij had daar niet over nagedacht. Het had er al gestaan toen hij het bestand opende. Hij had een getal verplaatst, een regel verwijderd en het document opgeslagen. Er was geen moment geweest waarop hij bewust had besloten haar naam te gebruiken. Dat maakte het er in de kamer niet beter op.
‘Ik had die naam moeten weghalen.’
‘Je had mij moeten bellen,’ zei Margo.
Ze draaide haar stoel naar de printer, trok er een derde vel uit en legde het boven op de andere twee. De overschrijving aan Noordkant stond er met datum en omschrijving op. Twaalfduizend euro, twaalf november. Daaronder de betaling aan D. de Ruiter, negentienduizend tweehonderd euro, negen december. Simon had als omschrijving het woord voorschot gebruikt, gevolgd door het adres van het pension.
‘Dit is degene die het aanvullende werk zou doen?’ vroeg Margo.
‘Ja.’
Het antwoord kwam voordat hij de gevolgen opnieuw had bekeken. Hij had haar in december hetzelfde gezegd. Hij hield vast aan een eerdere uitspraak, zoals je een deur dichtduwt die door tocht weer openspringt.
‘Welke werkzaamheden?’
‘Ondersteunend. Voorbereidend.’
Eva pakte haar potlood uit haar haar. ‘Is er een offerte?’
‘We zijn geen groot bedrijf,’ zei Simon.
‘Juist daarom,’ zei ze.
Margo keek kort naar haar dochter. Simon kon niet zien of dat een waarschuwing of een aanmoediging was.
‘Ik heb je op tien december gevraagd om een rekening,’ zei Margo. ‘Toen zei je dat Noordkant die zou meenemen in de totaalfactuur. Maar in hun overzicht staat alleen de twaalfduizend als ontvangen aanbetaling. Die andere betaling noemen ze nergens.’
‘Dat moet ik met Johan afstemmen.’
‘Johan zegt dat hij geen onderaannemer met deze naam heeft.’
De gang achter Simon werd gevuld door het gerinkel van een fietsbel. Iemand had die in de winkel uitgeprobeerd, tweemaal kort en eenmaal lang. Het geluid sneed door het kantoor alsof er een deur openstond.
‘Je hebt hem gebeld?’
‘Natuurlijk heb ik hem gebeld.’
Hij keek naar het bankafschrift. De naam van zijn zoon zag er kaal uit tussen de cijfers. Daan had zijn bedrijf ooit De Ruiter Rijwielservice willen noemen. Simon had gezegd dat dat op een paardenzaak leek. Uiteindelijk was het gewoon DR Service geworden, maar op de bankrekening stond nog steeds zijn persoonlijke naam.
‘Die betaling klopt,’ zei Simon. Hij hoorde hoe weinig dat nog betekende.
Margo schoof haar bril boven op haar hoofd. ‘Ik vraag niet of de bank het juiste bedrag heeft overgemaakt. Ik vraag wat jullie ervoor krijgen.’
Hij kon opstaan. Hij kon zeggen dat hij de papieren thuis moest halen. Ze zouden hem niet tegenhouden. Vervolgens zou hij naar buiten lopen, langs de dozen en de fietsen, en een paar minuten lang kon hij doen alsof alleen hij wist hoe het verder moest.
‘Het is een tijdelijke lening,’ zei hij.
Eva legde haar potlood neer. Margo bewoog niet.
‘Aan wie?’ vroeg ze.
‘Aan iemand die ik ken.’
‘Dat hoop ik.’
Hij trok zijn stoel iets naar achteren. Een van de poten bleef achter de rand van een vloerkleed hangen.
‘Aan mijn zoon.’
Margo keek naar het bedrag en daarna naar hem. ‘Met toestemming van de eigenaren?’
‘Het komt terug.’
‘Dat vroeg ik niet.’
Het was dezelfde zin die Farah de vorige ochtend had gebruikt. Hij voelde een plotselinge, kinderlijke woede opkomen. Ze bleven de vragen verkleinen tot er geen ruimte overbleef voor wat hij had bedoeld. Er stond een woning te koop. Er was geld onderweg. Zijn zoon probeerde een bedrijf overeind te houden. Maar hij wist dat dit precies de ruimte was waarin hij het al een maand liet verdwijnen.
‘Nee,’ zei hij.
Margo stond op. Ze liep naar het raam, dat uitkeek op een blinde muur met een oude reclame voor fietstassen. Een paar seconden lang dacht Simon dat ze hem het kantoor uit zou sturen.
‘Wat heb je me laten opschrijven?’ vroeg ze zonder zich om te draaien.
‘Jij hebt niets verkeerd gedaan.’
‘Je bepaalt niet wat ik verkeerd heb gedaan.’
Ze kwam terug en legde de drie vellen in een rij. ‘Ik stuur de oorspronkelijke stukken naar Eline. Vandaag. Ik zet erbij dat de bestemming van die negentienduizend tweehonderd afwijkt van wat jij hebt opgegeven. Jij vertelt zelf wat er aan de hand is. Ik ga dat niet voor je inkleden.’
‘Ik wil eerst met Daan praten.’
‘Dat lijkt me verstandig.’
‘Vanavond.’
‘Dan heb je tot vanavond.’
Eva stond op om een doos bij de deur te verplaatsen. Ze tilde hem met beide handen op en zette hem onder het bureau. De doorgang was nu vrij. Simon trok zijn jas aan en zocht naar iets wat hij nog kon zeggen zonder dat het op een verzoek leek.
‘Ik had het zelf willen rechtzetten.’
Margo keek naar haar telefoon. ‘Dat zeggen mensen meestal op het moment dat anderen het recht moeten gaan zetten.’
Buiten bleef hij onder de luifel staan. Het had opgehouden met regenen. In de fietsenwinkel draaide een medewerker aan het wiel van een kinderfiets. Het wiel bleef lang ronddraaien, met een kleine slag die je vooral zag wanneer je naar het remblok keek.
Simon belde Daan opnieuw. Deze keer nam zijn zoon niet op. Hij sprak geen bericht in.