HOOFDSTUK 4 VAN 14
Een ronde door de wijk
Derya kwam op vrijdag helpen schilderen met een tas broodjes en een radiotoestel dat ze op haar werk uit een afvalcontainer had gehaald.
'Iemand had de stekker afgeknipt,' zei ze. 'Meer was er niet mee.'
'Dat lijkt me toch vervelend.'
'Willem heeft er een nieuwe aan gezet.'
Ze zei zijn naam achteloos en keek daarbij iets te nadrukkelijk naar het blik verf.
'Hij heeft vier planken opgehangen,' zei Ada.
'Al vier? Het gaat hard.'
Ada hield het blik vast terwijl Derya het deksel losmaakte met een schroevendraaier. Het groen zag er donkerder uit dan op het kaartje. Ze had even het onaangename gevoel dat er nu alsnog iemand moest worden geraadpleegd.
'Mooi,' zei Derya. 'Welke muur?'
Ze werkten de hele ochtend. Derya deed de randen en neuriede met de radio mee, soms een andere melodie dan die er te horen was. Ada rolde de grote vlakken. Het zachte geluid van de roller gaf haar na een tijdje een kalmte die ze niet had verwacht. Er gebeurde iets omdat ze haar arm bewoog. Niemand kon daar een andere herinnering aan overhouden.
Bij het eten zaten ze op de vloer. Derya vertelde over een nieuwe leidinggevende die erop stond dat collega's elkaar feedback gaven.
'Ik heb gevraagd of hij dan voor mij wilde terugkoppelen dat de verwarming in de pauzeruimte het nog steeds niet doet.'
'En?'
'Daar was het overleg niet voor.'
Ada lachte zo hard dat een stukje sla uit haar broodje viel.
Ze hadden elf jaar samen gereden, hoewel samen in de praktijk betekende dat ze elkaar bij de remise tegenkwamen of achter een ruit zagen zitten. Hun gesprekken waren ontstaan in onderbrekingen. Vijf minuten bij een koffieautomaat, acht minuten bij een eindpunt. Derya wist daardoor sommige dingen heel goed en andere nauwelijks.
'Je bent dunner,' zei ze.
'Ik kook anders.'
'Dat vroeg ik niet.'
'Ik ook niet.'
Derya wees met haar broodje. 'Je mag best voor jezelf een behoorlijke pan maken. De vriezer is geen persoonlijk falen.'
Ada beloofde niets. Ze had laatst een bloemkool gekocht en vier dagen gegeten alsof ze door die aankoop een verplichting was aangegaan.
Toen de tweede laag erop zat, liep Derya de kamer rond.
'Dit wordt goed.'
Ada knikte. Ze keek naar de muur, die nog glom. Het was haar kleur, en als hij morgen lelijk bleek, zou het ook haar lelijke kleur zijn.
Derya haalde haar telefoon uit haar tas.
'Mag ik je iets vragen? De buurtvereniging zoekt mensen voor hun wagen. Boodschappenritten, soms iemand naar een afspraak. Geen vaste diensten als je dat niet wilt.'
'Ik ben net gestopt.'
'Twee jaar geleden.'
'Dat noem ik net.'
'Je was er goed in.'
Ada keek naar haar handen. Er zat groen op haar nagels.
Bij haar afscheid had ze een miniatuurbus gekregen en een boek waarin collega's iets hadden geschreven. Kees was mee geweest. Hij had foto's gemaakt, waarvoor ze hem dankbaar was geweest, en daarna thuis gevraagd of ze het niet prettig vond nu eindelijk zelf haar dagen te kunnen indelen. Ze had dat een redelijke vraag gevonden. Ze had er ja op gezegd.
De eerste maanden had ze vooral allerlei afspraken ingehaald. De tandarts, de ramen, een kennis die al lang wilde afspreken. Daarna was Kees ziek geworden. Ze had nooit ontdekt wat voor iemand ze op een gewone dinsdag wilde zijn.
'Ik kan eens kijken,' zei ze.
'Dat is precies genoeg.'
Een week later zat Ada naast de coördinator van de buurtwagen. Hij heette Pieter, had een bril waarvan de glazen te klein leken voor zijn ogen en wees voortdurend naar plekken waar Ada al naartoe keek.
'Bij die bocht moet je even opletten.'
'Ja.'
'Hij komt aan de achterkant wat uit.'
'Ja.'
Ze had in haar werk bussen gereden die twee keer zo lang waren. Toch had ze die ochtend slecht geslapen. Het was vreemd hoeveel verschil het maakte of je ergens betaald werd verwacht of zelf had aangegeven dat je misschien iets kon bijdragen.
Ze parkeerden bij een seniorenflat. Een vrouw met een rode rollator stond achter het glas en keek verwijtend op haar horloge.
'Mevrouw Vos,' zei Pieter. 'Zij is altijd vroeg.'
'Jullie zijn laat,' zei mevrouw Vos toen ze instapte.
Pieter begon aan een uitleg. Ada zette de rollator vast en vroeg waar mevrouw Vos boodschappen wilde doen.
'Waar de thee in de aanbieding is.'
'Dan hoop ik dat u de winkel weet.'
Mevrouw Vos keek haar een moment aan en lachte kort.
Er kwamen nog twee mensen bij: een man die een lege boodschappentas onder zijn arm hield alsof die iets breekbaars bevatte en een vrouw die haar geld bij het instappen alvast wilde pakken. Pieter legde uit dat ze vandaag alleen de route en de werkwijze doornamen. Ada luisterde half. Ze keek in de spiegel, wachtte op een fietser en reed weg.
Bij het zebrapad stak een jongen over zonder op te kijken van zijn telefoon. Ada had hem al gezien voordat Pieter zijn hand uitstak.
De oude opmerkzaamheid kwam terug in haar lichaam. Ze voelde waar de wagen breed was, hoorde aan de motor wanneer ze rustiger moest schakelen. Het kleine ongeduld van iemand achter haar kon daar weinig aan veranderen.
Op de terugweg vroeg de man met de lege tas of ze van vroeger was.
'Van vroeger ben ik zeker,' zei Ada.
'Van lijn zeven.'
'Ja.'
'Dan heb ik nog bij u in de bus gezeten.'
Het was een vreemde formulering, alsof hij bij haar op bezoek was geweest. Ze vroeg waar hij altijd uitstapte. Hij noemde de halte bij de fabriek die inmiddels was afgebroken.
'Daar heb ik zesendertig jaar gewerkt.'
'Dan hebben we elkaar vaak gezien.'
'Dat denk ik ook.'
Meer zei hij niet. Toen ze hem thuisbrachten, bedankte hij haar bij haar voornaam, die hij op het papiertje voorin had gelezen.
Na afloop vroeg Pieter welke ochtenden ze beschikbaar was. Ada hoorde zichzelf bijna antwoorden dat het afhing van de verhuizing, van Eva, van Bram, van de tentoonstelling. Ze pakte haar agenda.
'Woensdag. Om de week. Eerst maar drie maanden.'
Pieter schreef het op. Ze wachtte op de vraag of het niet een beetje weinig was.
'Prima,' zei hij.
Thuis vond ze een bericht van Eva. Of ze zondag kwamen eten, zij en Bram. Maarten zou koken. Ze wilden de verhuisplanning bespreken.
Ada typte dat het goed was. Ze wilde toevoegen dat ze die ochtend weer had gereden. Ze wiste de zin omdat een bericht over een planning daar niet de juiste plek voor leek.
Even later belde ze Derya.
'Het was maar een klein ding,' zei ze.
'Dat wist ik.'
'Met mevrouw Vos.'
'O. Dan ben je meteen ingewerkt.'
Ada ging aan de keukentafel zitten en vertelde de hele rit. Derya luisterde terwijl ze hoorbaar een pan afspoelde. Er was geen enkele reden om dat vervelend te vinden. Ada praatte door.