HOOFDSTUK 10 VAN 14
De lege kamers
In het oude huis klonken haar sleutels harder dan gewoonlijk. Ada liet de voordeur openstaan, zoals ze dat nooit deed wanneer ze alleen thuis was. De lucht in de gang rook naar schoonmaakmiddel en naar de muur achter de kapstok. Daar zat nog een donker vierkant.
Derya kwam met een emmer en een brood in een papieren zak.
'Heb jij geen dweil?' vroeg ze.
'Die is verhuisd.'
'Dus eigenlijk hebben we de volgorde verkeerd.'
Ze aten staande in de keuken. Ada wilde koffie zetten en herinnerde zich toen dat ook de koffiemachine verhuisd was. Derya had een thermosfles bij zich. Op de dop zat een sticker van een busmaatschappij waar ze allebei nooit voor hadden gewerkt.
'Gepikt?' vroeg Ada.
'Vakbeurs. Dat is hetzelfde, maar met toestemming.'
Ze verdeelden het werk zonder overleg: Derya de bovenverdieping, Ada de keuken en de gang. Er hoefde niet veel meer te gebeuren. De kopers zouden 's middags komen voor de laatste ronde; de sleuteloverdracht was de volgende dag. Toch had Ada de hele ochtend vrijgehouden. Ze had niet willen uitrekenen hoeveel minuten er nodig waren om een huis voor het laatst schoon te maken.
In het onderste keukenkastje lagen twee elastiekjes en een plastic voetje van een apparaat dat ze niet meer kon thuisbrengen. Ze legde de elastiekjes in haar jaszak. Het voetje hield ze onder de kraan. Misschien hoorde het bij de broodrooster, misschien bij iets wat tien jaar geleden was weggegooid. Ze stopte het bij het afval.
Boven schoof een raam open. Derya riep iets, maar Ada kon niet verstaan wat.
'Wat zeg je?'
'Er staat nog een doos in de kleine kamer.'
Ada liep de trap op. Op de derde trede kraakte het hout, en ze wist al voor haar voet neerkwam dat het zou kraken. In de kleine kamer stond een schoenendoos achter de deur. Bram had hem apart gezet omdat er losse spullen in lagen: een verlengsnoer, twee handschoenen die niet bij elkaar hoorden, een sleutelhanger met een lampje.
'Die neem ik mee.'
Derya bukte naar een streep op de plint.
'Wie heeft hier zo zitten verven?'
'Ik.'
'Dan zeg ik verder niets.'
De kamer was eerst van Eva geweest. Daarna van de naaimachine, daarna van Kees' computer. Ada stond op de plek waar vroeger het bed had gestaan. Eva had er een periode op haar knieën voor gezeten om haar huiswerk te maken, omdat ze de bureaustoel lelijk vond. Kees had een andere stoel gekocht, zonder haar mee te nemen. Die was ook lelijk geweest. Ze waren er toen alle drie boos om geworden.
'Ze had gewoon een kussen op die stoel kunnen leggen,' zei Ada.
Derya keek op.
'Wie?'
'Eva. Ik dacht aan iets.'
Ze vertelde het. Terwijl ze praatte, herinnerde ze zich dat Kees de tweede stoel diezelfde middag nog had teruggebracht. Hij was met Eva naar de winkel gegaan. Ze waren teruggekomen met precies de stoel die hij al gekocht had, maar nu in rood. Hij had hem lachend uit de auto getild.
'Dat deel was ik vergeten,' zei Ada.
Derya zette de emmer op de overloop.
'Je hebt ook veel gehad hier.'
Ada knikte. Het was geen zin die een antwoord nodig had.
Om half twaalf belde Eva. Ze vroeg of Ada nog dozen nodig had en wist onmiddellijk na die vraag dat het huis al leeg was.
'Ik ben een dag kwijt,' zei ze. 'Op mijn werk ook. Ik heb daarnet woensdag op een formulier ingevuld.'
'Het is dinsdag.'
'Dat weet ik nu.'
Op de achtergrond hoorde Ada een printer en een vrouw die iets vroeg. Eva hield haar hand voor de telefoon. Toen ze terugkwam, vroeg ze of het ging.
'We maken schoon.'
'Maar verder?'
Ada keek de woonkamer in. Het licht viel op de rechthoek waar het kleed had gelegen. De vloer daarbinnen was donkerder.
'Ik vind het naar.'
Het bleef even stil. Ze hoorde Eva haar stoel verschuiven.
'Zal ik vanmiddag even komen?'
'Je moet werken.'
'Ik kan een uur eerder weg.'
Ada wilde zeggen dat het niet hoefde. Ze wist niet of dat waar was of alleen een manier om niet degene te zijn die iets vroeg.
'Als het lukt, vind ik dat fijn.'
'Vier uur?'
'De kopers zijn hier om half vier.'
'Dan wacht ik wel tot die weg zijn.'
Na het telefoontje bracht Derya de emmer naar buiten. Ze ging om één uur; haar dienst begon om drie. Bij de deur omhelsden ze elkaar onhandig, omdat Derya de thermosfles nog onder haar arm had.
'Als je straks ineens denkt dat je hier toch wilt blijven,' zei ze, 'niet meteen bellen met de makelaar. Eerst iets eten.'
'Is dat je professionele advies?'
'Voor bijna alles.'
De nieuwe bewoners waren een man en een vrouw van een jaar of veertig. De man, Ruben, was bij de eerdere bezichtigingen niet mee geweest. Hij vroeg waar de hoofdkraan zat en of de tuin naar het zuiden lag. Zijn vrouw, Leila, zei dat ze dit al drie keer hadden besproken.
'Ik wil het toch graag van mevrouw zelf horen.'
Ada liet hem de kraan onder de mat bij de voordeur zien. Hij ging op zijn knieën zitten en maakte een foto.
Leila bleef in de woonkamer staan. Ze legde een hand op de vensterbank en vroeg of die gemakkelijk schoon te houden was.
'Daar had ik nog nooit over nagedacht,' zei Ada. 'Maar blijkbaar wel.'
Ze liepen naar de tuin. De blauwe regen zat vol kleine knoppen. Ruben wilde weten of de wortels onder het terras doorliepen. Ada wist het niet. Ze had nog willen zeggen dat de plant ieder jaar rijker bloeide, maar de vraag over de wortels was ook een begrijpelijke vraag.
'We gaan dat schuurtje waarschijnlijk weghalen,' zei hij.
Ada keek naar het lage houten gebouwtje aan het eind van het pad. Kees had er drie zomers over gedaan. Eerst de vloer, toen de wanden, toen een dak dat bij de eerste regenbui lekte. Zij had de deuren geverfd. De scharnieren hingen scheef.
'Het is niet heel stevig,' zei ze.
Leila keek haar even aan.
'We weten het nog niet.'
'Het is jullie tuin.'
Ze hoorde hoe kort het klonk en wees op een tegel bij de achterdeur.
'Die ligt los. Dat moest ik nog zeggen. Als je hier 's avonds met een dienblad naar buiten loopt, merk je het te laat.'
Ruben zette zijn voet op de tegel. Hij knikte tevreden, alsof ze hem eindelijk een gebrek had gegeven waar hij iets mee kon.
Toen ze weg waren, bleef Ada op de onderste traptrede zitten. Er was nergens anders een stoel. Ze at de laatste boterham uit de zak. Ze vond het brood te droog, maar haar mond was waarschijnlijk te droog. In de woonkamer brandde een lamp die ze niet had meegenomen, omdat hij bij het huis hoorde. Zonder meubels eronder was het een veel te felle lamp.
Eva kwam tien minuten later. Ze had twee kartonnen bekers thee bij zich.
'Ik wist niet of je koffie had gehad.'
'Vanmorgen.'
'Dit leek veiliger.'
Ze gingen naast elkaar op de trap zitten. Eva zette haar tas bij de voordeur. Op haar jas zat een licht spoor van yoghurt.
'Lot,' zei ze, toen ze Ada zag kijken. 'Vanmorgen. Ik kwam er op kantoor pas achter.'
Ada streek met haar duim over de warme beker. Eva keek naar de plek van de kapstok.
'Ik mis hem soms om de stomste dingen.'
Ada wachtte.
'Ik moest vorige week weten welke batterijen in de thermostaat gingen. Ik kon het gewoon opzoeken. Dat heb ik ook gedaan. Maar ik wilde hem bellen.'
'Hij zou gezegd hebben dat je hem eerst open moest maken.'
'Ja. En dan vragen of we nog steeds geen goede schroevendraaier hadden.'
Ze lachten. Niet veel. Het geluid bleef langer in de hal hangen dan ze gewend waren.
Eva dronk van haar thee en zette de beker tussen haar schoenen.
'Ik weet niet goed wat ik moet met wat je verteld hebt.'
'Dat hoeft vandaag niet.'
'Maar ik wil niet dat jij denkt dat ik alleen maar boos ben.'
Ada keek naar de handen van haar dochter. Ze had een wondje naast haar nagel.
'Dat dacht ik wel een beetje.'
'Ik ook, misschien.'
Ze bleven zitten tot de thee lauw was. Daarna liep Eva nog één keer naar boven. Ada hoorde haar door de kamers gaan, de kastdeur openen, het raam in haar oude slaapkamer sluiten dat Derya had laten openstaan. Toen ze terugkwam, had ze rode ogen. Ze zei er niets over en Ada vroeg niets.
Bij de voordeur keek Ada om. Ze had verwacht dat er een gedachte zou komen die alles passend maakte: dat het maar een huis was, of juist dat een huis nooit zomaar een huis was. Maar ze dacht alleen dat ze vergeten was de koelkastdeur open te zetten.
'Wacht even,' zei ze.
In de keuken trok ze de deur op een kier. Op het aanrecht lag de laatste sleutel van de schuur. Ze hing hem aan de sleutelbos voor de nieuwe bewoners. Daarna deed ze het licht uit.