← Het gewicht van lege dozen
Inhoudsopgave · hoofdstuk 14 van 14
  1. 1. De maat van de kast
  2. 2. De wenteltrap
  3. 3. Uit de selectie
  4. 4. Een ronde door de wijk
  5. 5. De vierde stoel
  6. 6. Het andere adres
  7. 7. Aan het aanrecht
  8. 8. Wat Eva meenam
  9. 9. Het gewicht
  10. 10. De lege kamers
  11. 11. Voor de opening
  12. 12. De foto bij het raam
  13. 13. Een tafel voor hier
  14. 14. Het gewone uur

HOOFDSTUK 14 VAN 14

Het gewone uur

In oktober werkte de klok op de gevel weer. Ria had niet geweten wie ervoor verantwoordelijk was, maar ze had wel geweten wie ze moest bellen. Een man was gekomen met een ladder, een tas gereedschap en de mededeling dat het een wonder was dat het uurwerk ooit had gelopen. Nu kon Ada vanaf de overkant van de straat zien dat ze te laat was.

Het was woensdag. Ze had de eerste rit om negen uur. De buurtbus stond op de parkeerplaats achter De Brug en Pieter had gezegd dat de linker ruitenwisser strepen trok. Ada had een doek meegenomen, maar die lag nog op haar keukentafel. Ze liep de trap weer op, pakte de doek en nam meteen de appel mee die ernaast lag.

Op straat groette ze Ria, die met een vuilniszak stond te worstelen. De zak was voller dan de opening van de container.

'Niet duwen,' zei Ada. 'Een beetje draaien.'

'Dat zegt mijn dochter ook altijd.'

'Dan heeft ze gelijk.'

Ria draaide. De zak verdween met een klap. Ada hield haar duim omhoog en liep door.

De drie maanden proef bij het buurtvervoer waren voorbij. Ze had gevraagd of ze kon blijven. Pieter had haar aangekeken alsof hij niet wist wat zij dacht dat er anders zou gebeuren. Om de woensdag, drie ritten, soms vier als het goed uitkwam. Ze deed er geen extra dag bij. Derya had haar daar eenmaal voorzichtig naar gevraagd.

'Je kunt het toch?'

'Ja.'

'Je vindt het toch leuk?'

'Ook.'

Daarna had Derya haar handen opgestoken. Ze had zelf zo vaak diensten van anderen overgenomen dat ze niet de aangewezen persoon was om bezwaar te maken.

Ada controleerde de bus. Ze veegde de ruitenwisser schoon, liep langs de zijkant, keek naar de banden. Binnen rook het naar natte jassen. Op de stoel naast de bestuurder lag een kaart die de vorige chauffeur had laten liggen. Er stond een route op naar een adres dat Ada uit haar hoofd kende. Ze vouwde hem dicht en legde hem in het vak bij de passagiersdeur.

Mevrouw Vos stond al voor haar flat. De rode rollator glansde in de motregen. Ze droeg een muts die veel te dun was voor het weer en hield een bakje vast met een deksel van een ander merk.

'Voor mijn zus,' zei ze, toen Ada naar het bakje keek. 'Ze zegt dat ze het zelf niet zo lekker krijgt.'

'Wat is het?'

'Stoofperen.'

'Dan snap ik dat ze dat zegt.'

Ada hielp haar instappen en zette de rollator vast. Mevrouw Vos wilde het bakje op schoot houden. Ze had het in twee plastic zakken gewikkeld, maar er liep toch een dun rood spoor langs haar duim.

'Hier,' zei Ada.

Ze gaf haar een tissue. Mevrouw Vos veegde haar hand af en hield de tissue daarna bezorgd in de lucht.

'Ik heb daar een zakje voor.'

Ada wees. Het bakje bleef recht. Toen ze wegreed, hield mevrouw Vos het met beide handen vast, alsof ze de inhoud zelf over de drempels kon tillen.

Ze reden langs het oude huis. Ada had de route in het begin willen vermijden en had toen gemerkt dat ze daar om de week een ingewikkelde omweg voor moest maken. Vandaag stonden er fietsen in de voortuin. Het schuurtje was weg; ze had het in de zomer gezien toen de poort openstond. De blauwe regen zat er nog. Tegen de stam stond een gele bezem.

Bij het stoplicht vroeg mevrouw Vos of Ada hier altijd had gewoond.

'Een paar straten verder. Lang geleden ook nog aan de andere kant van de stad.'

'Ik heb acht adressen gehad,' zei mevrouw Vos. 'Mijn zus maar twee. Die vindt verhuizen zonde van de gordijnen.'

Ada keek in de spiegel en trok op toen het licht groen werd.

Na haar laatste rit waste ze haar handen bij De Brug. Tom kwam uit de grote zaal met een lege krat. Hij zag haar uniformjasje en vroeg of ze koffie wilde.

'Tien minuten.'

'Dat zegt iedereen. Dan zijn het er vanzelf twintig.'

Ze gingen zitten bij het raam. De tentoonstelling was al maanden weg. Er hingen nu tekeningen van kinderen, huizen met hoge schoorstenen en katten groter dan auto's. Tom vertelde dat twee foto's van Kees waren opgenomen in het jubileumboek van de vereniging. Hij zou een exemplaar voor haar meenemen.

'En één voor de kinderen?' vroeg Ada.

'Ik kan er drie apart leggen.'

'Graag.'

Ze vroeg hoe het met zijn vrouw ging. Hij vertelde over haar knie en over een vakantie die ze daardoor hadden verzet. Ada luisterde, keek eenmaal op de klok en bleef toch nog vijf minuten. Daarna bracht ze de bus terug en liep naar huis met de appel nog in haar jaszak.

Op de tafel lag een briefje van Willem. Hij was 's ochtends vertrokken naar het kluscafé. Zijn handschrift stond scheef op de lijnen van het blokje: Oplader ligt bij het bed. Niet de jouwe meenemen, die doet het niet op mijn telefoon. Tot vrijdag. W.

Ze glimlachte. De la was inmiddels bijna vol. Niet doordat er steeds meer kleren bij kwamen, maar doordat hij er ook een boek in had gelegd dat hij niet uit kreeg. Zij had in zijn huis een tandenborstel, een paar sokken en een boek dat ze wel had uitgelezen. Ze hadden nog steeds twee adressen.

De foto bij de bus hing in haar slaapkamer. In de woonkamer stond een kleinere foto van Kees op de boekenplank, tussen de atlas en een boek over moestuinen dat ze had gehouden omdat er een briefje van haar moeder in zat. Op de foto keek Kees niet in de camera. Hij hield een boterham vast en zat aan een picknicktafel. Ada had hem zelf gemaakt, op een dag die ze zich nauwelijks herinnerde.

Ze legde haar sleutels in het schaaltje naast de deur en trok het uniformjasje uit. De blauwe jurk hing achter in de kast. Ze had hem sindsdien nog twee keer gedragen, eenmaal met andere schoenen en eenmaal zonder eraan te denken of de jurk geschikt was voor de gelegenheid.

Vanavond kwamen Bram en Sanne eten. Ze waren in de buurt voor een afspraak en hadden gevraagd of het kon. Ada had eerst willen zeggen dat ze van alles in huis zou halen. Bram had gezegd dat ze zelf soep meebrachten. Nu stond er alleen brood op het aanrecht. Ze had het al gesneden, maar de kaas nog niet uitgepakt.

Haar telefoon ging. Eva stuurde een foto van Lot met een beugel die ze die dag had gekregen. Lot trok een gezicht waarop trots en verontwaardiging tegelijk pasten. Daaronder stond: Ze mag geen harde korsten. Dat wilde ze zelf laten weten voor zondag.

Ada tikte terug dat ze het genoteerd had. Ze keek nogmaals naar de foto. Zondag zouden Eva en Maarten komen, met Lot, voor een gewone lunch. Niet iedereen tegelijk; dat paste minder goed om de tafel en niemand had gezegd dat het moest.

Ze zette drie borden neer. De tafel stond nog altijd een beetje schuin. Willem had aangeboden hem op maat te maken, maar dat was er niet van gekomen en inmiddels kon Ada met een bord in haar hand precies tussen de hoek en de kast door. Ze schoof een stoel bij en liet de balkondeur op een kier. In een van de potten stond rozemarijn. De andere was nog leeg.

Toen de bel ging, stond ze op zonder op de klok te kijken. Ze hoorde Bram op de trap iets tegen Sanne zeggen en vervolgens haar lach, kort en buiten adem. Ada hield de deur open. Sanne droeg de soep met beide handen.

'Hij is heet,' zei ze.

Ada pakte de onderzetter van de tafel en legde hem klaar.

Einde van het verhaal.

Je kunt de hoofdstukken ook zonder opgeslagen leesplek lezen.

Terug naar de boekenplank

Fabliva op je beginscherm

Heeft je browser een installatieknop? Kies dan App installeren. Je kunt ook het browsermenu openen en kiezen voor Toevoegen aan beginscherm.

Op een iPhone of iPad vind je dit via de deelknop in Safari. Je kunt Fabliva ook gewoon in je browser blijven gebruiken.

Wat kan beter?

Een fout gevonden of een idee? Je hoeft geen naam of e-mailadres in te vullen. Zet geen privégegevens in je bericht.

Je bericht wordt naar Fabliva verstuurd. Gebruik 10 tot 2.000 tekens.