← Het gewicht van lege dozen
Inhoudsopgave · hoofdstuk 12 van 14
  1. 1. De maat van de kast
  2. 2. De wenteltrap
  3. 3. Uit de selectie
  4. 4. Een ronde door de wijk
  5. 5. De vierde stoel
  6. 6. Het andere adres
  7. 7. Aan het aanrecht
  8. 8. Wat Eva meenam
  9. 9. Het gewicht
  10. 10. De lege kamers
  11. 11. Voor de opening
  12. 12. De foto bij het raam
  13. 13. Een tafel voor hier
  14. 14. Het gewone uur

HOOFDSTUK 12 VAN 14

De foto bij het raam

Op zaterdag droeg Ada de blauwe jurk die ze had gekocht voor Eva's veertigste verjaardag. Eva werd pas over twee jaar veertig. In de winkel had de verkoopster gevraagd of er een gelegenheid was en Ada had de eerste gelegenheid genoemd die in haar opkwam. Nu haalde ze het kaartje eraf en zag opnieuw de prijs. Ze hing het kaartje aan de knop van de slaapkamerdeur, keek ernaar en gooide het weg.

De jurk zat prettig als ze stond. Zittend trok hij bij haar knieën. Ze probeerde drie verschillende houdingen en koos uiteindelijk andere schoenen. Dat loste niets op aan de jurk, maar ze liep er gemakkelijker op.

Bij De Brug stond Tom in de deuropening. Zijn vrouw had een tafel gedekt met glazen en kannen water. Er waren bloemen die niemand had besteld en die door iemand van de buurtvereniging waren meegebracht. Ada bedankte de verkeerde vrouw ervoor. Ze kwam er pas achter toen de juiste vrouw het water van de stelen controleerde.

'Ze zijn prachtig,' zei Ada nog eens.

'Je man hield van geel, hè?'

Ada wist het niet. Ze keek naar de bloemen en zei dat geel het hier goed deed.

Eva was er met Maarten en Lot. Bram kwam alleen; Sanne moest werken. Lot had een handtas bij zich waarin een speelgoedhond zat. Ze vroeg of de hond ook naar de foto's mocht kijken.

'Als hij nergens tegenaan plast,' zei Bram.

Lot keek hem aan met het geduld dat volwassenen zelden verdienden.

'Hij is niet echt.'

Er kwamen meer mensen dan Ada had verwacht. Een oude buurman die ze sinds de verhuizing niet had gezien, twee vrouwen van Kees' wandelgroep, de eigenaar van de winkel waar hij zijn laatste camera had gekocht. Sommigen omhelsden haar. Anderen gaven een hand en schrokken van hun eigen plechtigheid. Ze hoorde zichzelf vragen hoe het met hun kinderen ging, of met de knie, of met een verhuizing die al jaren achter de rug bleek te zijn.

Bij de foto van de vijver stond een onbekende man. Hij hield een linnen tasje tegen zijn buik en bestudeerde de afdruk van dichtbij. Ada wilde vragen of hij Kees had gekend, maar iemand tikte op haar arm. Toen ze weer keek, was hij naar de volgende foto gelopen. Ze vond het prettig dat er iemand was die alleen voor de beelden kwam.

Willem arriveerde tien minuten voor de opening. Hij had zijn handen gewassen, maar onder één nagel zat nog een donker randje. Ada zag het omdat hij haar hand nam.

'Het hek?' vroeg ze.

'Staat.'

'De hond?'

'Zit voorlopig aan de goede kant.'

Hij zei Eva gedag. Eva stelde hem aan Maarten voor alsof ze dat vaker had gedaan. Lot keek naar zijn schoenen en vroeg waarom er verf op zat.

'Omdat ik niet goed kan mikken.'

'Opa kon ook niet goed mikken.'

'Dat is een moeilijk onderdeel van verven,' zei Willem.

Ada liet ze even alleen. Tom stond naast de microfoon met een papier in zijn hand. Hij had er aanvankelijk op gestaan dat hij zonder microfoon prima verstaanbaar was. De vrouw van het buurthuis had hem gevraagd of hij dat ook wist van de oren van de bezoekers. Nu tikte hij voorzichtig tegen het apparaat.

De opening begon met een piep. Mensen keken op, een paar hielden hun handen tegen hun oren. Tom wachtte tot de vrouw een schuif had verplaatst. Daarna vertelde hij over de vereniging, de eerste clubavond in een schoollokaal, de leden die hun afdrukken in schoenendozen meenamen. Kees had destijds gezegd dat een scherpe foto zonder iets om naar te kijken nog steeds een slechte foto was. Tom had hem dat kwalijk genomen omdat hij wist over welke foto het ging.

Er werd gelachen. Ada zag het voor zich: Kees die oprecht dacht behulpzaam te zijn, Tom die thuis mopperend zijn spullen opborg en een week later toch weer naast hem ging zitten. Ze kende de geschiedenis niet en herkende haar man wel.

Toen zei Tom haar naam.

Ada ging naast hem staan. Ze had het papier in haar tas gelaten. De tekst was kort en ze kende de volgorde. Nu ze de gezichten zag, was ze de eerste zin kwijt.

'Ik had iets opgeschreven,' zei ze.

Maarten knikte haar toe alsof dat al een volkomen redelijke opening was.

'Bij die foto daar, bij het raam. De vrouw met het uniform ben ik.'

Een paar mensen draaiden zich om. Ada wachtte even tot ze weer naar haar keken.

'Kees had gezegd dat hij me na mijn dienst zou ophalen. Ik was te laat. Een collega had zich ziek gemeld en ik had twee ritten overgenomen. Dat waren dingen die gebeurden. Maar als je buiten staat te wachten, zijn het gewoon drie kwartier.'

Ze zag de plek weer: het hek, de natte stoep, Kees met zijn camera die hij had meegenomen omdat hij toch tijd over had. Hij had zijn schouders opgetrokken toen ze eindelijk naar buiten kwam. Zij had meteen gezegd dat ze er ook niets aan kon doen.

'We waren niet erg gezellig toen die foto gemaakt werd. Ik keek naar een bus die achter hem reed. Ik dacht dat ik iets aan het geluid hoorde. Dat deed ik toen altijd. Je hoorde een motor en dan zat je alweer half te werken.'

Verderop stond Derya bij de deur. Ze stak haar hand even op.

'Later zijn we de stad in gegaan. Kees kocht een muts. Niet voor mij, voor zichzelf. Hij paste er zes en vond dat ik me serieus met de beslissing moest bemoeien. We hebben ergens broodjes gegeten. Ik weet niet meer waar.'

Ada streek over de naad van haar jurk.

'Dit was een dag uit ons leven. Kees maakte die foto en daarna ging de dag verder. Ik vind het fijn dat hij hier hangt. En ik vind het fijn dat jullie vandaag naar zijn werk komen kijken.'

Ze stopte. Er waren nog woorden op haar papier, maar deze waren voldoende. Tom nam de microfoon terug en bedankte de mensen die hadden geholpen. Er werd geklapt. Ada liep naar de tafel met water, omdat ze opeens ontzettende dorst had.

Een vrouw van de wandelgroep kwam naast haar staan.

'Wat leuk, dat van die muts. Hij droeg altijd zo'n donkere.'

'Grijs,' zei Ada. 'Die heeft hij heel lang gehad.'

'Zo zie je maar, achter iedere foto zit een verhaal.'

Ada knikte. De vrouw bedoelde het vriendelijk. Ze hoefde niet uit te leggen dat er ook dagen waren geweest waarop niemand een foto had gemaakt, en dat die nu soms de meeste ruimte innamen.

Bij het raam stond Eva met Lot. Ze hield het kind bij de schouders om haar tegen te houden vlak voor ze de lijst aanraakte.

'Dat is oma,' zei ze.

'Dat weet ik.'

'Zo oud als ik ongeveer.'

Lot keek van de foto naar haar moeder.

'Jij hebt ander haar.'

'Ja. Dat is het verschil.'

Ada ging naast hen staan. Ze zag dat Eva de begeleidende tekst las. Naam, jaar, plaats. Niet meer dan dat.

'Ik weet die muts nog,' zei Eva. 'Hij stak hem altijd in zijn mouw als we ergens waren.'

'Anders vergat hij hem.'

'Hij vergat hem alsnog.'

Lot was naar Bram gelopen. Hij liet haar zien hoe je in het glas van een foto een weerspiegeling kon vinden zonder je neus ertegenaan te drukken.

Eva keek naar Ada.

'Dank je dat je belde over wat je zou zeggen.'

'Ja.'

'Ik heb deze week vaak aan je gedacht. Aan dat appartement van toen.'

Ada voelde haar schouders omhooggaan.

'Dat hoeft hier niet,' zei Eva.

'Nee.'

'Een andere keer misschien.'

Ze bleven nog even bij de foto staan. Eva vroeg of Ada hem na afloop mee naar huis mocht nemen. Ada zei dat ze dat had afgesproken. Het was de eerste keer dat haar dochter het nieuwe appartement vanzelfsprekend thuis noemde.

Na een uur werd het rustiger. Tom schonk de laatste glazen bij. Willem hielp Toms vrouw lege schalen naar de keuken te dragen. Ada betrapte zichzelf erop dat ze in de deuropening naar hem stond te kijken. Ze had hem gevraagd te komen en was vervolgens bijna de hele middag met andere mensen bezig geweest. Hij had zich niet teruggetrokken; hij droogde een bord af terwijl iemand hem iets vertelde.

Op weg naar buiten nam Bram haar even apart.

'Goed, wat je zei.'

'Dank je.'

'Ik ga straks nog even bij Sanne langs op haar werk. Niet eten samen dus.'

'Dat had ik niet gevraagd.'

'Je keek al alsof je iets ging vragen.'

Ze lachte en trok zijn jas recht bij de kraag. Hij liet het toe, precies lang genoeg om er geen gewoonte van te maken.

Ada liep met Willem naar de parkeerplaats. Haar voeten deden pijn, ondanks de andere schoenen. Bij zijn auto bleef hij staan.

'Zal ik nog even meegaan?'

Ze wilde ja zeggen. Ze wilde ook haar jurk uit, haar voeten op een stoel, de stem van niemand in haar kamer.

'Ik geloof dat ik vandaag alleen wil zijn.'

Hij keek kort naar haar en knikte.

'Morgen?'

'Morgen.'

Ze kuste hem. Het was buiten, in het licht, terwijl iemand van de fotoclub een fiets van het slot haalde. Ada merkte het op en deed niets om het ongedaan te maken.

Je kunt de hoofdstukken ook zonder opgeslagen leesplek lezen.

Terug naar de boekenplank

Fabliva op je beginscherm

Heeft je browser een installatieknop? Kies dan App installeren. Je kunt ook het browsermenu openen en kiezen voor Toevoegen aan beginscherm.

Op een iPhone of iPad vind je dit via de deelknop in Safari. Je kunt Fabliva ook gewoon in je browser blijven gebruiken.

Wat kan beter?

Een fout gevonden of een idee? Je hoeft geen naam of e-mailadres in te vullen. Zet geen privégegevens in je bericht.

Je bericht wordt naar Fabliva verstuurd. Gebruik 10 tot 2.000 tekens.