HOOFDSTUK 9 VAN 14
Een voorstel
Ze spraken af bij Els, aan de eettafel. Nelle wilde eerst in de werkplaats zitten, maar Miriam had gevraagd waar iedereen het gemakkelijkst kon lezen en praten. Het was een nuchtere vraag geweest. In de werkplaats zou Nelle bij elke stilte iets zijn gaan opruimen.
Puck zette vier glazen water neer. Bram bracht een kan koffie. Els had cake gebakken en sneed die al voordat iemand zat.
‘Misschien eerst de papieren,’ zei Nelle.
Els legde het mes neer. ‘De cake loopt niet weg.’
‘Precies.’
Het was niet scherp bedoeld, maar Bram keek meteen op. Nelle voelde hoe snel ze weer in hun oude rollen konden komen: Els gekwetst, Bram bemiddelend, zij te hard. Ze nam een glas water en dronk voordat ze verderging.
‘Ik wil drie dingen bespreken. Het werk dat ik gedaan heb. De meubels die te koop gaan. En het pand.’
Ze had het voorstel vier keer afgedrukt. Er stond geen logo boven. Alleen de datum en de namen. Bij de aantoonbare werkzaamheden stond een bedrag van ruim zesduizend euro. Een tweede lijst bevatte dingen waarover ze geen zekerheid had. Ze vroeg daar nu geen betaling voor, maar wilde wel dat iedereen zag welke vragen nog openstonden.
Bram pakte zijn bril. Hij droeg die sinds kort en zette hem op met de terughoudendheid van iemand die hoopte dat niemand het zou opmerken.
Els las langzaam. Haar vinger ging onder de regels mee.
‘Deze stoelen waren toch voor mijn verjaardag?’ vroeg ze.
‘De bekleding was mijn cadeau,’ zei Nelle. ‘Het herstel niet. Dat heb ik met Bram besproken.’
Bram keek op zijn eigen vel. ‘Ik herinner me dat anders.’
Nelle voelde haar maag samentrekken. Ze had het bericht uitgeprint, een oud gesprek waarin ze had gevraagd of ze de gebroken regels ook moest vervangen. Bram had geschreven: Doe maar, dat verrekenen we.
Hij las het.
‘Ja,’ zei hij. ‘Dat staat er.’
‘Met wat?’ vroeg Els.
Hij keek naar haar, daarna naar Nelle. ‘Dat weet ik niet meer.’
Nelle had zich die erkenning voorgesteld als iets groots. Het was een man aan een tafel die zijn bril even afzette.
Ze liepen de lijst door. Bij sommige posten kwam er uitleg. Bij andere alleen stilte. Els vond de uren voor de groene bank hoog. Nelle liet foto's zien van het binnenwerk, het oude paardenhaar en de kapotte veren. Ze vertelde hoe ze de oorspronkelijke vorm had behouden, en betrapte zich erop dat ze alsnog probeerde indruk te maken.
‘Je hebt veel werk gedaan,’ zei Els. ‘Dat ontken ik niet.’
‘Maar?’
‘Maar ik heb jou ook geholpen. Toen jullie uit elkaar gingen, bleef jij in het pand. Ik wilde dat Puck haar kamer hield. Ik heb toen niet gedacht: wat levert mij dat op?’
‘Dat hoef je ook niet alsnog allemaal terug te rekenen.’
‘Dat doe jij nu wel.’
Puck keek van de een naar de ander. Ze zei niets. Nelle was blij dat ze niet onmiddellijk partij koos, en merkte tegelijk hoe graag ze dat toch had gewild.
‘Ik probeer een rekening af te maken,’ zei Nelle. ‘Omdat we anders over twee jaar nog steeds zeggen dat het wel goedkomt.’
Els wreef over haar voorhoofd. ‘Zesduizend euro is veel geld.’
‘Het is ook veel werk.’
Bram schoof zijn eigen overzicht naar het midden. Hij had de onderhoudskosten van het pand eruit gehaald. Die hoorden bij het eigendom, had hij na overleg ingezien. De maanden huurverlaging stonden er nog wel op, maar apart. Het was een klein verschil met versie drie en een groot verschil met de manier waarop hij het eerst had uitgelegd.
Ze kwamen die ochtend niet tot een bedrag. Dat bleek mogelijk. Niemand hoefde de deur dicht te slaan om een gesprek onafgemaakt te laten. Ze spraken af dat Els er twee dagen over zou nadenken en dat Nelle de verkooplijst in die tijd zou controleren.
Daarna begon Nelle over het pand.
‘Ik heb ergens een werkruimte bekeken.’
Bram keek op. Puck legde haar pen neer.
‘Ga je weg?’ vroeg Els.
‘Dat weet ik nog niet zeker. Ik wil de mogelijkheden bekijken.’
‘Maar er is nog niets verkocht.’
‘Dat begrijp ik.’
Els leek plotseling minder opgelucht dan Nelle had verwacht. Het was haar eigen plan geweest om te verkopen, maar blijkbaar had ze Nelle daarin als een vast onderdeel meegenomen: iets wat verplaatst kon worden wanneer de rest klaar was.
‘En boven?’ vroeg Bram.
‘Daar wil ik voorlopig blijven wonen. Met een aparte, duidelijke afspraak. Iemand kijkt naar de stukken. Ik ga niets toezeggen over vertrek voordat ik weet waar ik aan toe ben.’
‘Dat is ook verstandig,’ zei Bram.
Ze keek hem even aan. Hij meende het.
Els vroeg naar de nieuwe ruimte. Nelle beschreef de ramen, de vloer, de fietsenwerkplaats ervoor. Ze liet het lekkende kraantje van de radiator weg en betrapte zich op dezelfde selectiviteit als Puck bij de foto's.
‘Het is kleiner,’ zei Puck.
‘Ja.’
‘Waar gaan dan al die stoelen heen die je voor ooit bewaart?’
‘Een deel moet weg.’
‘Dat zou ik wel willen zien.’
Nelle glimlachte. ‘Dan kun je komen helpen. Tegen betaling.’
Puck hief haar glas een centimeter op. Els keek hen allebei aan en begreep niet helemaal waarom ze lachten.
Na het gesprek at Nelle een stuk cake. De spanning had plaatsgemaakt voor vermoeidheid, maar het was een andere vermoeidheid dan na een ruzie. Ze wist welke vragen nog openstonden. Dat was iets.
Bij de voordeur trok Bram haar even opzij.
‘Had je al langer plannen om weg te gaan?’
‘Nee.’
‘Het lijkt alsof iedereen ineens iets anders wil.’
‘Misschien willen we het al langer.’
Hij knikte en keek naar de sleutelbos in zijn hand. Nelle zag dat er geen rode kap aan zat. Ze was opgelucht dat ze hem dat niet opnieuw hoefde te vragen.
Buiten stapte Puck op haar fiets. Ze had geen jas aan, hoewel het koud was. Nelle opende haar mond en sloot hem weer. Haar dochter fietste weg zonder die kleine zorg te missen.
Maandagavond belde Els. Ze deed een voorstel: vierduizend tweehonderdvijftig euro. Een deel na de verkoopdag, de rest twee maanden later. Nelle zei niet meteen ja.
‘Ik wil het opschrijven,’ zei ze. ‘En ik wil dat we allebei weten welke werkzaamheden daarmee zijn afgehandeld.’
‘Dat begrijp ik,’ zei Els.
Nelle keek naar de map op haar bureau. Ze voelde geen overwinning. Ze voelde ruimte om aan iets anders te beginnen.