← De sleutel van de zijdeur
Inhoudsopgave · hoofdstuk 10 van 14
  1. 1. De lege plek
  2. 2. Een stoel voor de foto
  3. 3. Wat er op papier staat
  4. 4. De kamers van Els
  5. 5. Het blauwe schrift
  6. 6. Een nieuwe voordeur
  7. 7. Op de schaal
  8. 8. De achterkant van het doek
  9. 9. Een voorstel
  10. 10. De proefopstelling
  11. 11. Wat een stoel waard is
  12. 12. De verkoopdag
  13. 13. Over de drempel
  14. 14. Het licht aan

HOOFDSTUK 10 VAN 14

De proefopstelling

Samir stelde voor dat ze een dag in de achterruimte kwam werken. Hij wilde weten hoeveel lawaai haar compressor maakte. Zij wilde weten of de hoge ramen niet alleen mooi waren op een droge ochtend.

‘Een soort proefrit,’ zei hij.

‘Voor de ruimte?’

‘Voor ons allebei.’

Ze bracht een kleine werktafel mee, haar gereedschap en één van de caféstoelen. De laatste stoel had bij het ophalen schade gekregen aan de rand. Meneer Meijer had hem zelf laten vallen en dat zonder omwegen verteld. Nelle had de reparatie aangenomen, een bedrag genoemd en haar agenda erbij gepakt. Het was een kort gesprek geweest. Ze had er daarna nog een kwartier aan gedacht.

In de achterruimte stond de vergadertafel inmiddels tegen de muur. Samir had de banden weggehaald. De radiator lekte niet meer; er lag nog een donkere kring op het beton.

Nelle zette haar tafel bij het raam en mat de afstand tot het stopcontact. Daarna verplaatste ze hem twintig centimeter. Vervolgens terug. Niemand zei dat het zo wel goed was.

Om tien uur zette ze de compressor aan. Het apparaat vulde de ruimte met een hard, ongelijk gebrom. Samir verscheen in de deuropening, luisterde even en knikte.

‘Dat overleef ik.’

‘Hij slaat straks weer aan.’

‘Ik ook.’

Ze werkte een uur zonder onderbreking. Geen deurbel van de woning, geen klant die alleen even wilde kijken, geen buurvrouw met een pakket dat ze moest aannemen. De afzondering was prettig, tot ze merkte dat ze al drie keer naar haar telefoon had gekeken.

Tegen de middag kwam een jongen binnen met een lekke band. Hij bleef in de deuropening van haar ruimte staan.

‘Doet u banken?’

‘Soms.’

‘Mijn moeder heeft er één waarvan de kat de hoek heeft opgegeten.’

‘Echt opgegeten?’

‘Hij heeft er wel erg zijn best op gedaan.’

Ze gaf hem haar kaartje en vroeg of zijn moeder een foto wilde sturen. De jongen bekeek het kaartje, stak het in zijn zak en ging terug naar zijn fiets. Een nieuwe klant kon blijkbaar ook door een gang met fietskettingen komen.

Samir at zijn lunch op een omgekeerde krat. Hij had twee broodjes mee en bood er één aan. Nelle zei dat ze haar eigen brood had. Hij schoof een tweede krat naar haar toe.

‘Waarom wil je verhuizen?’ vroeg hij.

Ze had het verhaal inmiddels een paar keer verteld en merkte dat het korter werd. Het pand kon verkocht worden. Er waren oude familieafspraken. Ze wilde werk en wonen minder door elkaar laten lopen.

‘Bij mij is dat al gebeurd,’ zei Samir. ‘Ik ben ooit in de garage van mijn ouders begonnen. Mijn vader kwam klanten vertellen dat ik in de middag wel even iets kon doen. Soms terwijl ik naast hem stond.’

‘Wat zei je dan?’

‘Dat het niet kon. Daarna zei hij tegen de klant dat ik een grapje maakte.’

Nelle lachte zo hard dat ze zich verslikte. Samir gaf haar zijn waterfles en wachtte tot ze weer kon praten.

‘Is het goedgekomen?’

‘Hij stuurt nu eerst een bericht.’

‘Altijd?’

‘Meestal.’

Het was een geruststellender antwoord dan altijd zou zijn geweest.

Na de lunch belde een klant over een offerte die Nelle twee dagen eerder had gestuurd. Ze trok zich terug in de achterruimte, maar Samir kon haar waarschijnlijk nog horen.

‘Ik schrik van de prijs,’ zei de vrouw. ‘Vorige keer was het veel minder.’

Nelle legde de verschillen uit: andere stof, meer herstel, ophalen apart. Ze hoorde hoe ze steeds zachter ging praten. De vrouw zei dat ze er nog eens over moest nadenken.

‘Dat begrijp ik,’ zei Nelle.

Ze wilde al aanbieden het ophalen niet te rekenen. Ze had de zin letterlijk op haar tong. In plaats daarvan vroeg ze of de klant de stoelen eventueel zelf kon brengen. Dat zou inderdaad een verschil maken.

De vrouw zei dat ze haar zoon zou vragen. Ze hing op zonder opdracht te geven.

Nelle bleef staan met haar telefoon in haar hand. Een hoger tarief was in een berekening een keurige kolom. In werkelijkheid was het een stem aan de andere kant die teleurgesteld klonk.

Samir kwam vragen of ze koffie wilde.

‘Ik weet niet of ik dit kan betalen,’ zei ze.

Hij zette twee bekers op de tafel. ‘Dan moet je het niet doen omdat het hier gezellig is.’

‘Het is hier nog niet gezellig.’

‘Mooi. Dan is die verleiding er niet.’

Ze bekeken de kosten nog eens. Hij schreef op wat was inbegrepen, hoe ze stroom en verwarming zouden verdelen en welke toegang ze had buiten zijn openingstijden. Over de gedeelde gang maakten ze een afspraak: geen meubels laten staan, ook niet voor één nacht. Nelle dacht meteen aan drie situaties waarin dat lastig zou zijn.

‘Dan heb ik een probleem met leveringen,’ zei ze.

‘Kunnen we een tijdvak afspreken?’

Ze konden. Het duurde tien minuten om iets te regelen waarvoor ze in haar oude atelier jarenlang geen woorden had gehad.

Aan het einde van de middag was de caféstoel klaar. Het licht was goed gebleven. Er was één nadeel dat ze pas merkte toen ze haar spullen in de bus zette: voor de zijdeur lag een smalle strook grind. Met een zware fauteuil zou dat onhandig zijn.

Samir zei dat hij er een plaat over kon leggen. Nelle vroeg of dat vast kon worden opgelost voordat ze iets tekende. Hij keek even naar het grind en knikte.

‘Goed dat je het zegt.’

Ze reed terug naar de Noorderkade. Daar stonden de kasten, de rollen stof, de stoelen die ze had gekocht omdat ze er ooit iets in zag. De ruimte was vol met besluiten die ze niet had genomen.

Ze trok een stoel uit de achterste hoek. Hij had een mooi frame en een kapotte rug. Ze had hem zeven jaar geleden van de straat meegenomen. Daarna nog een, met een losse arm en een zitting waarvan ze dacht dat er onder het velours iets bijzonders zat. Ze zette ze naast elkaar.

Op elk hing ze een kaartje. Niet ooit, maar een bedrag.

Puck kwam langs om foto's te brengen. Ze zag de stoelen en bleef staan.

‘Gaat het wel?’

‘Ja.’

‘Je hebt er een prijs aan gehangen.’

‘Dat zie ik.’

Puck liep om de eerste stoel heen. ‘Deze is wel mooi.’

Nelle voelde onmiddellijk de neiging om hem voor haar apart te zetten.

‘Wil je hem hebben?’

Puck keek naar het kaartje. ‘Niet nu. Ik heb geen plek.’

‘Dan blijft hij te koop.’

‘Goed.’

Het woord klonk tussen hen bijna feestelijk.

Die avond kwam er een bericht van de klant die over de offerte had gebeld. Haar zoon kon de stoelen zaterdag brengen. Of Nelle dan ruimte had.

Nelle keek naar de lege strook die door de verplaatste meubels was ontstaan. Ze schreef terug dat het kon, noemde een tijd en zette de afspraak in haar agenda. Daarna belde ze Samir.

‘Ik wil het doen,’ zei ze. ‘Als we de afspraken rond hebben.’

Hij zei dat hij die morgen zou sturen.

Ze hing op en bleef nog even beneden. Voor het eerst in jaren zag ze de werkplaats zoals een ander hem misschien zag: een ruimte die je kon gebruiken, en op een dag ook kon verlaten.

Je kunt de hoofdstukken ook zonder opgeslagen leesplek lezen.

Terug naar de boekenplank

Fabliva op je beginscherm

Heeft je browser een installatieknop? Kies dan App installeren. Je kunt ook het browsermenu openen en kiezen voor Toevoegen aan beginscherm.

Op een iPhone of iPad vind je dit via de deelknop in Safari. Je kunt Fabliva ook gewoon in je browser blijven gebruiken.

Wat kan beter?

Een fout gevonden of een idee? Je hoeft geen naam of e-mailadres in te vullen. Zet geen privégegevens in je bericht.

Je bericht wordt naar Fabliva verstuurd. Gebruik 10 tot 2.000 tekens.