← De sleutel van de zijdeur
Inhoudsopgave · hoofdstuk 12 van 14
  1. 1. De lege plek
  2. 2. Een stoel voor de foto
  3. 3. Wat er op papier staat
  4. 4. De kamers van Els
  5. 5. Het blauwe schrift
  6. 6. Een nieuwe voordeur
  7. 7. Op de schaal
  8. 8. De achterkant van het doek
  9. 9. Een voorstel
  10. 10. De proefopstelling
  11. 11. Wat een stoel waard is
  12. 12. De verkoopdag
  13. 13. Over de drempel
  14. 14. Het licht aan

HOOFDSTUK 12 VAN 14

De verkoopdag

Om kwart voor negen stond er al iemand voor het tuinhek. De verkoop begon om tien uur. Gert zei dat dit normaal was en liet het hek dicht.

Nelle kwam via de achterdeur binnen. In de keuken stonden thermoskannen, papieren bekers en een bord met plakken cake. Els had toch weer gebakken. Ze droeg een donkerblauwe blouse en had haar haar zorgvuldig gedaan. Nelle zag dat ze slecht had geslapen.

‘Je kunt naar boven als het te druk wordt,’ zei ze.

‘Boven is bijna alles leeg.’

Ze zei het zonder verwijt. Nelle wist niet wat ze erop moest antwoorden.

Puck had bordjes gemaakt. VERKOCHT. GERESERVEERD TOT. NIET TE KOOP. Het laatste bordje stond bij een kleine tafel in de keuken waarop Els haar handtas had gelegd. Er was blijkbaar geen enkele plek die vanzelf buiten een verkoop viel.

Bram testte of de voordeur open kon blijven zonder tegen de kast te slaan. Inge arriveerde met haar jongste kind, dat meteen vroeg of de cake gratis was. Gert gaf het kind een rol stickers en zei dat die alleen op verzoek mochten worden gebruikt. Binnen vijf minuten zat er een sticker op Brams jas.

Om tien uur ging het hek open.

De eerste bezoekers liepen snel, alsof ze ergens voor moesten zijn voordat een ander het bedacht. Ze keken onder tafels, draaiden lampenkappen en openden kastdeurtjes. Nelle vond het moeilijk om haar handen stil te houden. Bij elke stoel wilde ze uitleggen hoe de verbindingen waren gemaakt, waarom die ene verkleuring onschuldig was en waarom een scheur in hout niet hetzelfde was als een scheur in lak.

Gert stuurde mensen naar haar als er een echte vraag was. De rest liet hij kijken.

Een man wilde de groene bank voor de helft van de prijs. Hij trok aan een losse draad die nergens losgetrokken hoefde te worden.

‘Ziet er netjes uit,’ zei hij. ‘Maar het blijft gebruikt.’

‘Dat klopt,’ zei Nelle.

‘En de stof is natuurlijk smaakgebonden.’

‘Ook dat klopt.’

Hij noemde zijn bod. Nelle keek naar Els, die bij het raam stond. Ze had haar armen over elkaar gevouwen, zonder haar schouders op te trekken. Dat was haar manier om niet te laten zien dat ze zich verdedigde.

‘Voor die prijs gaat hij niet weg,’ zei Nelle.

De man haalde zijn schouders op. Hij liet een visitekaartje achter voor het geval ze later op de dag anders zouden denken. Nelle legde het bij Gert neer. Het kaartje was glad en dik. Het aanbod erop niet.

In de garage ging het sneller. Twee van haar opknappers waren binnen een halfuur verkocht. Een jonge man met verf op zijn schoenen nam de stoel met de kapotte rug. Hij wilde hem zelf herstellen. Nelle vertelde welke verbinding zwak was en vroeg of hij goed gereedschap had.

‘Een beetje,’ zei hij.

‘Dan eerst rustig uit elkaar halen. Niet meteen lijm erin.’

Hij knikte ernstig. Ze hoorde zichzelf nog drie aanwijzingen geven en hield toen op. Hij had de stoel gekocht. Hij had geen opleiding bij haar geboekt.

Toen hij vertrok, voelde ze minder verdriet dan verwacht. Misschien had het zeven jaar wachten de stoel al een beetje van haar losgemaakt.

Tegen elf uur kwamen twee vrouwen voor de groene bank. Ze hadden een kleine kapsalon gekocht en zochten iets voor de wachtruimte. De oudste ging zitten en keek naar de andere.

‘Deze zit goed.’

‘Hij moet wel door die deur,’ zei de ander.

Ze hadden de maten op een telefoon. Nelle pakte haar rolmaat. Els kwam erbij staan. Samen bekeken ze de bank en de deuropening op een foto. De vrouwen stelden praktische vragen. Was de stof schoon te maken? Hoe zwaar was hij? Konden de poten eraf?

Nelle legde het uit. Ze kende elk onderdeel. Het was prettig om die kennis eens te gebruiken zonder zich ermee te hoeven verdedigen.

‘Mijn man zat hier altijd,’ zei Els.

Nelle keek op. Ze dacht aan de nieuwe bekleding, aan Joop die die bekleding nooit had gezien. Els bedoelde de bank, niet de stof. Herinneringen hielden zich niet aan werkbonnen.

De oudste vrouw legde haar hand op de armleuning. ‘Dan heeft hij een goede plek uitgezocht.’

Er viel een stilte. Niemand maakte er haast mee.

De vrouwen kochten de bank voor de vraagprijs. Ze wilden hem die middag ophalen met een aanhanger. Gert schreef de bon, Puck hing er een bordje aan. Els ging naar de keuken.

Nelle volgde haar niet meteen. Ze keek naar de bank met het woord VERKOCHT erop. Al haar werk zat er nog in. Het werd niet minder omdat andere mensen erop zouden gaan zitten met haarverf in hun haar.

In de keuken stond Els bij het aanrecht. Ze hield een beker vast waar niets in zat.

‘Wil je even naar buiten?’ vroeg Nelle.

Els schudde haar hoofd. ‘Ik vind het vervelend dat hij nog tot vanmiddag hier blijft staan.’

‘De bank?’

‘Ja. Dan weet ik niet hoe ik ernaar moet kijken.’

Nelle ging naast haar staan. Ze keek door het keukenraam naar de natte tuin. De tegels waren scheef, het gras was te lang. Joop had er ooit een klein vijvertje willen maken. Els had gezegd dat ze geen muggenkwekerij wilde. Nu lag er op die plek een stapel lege bloempotten.

‘Wil je dat ik bij je blijf?’ vroeg Nelle.

‘Even.’

Ze bleven staan tot iemand vroeg waar het toilet was. Els wees de weg en zette haar beker neer.

Om twaalf uur viel een lamp om. Het geluid was kleiner dan de schade. Een bezoeker had een snoer achter zijn voet gekregen, en de kap lag nu in twee stukken op het kleed. Puck had er net naast gestaan. Ze begon meteen te zeggen dat ze het snoer beter had moeten leggen.

‘Ik stond er zelf met mijn voet in,’ zei de man.

Gert kwam erbij. Hij vroeg iedereen een stap achteruit te doen en regelde het rustig. De man betaalde een afgesproken bedrag. Bram haalde een stoffer en blik. Nelle hield Puck tegen toen die de scherven met haar handen wilde pakken.

‘Laat dat even.’

Puck ging op haar hurken zitten en keek naar de kap. ‘Ik had die kabel moeten vastplakken.’

‘Misschien. Hij had ook moeten kijken.’

‘Als er iets misgaat, kijk jij altijd alsof ik het had kunnen voorkomen.’

Nelle wilde ontkennen. Ze zag de blik van haar dochter en deed het niet.

‘Dat zal ik vast doen,’ zei ze. ‘Ik probeer het zelf ook altijd voor te zijn.’

‘Lukt dat?’

Ze keken allebei naar de scherven.

Nelle schudde haar hoofd.

Puck lachte kort en stond op. Bram kwam met het blik. Nelle liet hem opruimen.

De middag werd trager. Mensen kwamen voor een schaal of een boek, bleven praten en kochten iets anders. Inge vertrok op de tijd die ze had genoemd. Haar kind kreeg twee stukken cake mee in een servet. Puck at een broodje achter de laptop en bevestigde betalingen. Gert belde een koper die te laat was voor een gereserveerde kast en gaf hem nog een halfuur.

Nelle verkocht de rieten stoel waarop haar moeder had gezeten. De koper was een jonge vrouw die hem op haar balkon wilde zetten. Nelle waarschuwde dat hij niet in de regen moest blijven staan. De vrouw zei dat het balkon overdekt was.

Toen ze de stoel optilde, viel een klein rond brandplekje aan de onderkant op. Haar moeder had er ooit een sigaret tegen gehouden. Nelle had het nooit weggewerkt.

‘Er zit hier een vlekje,’ zei ze.

De vrouw keek. ‘Dat zie je toch niet als hij staat.’

‘Nee.’

Ze liet de stoel gaan. Daarna pakte ze haar telefoon om Inge een bericht te sturen. Stoel van mam verkocht. Ze wist niet wat ze erbij moest zetten.

Inge antwoordde: Goed. Heb je gegeten?

Om halfvier werd de bank opgehaald. De twee vrouwen hadden dekens mee en spanbanden die er nieuw uitzagen. Bram hielp dragen. Nelle hield de voordeur open. Els stond achter haar.

De bank draaide langzaam door de gang, schoof over de drempel en verdween naar buiten. Onder de plek waar hij had gestaan lag een klein muntje. Puck raapte het op en gaf het aan Els.

‘Voor het nieuwe huis,’ zei ze.

Els stopte het in haar broekzak. ‘Voor de winkelwagen.’

Toen het hek dichtging, was de woonkamer veranderd in een kamer met overgebleven spullen. Dat was iets anders dan een kamer vol dingen die nog weg moesten. Nelle zag wat Els bedoelde toen ze zei dat ze niet wist hoe ze moest kijken.

Gert maakte de voorlopige afrekening. Puck kreeg haar vergoeding diezelfde dag overgemaakt. Nelle zag de melding op haar scherm en keek bewust niet naar het bedrag. Het was Pucks rekening.

Els vroeg of Nelle dinsdag kon komen voor de laatste controle van hun lijst. Dan zou ze het eerste deel van de afgesproken betaling overmaken.

‘Ja,’ zei Nelle. ‘Na vieren.’

‘Blijf je vandaag eten?’

Nelle dacht aan haar eigen keuken, aan het brood in de vriezer en de behoefte om nergens meer iets te zien wat verplaatst moest worden.

‘Vandaag niet.’

Els knikte. ‘Dan doe ik iets makkelijks.’

Buiten hing de avond laag over de straat. Nelle stapte in haar bestelwagen. Op de passagiersstoel lag het blauwe schrift. Ze had het die dag geen enkele keer nodig gehad.

Je kunt de hoofdstukken ook zonder opgeslagen leesplek lezen.

Terug naar de boekenplank

Fabliva op je beginscherm

Heeft je browser een installatieknop? Kies dan App installeren. Je kunt ook het browsermenu openen en kiezen voor Toevoegen aan beginscherm.

Op een iPhone of iPad vind je dit via de deelknop in Safari. Je kunt Fabliva ook gewoon in je browser blijven gebruiken.

Wat kan beter?

Een fout gevonden of een idee? Je hoeft geen naam of e-mailadres in te vullen. Zet geen privégegevens in je bericht.

Je bericht wordt naar Fabliva verstuurd. Gebruik 10 tot 2.000 tekens.