← De sleutel van de zijdeur
Inhoudsopgave · hoofdstuk 13 van 14
  1. 1. De lege plek
  2. 2. Een stoel voor de foto
  3. 3. Wat er op papier staat
  4. 4. De kamers van Els
  5. 5. Het blauwe schrift
  6. 6. Een nieuwe voordeur
  7. 7. Op de schaal
  8. 8. De achterkant van het doek
  9. 9. Een voorstel
  10. 10. De proefopstelling
  11. 11. Wat een stoel waard is
  12. 12. De verkoopdag
  13. 13. Over de drempel
  14. 14. Het licht aan

HOOFDSTUK 13 VAN 14

Over de drempel

De verhuizing vond plaats op een woensdag waarop regen was voorspeld maar niet kwam. Nelle had die dag drie keer het weerbericht bekeken. Uiteindelijk bleek het enige betrouwbare aan de voorspelling de datum.

Ze had de nieuwe overeenkomst voor de werkruimte getekend. De afspraken over de bovenwoning waren afzonderlijk vastgelegd nadat er deskundig naar was gekeken. Els kon haar plannen met het pand verder onderzoeken, maar niemand deed nog alsof Nelle er niet woonde. Ze hoefde die maand geen huis uit te zoeken om haar werk te kunnen verplaatsen.

Het eerste deel van de betaling stond op haar rekening. Ze had er een openstaande materiaalrekening van betaald en een bedrag opzijgezet voor de nieuwe werkplaats. Daarna had ze de rest een avond lang niet aangeraakt. Er was iets vreemds aan geld dat eerst jarenlang in gesprekken had gezeten.

Bram kwam om acht uur met de grote bus. Puck kwam een halfuur later op de fiets. Ze had het werk in Meppel gekregen, twee dagen per maand om te beginnen, en haar eerste afspraak was de volgende week. Nelle had haar gevraagd te helpen met de verhuizing. Ze had erbij gezegd dat ze haar daarvoor niet betaalde, omdat ze het als hulp vroeg. Puck had ja gezegd en gevraagd of er broodjes waren.

Dat was eenvoudiger geweest dan Nelle had verwacht.

Ze begonnen met de rollen stof. Sommige gingen mee, andere naar een school die ze voor handvaardigheid kon gebruiken. Inge had het contact gelegd en verder niets geregeld. Nelle had zelf gebeld, een tijd afgesproken en gezegd dat de school het materiaal moest ophalen.

De kasten werden lichter. Achter één kast lag een handschoen van Puck, klein, paars, met een ster op de rug. Puck paste hem voor de grap over twee vingers.

‘Je hebt echt nooit ergens achter gestofzuigd.’

‘Ik wilde je herinneringen bewaren.’

‘Heel zorgvuldig. Met stof erop.’

Ze gooide de handschoen niet weg. Ze stopte hem in haar tas, zonder er iets over te zeggen.

De snijtafel was het moeilijkst. Het blad moest los, de poten eruit, de schroeven in een bakje dat meteen zoekraakte. Bram begon al naar de gereedschapskist te lopen om andere schroeven te zoeken toen Nelle hem tegenhield.

‘We hebben ze net ergens neergezet.’

‘Ik heb nog wel—’

‘Eerst zoeken.’

Ze vonden het bakje op de vensterbank, achter de koffie. Bram keek ernaar en haalde zijn schouders op. ‘Dat scheelt weer.’

Nelle tilde één kant van het blad op. Haar rug protesteerde meteen. Ze zette het weer neer.

‘Dit gaat niet.’

‘Dan doen wij het,’ zei Bram.

Vroeger zou ze toch hebben doorgetild, deels uit trots en deels omdat wachten voelde als falen. Nu hield ze de deur open terwijl Bram en een buurman het blad naar de bus droegen. Het was hetzelfde deurwerk als op de verkoopdag, en ze vond het ineens geen minderwaardige taak.

Samir had de gang vrijgemaakt. Voor de zijdeur lag een stevige vlakke strook waarover de dolly gemakkelijk reed. Nelle keek ernaar voordat ze iets anders deed.

‘Dat is goed geworden.’

‘Ja,’ zei hij. ‘Ik ben er zelf ook al twee keer blij mee geweest.’

Ze zetten de tafel in elkaar. Hij paste, met minder ruimte omheen dan op de Noorderkade. De naaimachine kwam bij het raam. De grote kast paste niet op de plek die Nelle had bedacht. Ze maten opnieuw, schoven en vloekten zacht. Puck maakte een foto om later te kunnen zeggen dat de inrichting niet vanzelf was ontstaan.

Tegen drie uur stonden de belangrijkste spullen. De rest zat in dozen. Op één doos had Puck INGEWIKKELDE DINGEN geschreven. Er zaten kabels, lampen en een rol tape in.

‘Dat kan op elke doos,’ zei Nelle.

‘Dan weet je waar je aan toe bent.’

Ze aten broodjes aan de snijtafel. Bram had kaas meegenomen, en vroeg pas toen hij de zak neerzette of dat goed was. Nelle zei dat het prima was. Hij keek even tevreden en at daarna zelf het broodje eiersalade.

Puck vertrok als eerste. Ze moest nog beelden bewerken voor een andere klant. Ze gaf Nelle een envelop.

‘Wat is dit?’

‘De proefdruk voor je bord. Je moet nog akkoord geven.’

Nelle opende hem. Haar naam, daaronder STOFFEREN EN REPAREREN, met een klein beeld van een draad die door een oog ging. Het was rustig en helder. Niets aan het bord deed alsof haar bedrijf groter was dan het was.

‘Mooi,’ zei ze.

‘Kijk er morgen nog eens naar. Dan pas laat ik het maken.’

Nelle knikte. Haar dochter fietste weg. Vanuit de deuropening zag ze haar een hand opsteken naar Samir, die een fiets naar buiten rolde.

Bram bleef om een lamp op te hangen. Hij vroeg waar ze hem wilde. Nelle wees een plek aan en vroeg of hij even wilde wachten terwijl ze achter de naaimachine ging zitten om het licht te beoordelen.

‘Daar,’ zei ze. ‘Iets naar links.’

Hij verplaatste de lamp. ‘Zo?’

‘Ja.’

Hij hing hem op zonder te zeggen dat hij het meteen al zo had bedoeld.

Toen hij klaar was, bleef hij bij de tafel staan.

‘Het ziet er goed uit.’

‘Het is nog een hoop werk.’

‘Dat bedoel ik ook.’

Ze keek hem aan. Er zat iets zachts in zijn gezicht dat haar vroeger had gerustgesteld. Ze voelde geen verlangen om terug te gaan. Wel een verdriet dat het zo lang had geduurd voordat ze gewoon naast elkaar konden staan zonder te doen alsof ze samen hetzelfde wilden.

‘Dank je voor vandaag,’ zei ze.

‘Graag gedaan.’

Hij pakte zijn jas. Bij de deur vroeg hij of hij later nog een stoel voor iemand mocht brengen. Een vriendin had iets waarvan de bekleding losliet. Hij zei vriendin op een gewone toon, maar keek toch naar haar.

Nelle liet een paar seconden voorbijgaan.

‘Stuur eerst een foto. Dan kan ik zeggen wanneer ik tijd heb.’

‘Doe ik.’

Hij vertrok. Ze bleef alleen achter in een ruimte die nog naar andermans koffie rook. Het raam zat hoger dan thuis. Ze kon er de straat niet door zien, alleen een strook lucht en het bovenste deel van een boom.

Ze ruimde de gereedschappen op die ze de volgende ochtend nodig had. De rest liet ze staan. Er was geen enkele reden om die avond alles af te maken, behalve dat ze het gewend was.

Samir kwam met de sleutels. Voor Nelle had hij er één van de gezamenlijke buitendeur en één van haar nieuwe werkruimte. Ze spraken nog eens door wat ze deden als een klant te laat kwam of een pakket werd bezorgd.

‘Morgen?’ vroeg hij.

‘Morgen.’

Ze sloot de deur en reed naar huis.

Op de Noorderkade moest ze nog door de oude werkplaats om bij de trap te komen. De ruimte klonk hol. Er stonden een bezem, een emmer en het berken stoeltje dat ze niet had meegenomen. Ze zou het boven zetten.

Ze droeg het de trap op, langzaam, zonder iemand te vragen die er niet was. In de keuken zette ze het naast het raam. De scheve plooi zat nog steeds onder de zitting.

Ze maakte soep warm en at aan tafel. Beneden ging geen machine aan. Er was geen laken dat nog over een stoel moest, geen werkbon die ze snel kon controleren. Na het eten bleef ze zitten met haar handen om de lege kom.

De stilte was groter dan ze had verwacht. Ze wist nog niet of ze hem prettig vond.

Ze belde Inge en vroeg hoe de hockeywedstrijd was afgelopen.

Je kunt de hoofdstukken ook zonder opgeslagen leesplek lezen.

Terug naar de boekenplank

Fabliva op je beginscherm

Heeft je browser een installatieknop? Kies dan App installeren. Je kunt ook het browsermenu openen en kiezen voor Toevoegen aan beginscherm.

Op een iPhone of iPad vind je dit via de deelknop in Safari. Je kunt Fabliva ook gewoon in je browser blijven gebruiken.

Wat kan beter?

Een fout gevonden of een idee? Je hoeft geen naam of e-mailadres in te vullen. Zet geen privégegevens in je bericht.

Je bericht wordt naar Fabliva verstuurd. Gebruik 10 tot 2.000 tekens.