HOOFDSTUK 3 VAN 14
Wat er op papier staat
Het broodje dat Bram voor haar had gekocht, zat vol eiersalade. Dat was ooit haar favoriete broodje geweest. Sinds haar maag op onvoorspelbare momenten begon te doen alsof ze een kapotte accordeon had ingeslikt, at ze tussen de middag meestal gewoon kaas. Bram kon dit niet weten. Hij had het wel kunnen vragen.
Ze legde de zak op de snijtafel.
‘De stoel is terug bij de eigenaar.’
‘Mooi.’
‘Ze was hier om hem te halen.’
‘Dat is vervelend.’
Hij trok een kruk naar zich toe, maar ging niet zitten. Hij droeg zijn werkbroek met de donkere kniestukken. Op zijn hand zat een kleine snee die nog vers leek. Nelle wist hoe hij aan zulke sneden kwam: hij begon ergens aan voordat het gereedschap klaar lag en gebruikte vervolgens iets wat bijna geschikt was.
‘Wat wil Els verkopen?’ vroeg ze.
‘Een deel van de inboedel. Het huis. Op termijn.’
‘En dit pand?’
Bram keek naar de etalageruit. Er liep een vrouw met twee honden voorbij. De honden wilden allebei een andere kant op en de vrouw stond ertussen met het gezicht van iemand die zich ooit op gezelschap had verheugd.
‘Daar moeten we het over hebben.’
Nelle liet haar vingers op de rand van de tafel rusten. De verf was daar verdwenen op de plek waar ze altijd stond te knippen.
‘Jij moest me dus niet alleen iets vertellen over een appartement.’
‘Mam wil overzicht. Ze heeft dat huis en dit pand. Er is onderhoud. Ze krijgt het niet meer rond.’
‘Ze krijgt van mij huur.’
‘Ja.’
‘Elke maand.’
‘Dat weet ik.’
Hij zei het zo geduldig dat Nelle haar handen van de tafel haalde. Die geduldige toon had hun laatste getrouwde jaar gevuld. Ze had zich er steeds in teruggevonden als een ingewikkeld apparaat waarvan Bram de handleiding kwijtraakte.
‘Heeft iemand al naar dit pand gekeken?’
‘Van buiten. Een makelaar heeft een inschatting gemaakt.’
‘Wanneer?’
‘Vorige week.’
‘Ik was hier vorige week.’
‘Hij is niet binnen geweest.’
‘Maar Puck heeft wel foto’s gemaakt.’
‘Dat was iets anders.’
Nelle pakte haar telefoon. Puck had een bericht gestuurd. Sorry van die stoel. Echt. Ik zit nu in de trein. Daaronder een link, met: Dit is alleen de opzet, nog niet openbaar.
Ze opende hem. Op het scherm verscheen een rustige witte pagina. Een lamp, een schaal, de groene bank van Els. Dan haar eigen werkplaats, gezien vanaf de voordeur. Het licht viel er prachtig. De caféstoelen waren uit beeld geschoven en de bak met afvalstof stond achter een kast. Het zag eruit als een plek waar iemand veel geld aan rust had uitgegeven.
Onder de foto stond: Een nieuw hoofdstuk voor de Noorderkade.
Ze hield Bram het scherm voor.
Hij las het.
‘Dat is een presentatie. Om te kijken wat mogelijk is.’
‘Voor wie?’
‘Een paar mensen die belangstelling hebben. Voor de inboedel, en misschien voor het pand. Puck wilde het netjes doen.’
Nelle scrolde verder. Kleine werkplaats met bovenwoning. Karakteristieke ruimte. Oplevering in overleg. Ze las die laatste woorden tweemaal. Er stond gelukkig geen datum. Toch voelde de zin als iemand die al in haar gang stond met een meetlint.
‘Met wie wordt dat overlegd?’
‘Met jou, uiteraard.’
‘Dan ben ik blijkbaar de volgende.’
Bram ging nu wel op de kruk zitten. ‘Ik ben hier toch?’
Ze dacht aan al die jaren waarin iets pas bespreekbaar werd nadat er een begin mee was gemaakt. De vakantie geboekt voordat ze haar opdrachten had gepland. Het gereedschap gekocht voordat ze samen naar de rekening keken. Puck opgegeven voor een kamp omdat ze zelf nog twijfelde. Er zat altijd een vriendelijk argument achter, en er lag altijd al iets vast.
‘Ik heb hier werk,’ zei ze.
‘Dat ontkent niemand.’
‘En ik woon hier.’
‘Nelle, niemand zet je morgen op straat.’
‘Dat hoef je ook niet te zeggen om me ergens buiten te houden.’
Hij pakte de papieren zak, keek erin en schoof hem terug. ‘Er is nog een andere kant. Mam heeft je jarenlang een lage huur laten betalen. Pap heeft destijds die hele ruimte voor je geschikt gemaakt. Als je nu in Rietdam iets vergelijkbaars zoekt—’
‘Ik heb er werk voor gedaan.’
‘Ja. Dat moeten we ook bekijken.’
‘Dat hebben we bekeken. Jarenlang. Bij elke stoel zei jij dat het goedkwam.’
Hij trok zijn telefoon uit zijn zak en zocht een bestand. ‘Ik heb een overzicht gemaakt.’
Nelle moest bijna lachen. Ze wist nog niet waarom.
Op zijn scherm stonden kolommen. Huur, onderhoud, investeringen. Onderin een regel met: Werkzaamheden Nelle, nader vast te stellen. Er stond geen bedrag naast.
‘Dat is het overzicht?’
‘Een begin.’
‘De andere bedragen zijn geen begin.’
‘Die stonden in de bankgegevens.’
‘Mijn uren staan in mijn schrift.’
‘Dan zetten we die erbij.’
Hij zei het zonder spot. Dat maakte het moeilijker. Bram kon werkelijk geloven dat hij zorgvuldig was omdat hij een lege cel had opengelaten.
Nelle liep naar de kast naast het bureau. Het blauwe schrift zat onder de oude prijslijsten. Ze trok het eruit, maar sloeg het niet open. In de kaft zat een vettige afdruk van haar duim. Ze wist dat er niet alleen gewerkte uren in stonden. Er stonden ook boodschappenlijstjes in, een telefoonnummer zonder naam, de maten van een gordijn dat ze nooit had gemaakt. Ze had al die tijd gedacht dat het voldoende was om zelf te weten wat ze had gedaan.
‘Stuur me dat overzicht,’ zei ze.
‘Goed.’
‘En Puck haalt die presentatie uit de lucht.’
‘Hij staat niet openbaar.’
‘Iedereen met de link kan kijken.’
‘Een paar mensen hebben hem.’
‘Wie?’
Bram noemde een man die meubels verkocht, een makelaar en een kennis van Els. Drie mensen. Nelle wilde weten waarom drie ineens voelde als een zaal.
‘Je vraagt ze het bestand niet te gebruiken. En mijn werkplaats gaat eruit.’
Hij knikte. ‘Dat regel ik.’
Ze geloofde hem. Dat was niet het probleem. Hij regelde dingen graag.
Toen hij weg was, belde Inge. Ze vroeg of Nelle zondag meeging naar hun vader. Hun vader woonde sinds een jaar in een flat met een lift waarin hij volgens eigen zeggen niet paste, hoewel er naast hem gemakkelijk drie boodschappentassen konden staan.
‘Ik kan niet,’ zei Nelle.
‘Je hebt mij gevraagd het te organiseren.’
‘Er is iets tussengekomen.’
‘Wat?’
Nelle vertelde het. Ze vertelde alles vanaf de lege plek op de vloer tot het bestand op Brams telefoon. Tijdens het vertellen liep ze rond. Ze ruimde een schaar op, zette een fles lijm recht en trok een draad van de naaimachine die er niet af hoefde.
Inge liet haar uitspreken.
‘Heb je een huurcontract?’ vroeg ze daarna.
‘Ja. Oud.’
‘En iets over die meubels?’
‘Dat is afgesproken.’
‘Dat vroeg ik niet.’
Nelle keek naar het blauwe schrift.
‘Kom je morgen even?’
‘Ik heb de kinderen. En ’s middags hockey.’
‘Een uurtje maar.’
Inge zweeg lang genoeg om het woord maar in de kamer te laten hangen.
‘Van tien tot twaalf,’ zei ze. ‘Daarna moet ik weg. Zorg dat je alles klaar hebt.’
Nelle bedankte haar en legde het schrift naast de laptop. Ze opende het bestand dat Bram inmiddels had gestuurd. In de bestandsnaam stond versie drie.
Ze keek er een tijdje naar. Toen pakte ze een rood potlood en sloeg haar eigen schrift open.