← De sleutel van de zijdeur
Inhoudsopgave · hoofdstuk 4 van 14
  1. 1. De lege plek
  2. 2. Een stoel voor de foto
  3. 3. Wat er op papier staat
  4. 4. De kamers van Els
  5. 5. Het blauwe schrift
  6. 6. Een nieuwe voordeur
  7. 7. Op de schaal
  8. 8. De achterkant van het doek
  9. 9. Een voorstel
  10. 10. De proefopstelling
  11. 11. Wat een stoel waard is
  12. 12. De verkoopdag
  13. 13. Over de drempel
  14. 14. Het licht aan

HOOFDSTUK 4 VAN 14

De kamers van Els

Om halfzes ging Nelle alsnog naar Els. Ze had eerst de caféstoelen afgemaakt. Vier uur lang had ze oud materiaal losgetrokken, gaten gecontroleerd en de nieuwe stof strak over het hout gelegd. Het werk had haar rustiger gemaakt. Misschien ook koppiger. Bij meubels kon je meestal terugvinden waar iets was misgegaan. Een draad volgde een route. Een poot die scheef stond, had ergens speling.

Els zat in de keuken met een mand sperziebonen. De peulen lagen in keurige bosjes op een theedoek. Ze keek niet verrast toen Nelle binnenkwam.

‘Bram heeft gebeld.’

‘Dat dacht ik al.’

‘Ik wilde jou zelf vertellen van het appartement.’

Nelle hing haar jas over een stoel. Ze was vijf jaar geleden opgehouden haar jas in de gang op te hangen. Dat had ze destijds een kleine, zinvolle verandering gevonden. Het betekende dat ze op bezoek was. Vervolgens was ze blijven koken, kerstbomen versieren en gordijnen wassen.

‘Wanneer?’ vroeg ze.

Els legde een boon neer. ‘Als ik wist of het doorging.’

‘Ga je?’

‘Ik denk het wel.’

‘Vind je het leuk?’

Els keek naar de achterdeur. ‘Er is een lift. En een balkon waar twee stoelen op kunnen. De slaapkamer is aan de stille kant.’

Het was geen antwoord op de vraag, maar Nelle zag dat ze er niet dichterbij zou komen door hem nog eens te stellen.

Ze ging zitten en pakte een hand bonen. De uiteinden knapten gemakkelijk af. Aan de keukenmuur hing nog steeds de kalender van Joops laatste jaar, achter een nieuwere kalender die kleiner was. Van de oude zag je alleen de gekartelde rand en onderaan een foto van een meer. Nelle had ooit aangeboden hem weg te halen. Els had gezegd dat dat niet hoefde.

‘Er zijn dingen die ik wil houden,’ zei Els. ‘Maar ik kan niet alles houden omdat iemand er ooit iets mee heeft gedaan.’

‘Dat vraag ik ook niet.’

‘Bij die bank keek je zo.’

‘Omdat ik die heb gemaakt en nooit betaald ben.’

Els legde haar handen in haar schoot. Ze had nog een boon tussen haar vingers.

‘We hebben jou veel gegeven, Nelle.’

‘Dat weet ik.’

‘Je kon daar beginnen zonder dat je wist of het iets werd. Joop heeft dagen aan de elektriciteit gewerkt. En toen Puck klein was—’

‘Dat weet ik allemaal.’

‘Je zegt het alsof het niets is.’

Nelle liet de bonen op de theedoek vallen. Een uiteinde rolde naar de suikerpot.

‘Ik zeg dat ik voor die bank betaald wil worden. Dat maakt de rest niet kleiner.’

Els schoof de mand naar zich toe. ‘Bram zei altijd dat jullie het samen bijhielden.’

‘Hij zei tegen mij dat jij het met hem regelde.’

Ze zaten een ogenblik zonder te bewegen. Door het open keukenraam klonk een scooter die te vroeg optrok voor de bocht. Els fronste, dezelfde frons die ze vroeger had gehad wanneer Puck haar vork met de tanden naar boven op tafel legde.

‘Er is nooit iemand geweest die zei dat iets niet klopte,’ zei ze.

‘Ik zeg het nu.’

Nelle hoorde hoe hard dat klonk. Ze wilde het niet zachter maken, maar ze wilde ook niet dat Els zich alleen die zin zou herinneren. Ze pakte een boon en knakte hem doormidden.

‘Ik wil weten welke afspraken er zijn. Over mijn werk. Over het pand. En wat jullie van mij verwachten.’

‘Dat je me helpt.’

Het kwam zo eenvoudig dat Nelle bijna haar hand uitstak.

‘Waarmee?’

‘Met weggaan.’

Nu keek Els haar wel aan. Haar ogen waren niet nat. Dat zou makkelijker zijn geweest. Nelle had jarenlang precies geweten wat ze moest doen wanneer iemand huilde. Ze pakte een doek, zette thee, nam een taak over. Een gewone, heldere blik liet haar minder ruimte.

‘Ik kan niet meer naar boven zonder halverwege te rusten,’ zei Els. ‘Ik vergeet spullen boven, en dan loop ik alsnog die trap op. In de winter stook ik kamers warm waar ik niet kom. Het dak moet ergens aandacht hebben. Die man heeft het uitgelegd, maar ik ben vergeten waar precies. Ik hoor alleen bedragen.’

Nelle knikte langzaam.

‘Waarom zei je het niet?’

Els keek even opzij. ‘Omdat jij dan kwam.’

Dat was een beschuldiging waar Nelle geen antwoord op had. Ze had gedacht dat komen juist bewees dat ze betrouwbaar was.

‘Je ging dan kijken naar de lekkage,’ zei Els. ‘Je zette de dozen in de andere kamer, maakte de dakgoot schoon of belde iemand. Dan ging het weer. Ik wil misschien dat het ergens anders gaat.’

Ze maakten de bonen af. Els zette water op en haalde twee borden uit de kast. Nelle zei niet dat ze niet zou blijven eten. Ze had honger, en er was geen principiële reden om honger te houden. De kip was te droog. Els zei dat het door de oven kwam. Nelle zei dat de oven al twintig jaar de schuld kreeg.

Voor het eerst die dag lachten ze allebei.

Na het eten liet Els haar de kamers zien. De voorkamer was bijna kaal door de verplaatste spullen. De vensterbank, waar altijd planten hadden gestaan, had lichte cirkels. Nelle voelde een onaangename herkenning bij die afdrukken.

‘Puck heeft een lijst,’ zei Els. ‘Alles wat weg kan. Er komt misschien een verkoopdag hier. Dat leek makkelijker dan mensen los over de vloer.’

‘Wie heeft dat bedacht?’

‘Die handelaar. Gert. Hij koopt eventueel wat overblijft. Voor een bedrag.’

‘Welk bedrag?’

Els noemde het. Nelle keek naar de bank, de lamp naast de kast, het eiken kastje dat ze samen met Joop uit elkaar had gehaald omdat er houtworm in één plank zat. Het bedrag was niet belachelijk laag voor tweedehands spullen. Het was alleen veel minder dan het werk dat erin zat.

‘Dat is geen prijs voor wat het mij heeft gekost,’ zei ze.

‘Dat betaalt iemand ook niet.’

Nelle keek haar scherp aan, maar Els haalde alleen haar schouders op. Het was geen verwijt. Voor één keer was het een constatering die hen allebei trof.

Op de bovenverdieping opende Els een kleine kamer. Daar stond de oude berken stoel die Nelle ooit als proefstuk had gemaakt. Ze bleef in de deuropening staan.

‘Ik dacht dat die beneden in mijn werkplaats stond.’

‘Nee. Dat is die andere. Van tante Cor.’

Nelle liep naar de stoel. De stof was verschoten, met bloemen die ooit rood waren geweest. Onder de zitting zat een kleine scheve plooi. Ze had hem destijds niet durven loshalen omdat ze bang was dat de stof zou scheuren. Joop had gezegd dat niemand onder een stoel kroop om een plooi te zoeken.

‘Deze zou ik graag terug hebben,’ zei ze.

Els aarzelde.

‘Ik dacht dat je hem aan Joop had gegeven.’

Nelle wilde meteen ontkennen. Toen zag ze Joop weer op die stoel zitten, met een krant op zijn knie en zijn schoenen nog aan. Ze hoorde zichzelf zeggen: Voor alle moeite. Ze had het op een middag gezegd waarop ze eindelijk haar eerste opdracht had afgemaakt.

‘Ja,’ zei ze. ‘Dat kan.’

‘Je mag hem hebben. Ik bedoel alleen dat ik hem niet voor jou bewaarde.’

Nelle streek over de gebogen houten arm. Ze had in haar hoofd een lijst gemaakt van dingen die anderen haar verschuldigd waren. Sommige dingen stonden daar al zo lang op dat ze niet meer wist wie ze er had neergezet.

Beneden schreef Els het adres van de nieuwe woning op een envelop. Ze legde er een sleutel naast.

‘Er staat nog niks. Je mag gaan kijken als je wilt.’

Nelle schoof de sleutel een stukje terug.

‘Ga je een keer met me mee?’

Els keek op, bijna verbaasd. ‘Ja. Dat kan ook.’

Je kunt de hoofdstukken ook zonder opgeslagen leesplek lezen.

Terug naar de boekenplank

Fabliva op je beginscherm

Heeft je browser een installatieknop? Kies dan App installeren. Je kunt ook het browsermenu openen en kiezen voor Toevoegen aan beginscherm.

Op een iPhone of iPad vind je dit via de deelknop in Safari. Je kunt Fabliva ook gewoon in je browser blijven gebruiken.

Wat kan beter?

Een fout gevonden of een idee? Je hoeft geen naam of e-mailadres in te vullen. Zet geen privégegevens in je bericht.

Je bericht wordt naar Fabliva verstuurd. Gebruik 10 tot 2.000 tekens.