← De sleutel van de zijdeur
Inhoudsopgave · hoofdstuk 6 van 14
  1. 1. De lege plek
  2. 2. Een stoel voor de foto
  3. 3. Wat er op papier staat
  4. 4. De kamers van Els
  5. 5. Het blauwe schrift
  6. 6. Een nieuwe voordeur
  7. 7. Op de schaal
  8. 8. De achterkant van het doek
  9. 9. Een voorstel
  10. 10. De proefopstelling
  11. 11. Wat een stoel waard is
  12. 12. De verkoopdag
  13. 13. Over de drempel
  14. 14. Het licht aan

HOOFDSTUK 6 VAN 14

Een nieuwe voordeur

Vera belde maandag om tien uur. Er zat een veer die geluid maakte wanneer ze opstond. Nelle zei dat ze die middag kon komen, maar Vera vroeg of het de volgende dag mocht.

‘Mijn man komt vanmiddag.’

Ze zei het zonder uitleg, alsof Nelle het in een agenda kon zetten onder glazenwasser of meteropnemer.

Dinsdag nam Nelle een kleine gereedschapstas mee. Vera had intussen een tafel gekocht. Er stonden twee stoelen omheen die niet op elkaar leken. Op het aanrecht stond een koffiezetapparaat waarvan de stekker nog met een wit ijzerdraadje om het snoer vastzat.

‘Ik drink thee,’ zei Vera. ‘Maar hij niet.’

Nelle zette de fauteuil op zijn rug. Onder de zwarte stof klonk een zacht tikje. Ze haalde een hoek los en vond de veer die tegen een kram schuurde. Ze had er een stukje vilt tussen moeten zetten. Een kleine fout, helemaal van haarzelf.

Vera bracht thee in een glas.

‘Mijn moeder heeft die bekleding ooit zelf uitgezocht,’ zei ze. ‘Ze was klein. Er is toen iets aan de poten gedaan.’

‘Dat heb ik gezien. Er zitten nu blokjes onder, maar de poten zijn ooit ingekort.’

‘Mijn vader vond dat zonde. Ze zei dat hij dan maar eens met zijn voeten boven de grond moest zitten.’

Nelle hield de veer opzij en schoof het vilt ertussen. Ze dacht aan alle meubels die werden gekocht voor een huis, een stijl, een verhouding tot andere meubels. Het lichaam kwam meestal later aan de beurt.

‘Was het goed gisteren?’ vroeg ze, zonder op te kijken.

Vera ging op de stoel bij de tafel zitten. ‘Hij vroeg wanneer ik weer thuiskwam.’

‘En?’

‘Ik zei dat ik dat nog niet wist.’

Nelle hoorde de teleurstelling in haar eigen stilte. Ergens had ze gehoopt dat Vera een heldere beslissing zou hebben genomen en tevreden naar haar nieuwe raam kon wijzen. Ze had haar als een voorbeeld willen gebruiken, zonder dat hardop te zeggen.

‘We hebben heel gewoon brood gegeten,’ zei Vera. ‘Hij heeft de kraan vastgezet. Die wiebelde. Daarna werd hij boos omdat er geen mosterd was.’

‘Om de mosterd?’

‘Nee. Dat begrepen we allebei.’

Nelle zette de fauteuil weer recht. ‘Probeert u eens.’

Vera ging zitten, stond op, ging nog eens zitten. Geen geluid.

‘Zo is hij goed.’

‘Ik had er meteen vilt tussen moeten doen.’

‘Dan bent u nu nog een keer geweest.’

Nelle pakte haar gereedschap in. Vera vroeg hoeveel ze voor deze keer kreeg. Nelle zei dat herstel van haar eigen fout geen nieuwe rekening was. Ze hoorde zichzelf nauwkeurig formuleren, alsof Inge erbij zat.

Bij de deur pakte Vera een foto uit een kleine schaal. Haar moeder zat in dezelfde fauteuil, naast een man in een vest. De foto was ouder dan Nelle. In de hoek stond een hoge plant waarvan niemand tegenwoordig nog precies wist waarom die in zoveel huiskamers had gestaan.

‘Als iemand nog vraagt of die stoel van mij is,’ zei Vera.

‘Dat hoeft niet.’

‘Neem hem maar even mee. Misschien ziet u nog iets aan de bekleding.’

Nelle keek naar de foto. Er zat een knoop op de rugleuning die nu ontbrak. Ze wees hem aan.

‘Die is eraf gegaan toen mijn zoon er met een houten zwaard achter bleef hangen,’ zei Vera. ‘Dat weet ik nog. Mijn moeder heeft hem in een laadje gelegd. Ergens ligt hij nog.’

Op de terugweg stopte Nelle bij de bakker. Ze wilde een brood halen en kreeg er een gesprek bij. De verkoopster vroeg hoe het met de winkel ging, op een toon die te voorzichtig was voor een gewone vraag.

‘Goed,’ zei Nelle. Toen: ‘Waarom?’

‘Ik hoorde dat het pand te koop kwam. Van iemand.’

‘Er zijn plannen. Meer weet ik zelf ook niet.’

‘O.’ De verkoopster legde het brood in de zak. ‘Je blijft toch wel stofferen?’

Nelle wilde meteen ja zeggen. Ze merkte dat ze niet wist waar dat ja zich bevond. Het atelier was voor haar altijd een ruimte geweest, met werk daarin. Voor de verkoopster was het blijkbaar iets wat Nelle deed, ergens.

‘Ja,’ zei ze uiteindelijk. ‘Dat wel.’

Ze ging niet meteen terug. Ze reed met de bestelwagen naar het kleine bedrijventerrein aan de spoorlijn, waar ze weleens schuimrubber ophaalde bij een leverancier. Naast de fietsenwerkplaats stond een handgeschreven bord: RUIMTE TE HUUR. Het hing er al maanden. Ze had het steeds gezien als een bord dat voor iemand anders bedoeld was.

Nu parkeerde ze.

Binnen rook het naar rubber en koffie die lang op een plaat had gestaan. Een man zat gehurkt naast een fiets zonder achterwiel. Hij keek op toen het belletje ging.

‘Voor reparatie moet ik u teleurstellen,’ zei hij. ‘Tenzij hij in uw zak past.’

‘Ik kom voor de ruimte.’

Hij stond op en veegde zijn handen aan een doek. ‘Achter?’

‘Als dat de ruimte is die te huur staat.’

‘Ik ben Samir.’

‘Nelle.’

Hij bracht haar door een gang met fietsen aan beide kanten. Achterin lag een kamer met hoge ramen. Er stond een oude vergadertafel, twee metalen kasten en een stapel banden. De vloer was beton, de muren waren wit geverfd tot waar iemand er gemakkelijk bij kon. Daarboven zat een strook vergeeld pleisterwerk.

‘Het is niet zo netjes,’ zei Samir.

Nelle keek naar het licht. Het kwam van links, gelijkmatig, zonder de felle banen die in haar huidige werkplaats de kleuren veranderden.

‘Hoe groot?’ vroeg ze.

Hij noemde de afmetingen. Ze liep de ruimte af met kleine stappen. Een snijtafel tegen de muur. De naaimachine bij het raam. Een smalle kast. Geen plek voor zes stoelen die twee maanden bleven staan omdat de eigenaar nog op vakantie was.

‘Wat doet u?’

‘Stofferen. Repareren. Meubels.’

‘Dan maakt u ook herrie.’

‘Soms.’

‘Ik ook. Dat scheelt.’

Hij vertelde wat de huur was, wat erbij hoorde en wat niet. Ze vroeg naar de verwarming, de toegang, de mogelijkheid om materiaal te laten bezorgen. Hij antwoordde zonder haast en wist twee dingen niet. Hij schreef ze op een papiertje dat hij uit de kassa had gescheurd.

‘U hoeft vandaag niks te beslissen,’ zei hij.

Nelle knikte. Ze voelde zich plotseling dicht bij tranen, wat onzinnig was. De ruimte was te klein, er stond een lekkende radiator en ze had geen idee waar ze met haar voorraad heen moest. Toch was dit het eerste gesprek over haar toekomst waarin niemand alvast dacht te weten wat goed voor haar was.

Bij de uitgang vroeg Samir of ze de deur even open wilde houden. Hij duwde een bakfiets naar buiten. In de bak lag een krat aardappelen.

‘Die zijn van mijn oom,’ zei hij. ‘Hij betaalt soms in dingen.’

Nelle lachte. ‘Daar moet u mee oppassen.’

‘Ik heb het al gemerkt. Probeer maar eens een energierekening met een courgette te betalen.’

Ze reed terug met zijn telefoonnummer op de achterkant van een kassabon. In de werkplaats legde ze het naast de foto van Vera’s moeder. Twee stukken papier, allebei klein genoeg om kwijt te raken.

Ze pakte een map en deed ze erin.

Je kunt de hoofdstukken ook zonder opgeslagen leesplek lezen.

Terug naar de boekenplank

Fabliva op je beginscherm

Heeft je browser een installatieknop? Kies dan App installeren. Je kunt ook het browsermenu openen en kiezen voor Toevoegen aan beginscherm.

Op een iPhone of iPad vind je dit via de deelknop in Safari. Je kunt Fabliva ook gewoon in je browser blijven gebruiken.

Wat kan beter?

Een fout gevonden of een idee? Je hoeft geen naam of e-mailadres in te vullen. Zet geen privégegevens in je bericht.

Je bericht wordt naar Fabliva verstuurd. Gebruik 10 tot 2.000 tekens.