HOOFDSTUK 5 VAN 14
Het blauwe schrift
Inge kwam zaterdag om drie minuten voor tien. Ze zette haar tas op de stoel naast het bureau en haar telefoon met het scherm omlaag op tafel.
‘Koffie?’ vroeg Nelle.
‘Graag. En daarna de papieren.’
‘Ik heb koek.’
‘Nelle.’
Ze dronken de koffie uit mokken die niet bij elkaar pasten. Inge had haar haar opgestoken met een potlood. Ze werkte op de administratie van een school, maar mensen die haar niet kenden, dachten soms dat ze lesgaf. Dat kwam door haar vermogen om stil te blijven tot iemand ophield zich eruit te praten.
Nelle had het huurcontract, bankafschriften en het blauwe schrift op tafel gelegd. Daarnaast lag een stapeltje losse bonnen, bijeengehouden met een elastiek dat bij aanraking brak.
‘Dat is symbolisch,’ zei Inge.
‘Kunnen we zonder symboliek?’
‘Graag.’
Ze begonnen met het contract. Het was een oud document, getekend toen Joop nog leefde. De huur betrof de bedrijfsruimte en de bovenwoning samen. Er was later een korte aanvulling gekomen, met een nieuw bedrag en een afspraak over klein onderhoud. Over stoffeerwerk stond alleen een verwijzing naar onderling overeen te komen verrekening.
Inge legde het papier neer. ‘Hier moet iemand naar kijken die dit voor zijn werk doet.’
‘Dat doe jij toch ook?’
‘Ik betaal rekeningen voor een school. Ik wil niet dat je straks zegt dat je zus het had uitgezocht.’
‘Dat zou ik niet zeggen.’
Inge keek haar aan.
‘Goed,’ zei Nelle. ‘Iemand anders.’
Ze maakten een lijst. Wat was van Nelle, wat was van Els, welk werk was aantoonbaar gedaan, welke betaling hoorde waarbij. Het bleek onmogelijk om dat in vier keurige kolommen te houden. Bij de groene bank stond een datum, een bedrag voor stof en veertien uren. Bij een set stoelen stond alleen: zes voor Els, nog doen. Nelle wist zeker dat ze die had gedaan. Ze herinnerde zich de blauwe nietjes die onder de oude bekleding hadden gezeten. Inge wilde een foto, een bericht of een rekening van de stof.
‘Ik heb ze toch niet verzonnen.’
‘Dat zeg ik niet.’
‘Je doet alsof ik alles moet bewijzen.’
‘We proberen uit te zoeken wat er is afgesproken. Je geheugen is daar een onderdeel van.’
Nelle sloeg harder dan nodig een bladzijde om. Er stond een tekening van een konijn in de kantlijn, gemaakt door Puck toen ze nog klein was. Ze streek er met haar duim over en begon toen te zoeken in de oude foto’s op haar laptop.
Tussen kersttafels en vakanties doken de meubels op. Een bank in de achtergrond van een verjaardag. Een kruk naast Joops ziekenhuisbed. De gordijnen die ze had ingekort toen Els nieuwe radiatoren kreeg. Nelle maakte een map en gaf de bestanden nieuwe namen. Voor het eerst zag ze haar werk als een reeks leveringen. Het voelde onvriendelijk. Ook overzichtelijk.
Bij de verbouwing van de keuken bleef Inge hangen.
‘Dit bedrag is aan jou betaald.’
‘Voor materiaal.’
‘Er staat niks bij.’
Nelle zocht verder. Ze vond een bericht van Bram: Mam heeft twaalfhonderd overgemaakt, dan zijn we weer bij. Daaronder haar eigen antwoord: Dank, fijn.
Ze las het drie keer. De woorden veranderden niet.
‘Dat kan voor die stoelen zijn geweest,’ zei ze.
‘Weet je dat?’
‘Nee.’
Inge schreef er een vraagteken bij. Ze deed dat zorgvuldig, met een rechte poot en een losse stip. Nelle kreeg er onredelijk veel hekel aan.
‘Hoeveel uur heeft Puck aan die presentatie gewerkt?’ vroeg Inge.
‘Geen idee.’
‘Wordt ze betaald?’
‘Dat regelt Bram.’
Inge legde haar pen neer.
‘Wat?’ vroeg Nelle.
‘Hoor je wat je zegt?’
‘Dat is niet hetzelfde.’
‘Misschien niet. Wanneer heb jij haar voor het laatst betaald voor foto’s van je werk?’
Nelle keek naar de etalage. De drie foto’s die daar hingen, had Puck gemaakt. De website ook, grotendeels. Nelle had gezegd dat ze haar zou helpen wanneer ze een tafel nodig had, of iets voor haar woning. Puck had nog geen eigen woning. Ze woonde in een kamer boven een winkel en at twee keer per week bij haar vader.
‘Ze doet dat graag,’ zei Nelle.
Inge liet de zin liggen.
Om halfelf kwam Puck binnen met haar fietshelm nog in haar hand. Ze droeg grote zilveren oorbellen en een jas die Nelle ooit had gerepareerd. De voering bij de mouw was weer los.
‘Ik heb de presentatie dichtgezet,’ zei ze. ‘Gert heeft een nieuwe link zonder de werkplaats. Pap ook. De foto van die fauteuil is weg.’
‘Ook uit de bestanden die al gestuurd waren?’
‘Ik kan niet bij iemand anders in de computer. Ik heb ze gevraagd hem te verwijderen.’
Nelle knikte, maar niet vriendelijk genoeg. Ze zag hoe Puck haar schouders optrok.
‘Ik dacht echt dat ik toestemming had.’
‘Je had toestemming voor één kapotte stoel.’
‘Je zei: neem die stoel maar mee voor de achtergrond. Je zei niet dat ik iets moest meenemen waar iemand doorheen zou zakken.’
‘Ik wees naar de kast.’
‘Ik was boven toen je dat zei.’
Nelle wist nog dat ze aan de telefoon was geweest, dat ze tegelijk een factuur zocht, dat Puck ergens in huis rondliep. Ze kon niet meer reconstrueren of haar dochter de wijzende hand had gezien.
‘Je had het moeten vragen.’
‘Dat heb ik gedaan. Aan pap.’
‘Het was mijn werkplaats.’
‘Ja.’ Puck legde haar helm op tafel. ‘Dat weet ik nu heel goed.’
Inge schoof een mok opzij zodat er ruimte was voor de helm.
‘Hoe ging je gesprek?’ vroeg ze.
Puck keek haar aan. ‘Goed. Denk ik. Het is voor een kleine meubelmaker. Twee dagen per maand. Productfoto’s en soms helpen bij de presentatie.’
Nelle voelde een korte, onhandige trots. Ze had nog niet naar het gesprek van gisteren gevraagd.
‘Dat is mooi,’ zei ze.
‘Ja.’
‘Wat willen ze zien?’
‘Mijn werk.’ Puck zei het vlak. Daarna trok ze haar jas uit en ging zitten. ‘Zeshonderdvijftig euro,’ zei ze. ‘Dat is wat ik met oma heb afgesproken voor alles. Foto’s, de lijst, de verkoopdag. Het is eigenlijk te weinig. Maar het is oma.’
‘Waarom zei je dat niet?’
‘Omdat jij altijd zegt dat ik niet alles gratis moet doen. Dan krijg ik weer dat gesprek.’
Inge keek naar haar papier. Nelle was haar er dankbaar voor.
‘Mijn foto’s moet je ook nog rekenen,’ zei Nelle.
Puck trok een wenkbrauw op. ‘Nu?’
‘Niet vandaag. Stuur een rekening.’
‘Een echte?’
‘Een echte.’
Puck leunde achterover. ‘Dan gaan we eerst afspreken welke foto’s jij wilt gebruiken. Anders krijg je over tien jaar een blauw schrift.’
Inge begon te lachen. Nelle niet meteen. Toen wel, kort en schor, alsof ze het lachen ergens onder vandaan moest trekken.
Ze werkten een uur met zijn drieën. Puck vond in oude digitale mappen beelden die Nelle zelf nooit had teruggevonden. De groene bank was inderdaad drie jaar geleden gemaakt. Het berken stoeltje bleek op een foto te staan met een kaart eraan: Voor Joop. Nelle liet het bestand staan. Ze zou het niet uit de lijst verwijderen omdat het haar niet goed uitkwam.
Om vijf voor twaalf pakte Inge haar tas.
‘Nog één ding,’ zei Nelle.
‘Stuur maar.’
‘Het duurt een minuut.’
‘Dat geloof ik. Ik moet nu gaan.’
Ze gaf haar zus een kus op haar wang, Puck een tik tegen de schouder en liep weg. Nelle keek haar na. De deur viel dicht. Op tafel bleef een blad achter met heldere kolommen en verschillende vraagtekens.
Puck pakte haar helm.
‘Ik kom maandag voor de rest,’ zei ze. ‘Als je dat wilt.’
Nelle dacht even na. ‘Van twee tot vier?’
‘Goed.’
Ze schreef het in haar agenda voordat haar dochter vertrok.