← De sleutel van de zijdeur
Inhoudsopgave · hoofdstuk 14 van 14
  1. 1. De lege plek
  2. 2. Een stoel voor de foto
  3. 3. Wat er op papier staat
  4. 4. De kamers van Els
  5. 5. Het blauwe schrift
  6. 6. Een nieuwe voordeur
  7. 7. Op de schaal
  8. 8. De achterkant van het doek
  9. 9. Een voorstel
  10. 10. De proefopstelling
  11. 11. Wat een stoel waard is
  12. 12. De verkoopdag
  13. 13. Over de drempel
  14. 14. Het licht aan

HOOFDSTUK 14 VAN 14

Het licht aan

In december lag er rijp op de fietsen voor Samirs winkel. Nelle kwam vijf minuten te laat omdat ze onderweg een straat verder was gereden dan nodig. Ze had in de bestelwagen aan iets anders gedacht. Op de Noorderkade hoefde ze nooit een route te onthouden. Daar was ze alleen een trap afgegaan.

Ze deed de zijdeur open en zette het licht aan.

De ruimte was inmiddels vol genoeg om van haar te zijn. Er lagen kleine stukjes stof in de hoeken. Op de vensterbank stond een plant die Puck had gebracht met de mededeling dat hij weinig aandacht nodig had. Nelle had hem al twee keer bijna verzopen. Boven de tafel hing het bord met haar naam, nog tijdelijk, omdat Samir en zij eerst toestemming voor een gezamenlijk bord aan de straat wilden regelen. Niet alles hoefde in de eerste maand klaar.

Ze hing haar jas op en controleerde de agenda. Twee klanten, één bezorging, 's middags Vera. De klant met de stoelen had uiteindelijk betaald zonder opnieuw over de prijs te beginnen. Een andere opdracht was niet doorgegaan. Nelle had een week lang gedacht dat die afwijzing het bewijs was dat ze te duur was. Daarna was er iemand gekomen met een bank die werkelijk een grote reparatie nodig had en niet vroeg of het tussendoor kon.

De berekening klopte nog niet elke maand. Ze wist nu wel waar ze naar moest kijken.

Op haar bureau lag een envelop van Els. Het tweede deel van hun afspraak was betaald. In de envelop zat geen geld, maar een kaart met haar nieuwe adres, al kende Nelle dat inmiddels. Els had onderaan geschreven dat de gordijnen iets te lang waren. Daaronder, in kleinere letters: Wil je een keer komen meten en zeggen wat het kost?

Nelle had de kaart drie dagen laten liggen omdat ze er telkens om moest glimlachen.

Het huis aan de Buitenweg was leeggeruimd. Els woonde in haar appartement met een balkon waar inderdaad twee stoelen op pasten. De grote spiegel hing er niet; ze had hem toch verkocht. Ze belde soms omdat ze iets miste wat waarschijnlijk in een doos zat. Eén keer was het gewoon omdat ze Nelle wilde spreken.

Bram stuurde af en toe een foto van iets dat gerepareerd moest worden. Zijn vriendin had de stoel uiteindelijk zelf gebracht. Ze heette Marit en was zenuwachtiger geweest dan Nelle. Ze hadden het over stof gehad, over katten en over het verschil tussen lichtgrijs en iets wat alleen onder winkelverlichting lichtgrijs leek. Het gesprek had een gewone lengte gehad. Nelle was daar achteraf opgelucht over geweest.

Om elf uur belde Puck. Ze zat in de trein naar Meppel en wilde weten of Nelle zondag mee naar opa ging. Inge had gevraagd het deze keer op tijd af te spreken.

‘Ja,’ zei Nelle. ‘Hoe laat?’

Ze kozen een tijd. Daarna vertelde Puck over een foto die niet lukte omdat een tafelblad steeds het plafond weerspiegelde. Nelle vroeg of ze de tafel kon kantelen. Puck zei dat dat onmogelijk was. Ze praatten vijf minuten over iets waar geen familiegeschiedenis aan vastzat.

‘Ik kom donderdag mijn statief halen,’ zei Puck. ‘Ben je er dan?’

Nelle keek in haar agenda. ‘Tot vier uur.’

‘Dan kom ik om drie.’

Ze hing op en zag dat haar koffie koud was geworden. Ze dronk hem toch op.

In de middag reed ze naar Vera met de twee knopen. Eén was de oude, donkerder gebleven knoop. De andere had ze overtrokken met stof van de onderkant van de fauteuil. Het verschil was zichtbaar. Ze had het vooraf laten zien.

Vera deed open in een wollen vest. Het appartement zag er inmiddels bewoond uit. Er lagen kranten op tafel en bij het bed stond een kastje dat net te breed was. De knoopjes op de fauteuil hadden langer moeten wachten dan oorspronkelijk afgesproken, omdat Vera een week bij haar kleindochter was geweest.

‘Ik ben er nog,’ zei ze toen Nelle binnenkwam.

‘Dat zie ik.’

‘Mijn man komt op woensdag eten. Soms blijf ik een nacht thuis. We weten nog steeds niet precies hoe het heet.’

Nelle zette haar tas neer. ‘Moet het ergens op geschreven worden?’

Vera lachte. ‘Alleen op de post.’

Ze dronken thee voordat Nelle begon. Vera vroeg hoe het was om niet meer boven haar werk te wonen. Nelle vertelde dat ze in het begin elke avond dacht dat ze iets vergeten was uit te zetten. Een keer was ze teruggereden. Alles was uit geweest, behalve Samirs lamp boven de kassa.

‘En nu?’

‘Nu denk ik het nog steeds. Ik rijd alleen niet altijd terug.’

Vera knikte alsof dat een bruikbare vooruitgang was.

Nelle kantelde de stoel en maakte de onderstof gedeeltelijk los. Ze zocht de oude doorgang door het binnenwerk. Het kostte wat moeite om de lange naald op de goede plek te krijgen. Vera zat aan tafel en keek toe zonder aanwijzingen te geven.

‘Mijn moeder zou blij zijn dat hij nog gebruikt wordt,’ zei ze.

Nelle dacht aan Joop en zijn berken stoeltje, aan haar moeder met een sigaret bij de deur. Ze zei niet dat ze dat zeker wist. Ze kende Vera’s moeder alleen van een foto.

‘Hij zit ook gewoon goed,’ zei ze.

‘Ja,’ zei Vera. ‘Dat is ook belangrijk.’

Toen de knopen vastzaten, zette Nelle de stoel recht. Vera ging zitten. De donkere knoop zat links, de lichtere rechts. Het was geen fout die nog opgelost moest worden.

‘Zo mag hij blijven,’ zei Vera.

Ze betaalde de afgesproken rekening. Nelle stopte het bewijsje in haar tas en dronk nog een halve kop thee. Ze hoefde nergens heen voor iemand die haar niet verwachtte.

Terug in de werkplaats brandde licht. Samir was in de gang bezig een fiets op te hangen. Hij vroeg of Nelle nog lang bleef.

‘Een uur.’

‘Ik sluit vast af. Als er nog iemand komt, moeten ze bij jouw deur bellen.’

‘Goed.’

Ze werkte aan een eetkamerstoel van een nieuwe klant. De zitting was klein, het hout stevig. Onder de oude bekleding had ze een potloodstreep gevonden van degene die hem eerder had gedaan. Ze had die streep laten staan. Haar eigen markering stond er een paar centimeter naast.

Tegen zessen belde de telefoon. Els vroeg of ze die zondag kon langskomen voor de gordijnen.

‘Zondag ga ik naar mijn vader,’ zei Nelle. ‘Dinsdagmiddag kan ik meten.’

‘Dan ben ik naar de pedicure.’

‘Donderdag?’

Ze vonden een tijd. Het kostte minder dan een minuut.

Nelle legde de telefoon weg. Buiten werd de lucht achter het hoge raam donker. De compressor sloeg aan en vulde de ruimte even met zijn vertrouwde lawaai. Ze wachtte tot hij stopte, controleerde de spanning van de stof en trok een plooi glad.

Toen knipte ze de laatste draad kort en zette de stoel op zijn poten.

Einde van het verhaal.

Je kunt de hoofdstukken ook zonder opgeslagen leesplek lezen.

Terug naar de boekenplank

Fabliva op je beginscherm

Heeft je browser een installatieknop? Kies dan App installeren. Je kunt ook het browsermenu openen en kiezen voor Toevoegen aan beginscherm.

Op een iPhone of iPad vind je dit via de deelknop in Safari. Je kunt Fabliva ook gewoon in je browser blijven gebruiken.

Wat kan beter?

Een fout gevonden of een idee? Je hoeft geen naam of e-mailadres in te vullen. Zet geen privégegevens in je bericht.

Je bericht wordt naar Fabliva verstuurd. Gebruik 10 tot 2.000 tekens.