← De foto zonder straat
Inhoudsopgave · hoofdstuk 2 van 13
  1. 1. De lege regel
  2. 2. Rood is niet genoeg
  3. 3. Achter de bakker
  4. 4. De rand telt ook
  5. 5. Een kaart met achterkanten
  6. 6. Nog één straatje
  7. 7. Het dak daarachter
  8. 8. Gewoon aanbellen
  9. 9. Bijna hetzelfde
  10. 10. Waar de deur zat
  11. 11. Dezelfde hoek
  12. 12. Een adres erbij
  13. 13. Aan deze kant van de straat

Hoofdstuk 2 van 13

Rood is niet genoeg

Het huis van Noud rook naar warme was. Zijn moeder nam het brood aan en vroeg of ze het hele stuk nog terugkreeg. Aan het uiteinde zat een hap die zo netjes was afgebroken dat hij bijna op een ongeluk leek.

‘Ik had honger,’ zei Noud.

Zijn moeder knikte alsof dat de zaak afhandelde. Ze wist waar ze heen gingen. Vijf uur bij het buurthuis was goed. Imaan stopte haar handen in de zakken van haar vest en vroeg of Nouds rode trap van hout was.

‘Rood,’ zei Noud. ‘Dat weet ik zeker.’

Ada liep naast hem naar de wolwinkel. Haar kopie had ze bij de witte rand vast. Ze wilde er geen vouw in maken, dus hield ze hem plat voor zich. Dat ging goed tot er een briesje onder kwam. Toen moest ze met twee handen verder.

De wolwinkel zat op een hoek. Achter het raam hingen wollen truien met heel lange mouwen. Voor de groene voordeur stond inderdaad een rood trapje.

‘Daar!’ zei Ada.

Ze was er al bijna voordat ze naar de foto keek. Noud had zich niet vergist. Het trapje was donkerrood. De deur zat ook hoog boven de stoep.

Imaan bleef voor het raam staan. ‘Deze heeft twee treden.’

‘Misschien is er eentje weg,’ zei Ada.

Ze keek naar de onderste trede. Een duif had precies op de hoek gepoept. Rond de witte veeg was de rode verf afgesleten. Als hier een trede was weggehaald, kon dat toch? De foto was oud. Er kon van alles veranderd zijn.

Noud liep een stukje achteruit. ‘Er zijn ook andere ramen.’

Boven en naast de trap zaten twee grote rechthoekige ramen. Geen lage boograampjes. Ada hield de kopie hoger, over de echte muur heen. Op de foto zaten de ramen aan de zijkant. Misschien stonden ze zelf aan de verkeerde kant.

Ze liepen om de hoek. De zijmuur van de wolwinkel had één smal raam en een regenpijp. Er was geen binnenplaats, alleen een fietsrek.

De winkeldeur ging open. Een vrouw met een bol wol in haar hand keek naar het drietal.

‘Zoeken jullie iets?’

Noud wees naar Ada's papier. ‘Deze plek. We dachten dat uw trap het misschien was.’

Ada gaf de kopie. De vrouw keek eerst naar de foto en toen naar haar eigen treden. Ze hoefde er niet lang over te denken.

‘Nee. Dit zijn stenen treden. Hier zitten ze er al sinds mijn ouders de winkel hadden.’ Ze hield de afdruk schuin. ‘Die op jullie foto lijken van hout. Kijk, je ziet kieren tussen de treden.’

Ada zag het nu ook. Tussen de rode planken zat een donker streepje. De echte trap voor hen was een dichte stenen bult. Ze had alleen naar de kleur gekeken.

Bij de wolwinkel vergelijken de kinderen een rode stenen trap met hun foto.

‘Weet u waar het wel is?’ vroeg Imaan.

‘Ik herken het niet. Je ziet hier ook bijna geen lucht. Volgens mij staat de fotograaf op een klein achterplaatsje.’ Ze gaf de kopie terug. ‘Succes. Als jullie het vinden, wil ik het wel eens horen.’

Ze ging weer naar binnen. Ada keek naar haar papier. Het was niet kapot en er was niets kwijtgeraakt. Toch voelde het alsof ze iets terug moest zetten.

‘Deze is het niet,’ zei ze.

‘Nee,’ zei Noud. ‘Maar je kunt wel op die trap zitten.’

Hij ging op de onderste trede zitten. Ada wees op de duivenpoep. Hij schoof zonder op te staan een heel eind opzij.

Ze aten een stukje van een krentenbol die Noud van thuis had meegenomen. Hij veegde zijn vingers af voor hij de foto aanpakte. Ada gaf hem de hele kopie. Hij keek naar de rode treden en naar de muur die erachter stond.

‘De bakker heeft een achterplaats,’ zei hij. ‘Dat zie je soms als hij zijn deur open heeft. Zullen we het daar vragen? We moeten toch terug langs het Pleintje.’

Ada knikte. Ze keek één keer om naar de rode trap. Hij stond er nog even rood als toen ze aankwamen. Maar hij was niet meer hun antwoord.

Wat zie jij anders aan de trap bij de wolwinkel?

Je kunt terugkijken, iets aanwijzen of de vraag overslaan. Ada en haar vrienden zoeken ook zonder jouw antwoord verder.

Je kunt ook zonder opgeslagen leesplek lezen.

Naar mijn leesplek

Fabliva op je beginscherm

Heeft je browser een installatieknop? Kies dan App installeren. Je kunt ook het browsermenu openen en kiezen voor Toevoegen aan beginscherm.

Op een iPhone of iPad vind je dit via de deelknop in Safari. Je kunt Fabliva ook gewoon in je browser blijven gebruiken.

Wat kan beter?

Een fout gevonden of een idee? Je hoeft geen naam of e-mailadres in te vullen. Zet geen privégegevens in je bericht.

Je bericht wordt naar Fabliva verstuurd. Gebruik 10 tot 2.000 tekens.