Hoofdstuk 11 van 13
Dezelfde hoek
Ada schoof langs de nabije muur naar de hoek. Ze stak haar handen op om haar vader te wijzen, maar haar ene hand wees naar het raam en de andere naar een plek op de grond.
Imaan haalde de kopie uit de envelop. ‘Laat maar zien wat je bedoelt.’
Ada ging opzij. Haar vader kwam op de plek staan waar haar schoenen net hadden gestaan. Hij hield zijn telefoon voor zich en keek naar het scherm. Noud keek over zijn elleboog mee.
‘Je mist een raam,’ zei Noud.
‘Hier past er nog één,’ zei haar vader. Hij draaide de telefoon een klein stukje naar links.
Het was niet genoeg. Het hoge raam op de achterwand verdween nu aan de andere kant uit beeld. Ada liet haar handen zakken. Op de oude foto had het allemaal gepast. Het moest dan toch ook nu kunnen, zonder een muur opzij te duwen.
Haar vader keek eerst naar het hofje zelf. Hij schoof een halve stap opzij in de hoek, naast de open winkeldeur. ‘Zo?’
Imaan hield de kopie naast zijn scherm, zonder het aan te raken. Noud ging aan de andere kant staan. Nu keek hij niet meer alleen naar een boog, maar ook naar de ronde steen.
‘De steen is er helemaal op,’ zei hij.
‘Het eerste raam ook,’ zei Imaan.
Ada keek naar de schoorsteen. Er stond boven het dak te veel lucht op het scherm. Haar vader hield de telefoon iets lager gericht. De schoorsteen kwam dichter bij de bovenrand. Zo paste het hele hofje in het beeld.
André stond buiten het kader, bij zijn planten. Hij vroeg of de groene bak uit de weg moest. Noud keek naar de oude foto en toen naar de nieuwe.
‘Nee. Hij hoort er nu bij.’
De bak stond niet meer voor een van de drie lage ramen. Je kon alles zien wat nodig was. De planten hoefden niet te verdwijnen om de plek dezelfde plek te laten zijn.
Haar vader maakte de foto. Het geluidje was klein. Ada had iets groters verwacht, een soort einde dat je kon horen. Op het scherm verscheen een klein rechthoekje in de hoek. Toen hij erop tikte, stond het hele beeld er weer.

Hij gaf de telefoon aan Imaan. Zij keek, liet Ada kijken en gaf hem toen aan Noud. Noud hield hem voorzichtig met beide handen en veegde met zijn duim een vingerafdruk van de rand.
‘Er is nog wel een verschil,’ zei Ada.
Ze wees naar de nieuwe foto. Onder het raam lag een klein hoopje aarde. Daar was op de oude foto alleen een lege tegel.
‘Ik heb vandaag verpot,’ zei André. ‘Dat zal ik nog wegvegen.’
‘Dat hoeft niet voor ons.’
Hij keek naar het scherm en lachte. ‘Dan blijft die aarde ook nog een tijdje bewaard.’
Noud gaf André de telefoon. Imaan hield de papieren kopie ernaast. André keek van het ene beeld naar het andere en wees naar de plek waar hij meestal een stoel neerzette. Die stoel stond nu binnen. Op de oude foto had er ook geen gestaan.
Bij het weggaan bedankten ze hem. André schreef de winkelnaam en straat op de achterkant van de envelop, niet op de oude kopie. Ada's vader liet hem de foto zien die ze wilden afdrukken. Hij vond het goed.
Toen stonden ze weer op de stoep van de Wilgenstraat. De winkelbel rinkelde achter hen. Binnen pakte André zijn schoen weer op. Ada keek naar de laars op het raam. Er was niets aan die grote schoen te zien waardoor je kon weten wat erachter lag.
Ze wist het nu toch.