Hoofdstuk 7 van 440%

Selecteer een woord of zin in de leestekst en kies wat je ermee wilt doen.

Hoofdstuk 7 · 9 minuten lezen

Onafgemaakt werk

We aten met alle drie de telefoons op tafel.

Mam had pasta gemaakt met saus uit een pot en het laatste restje diepvrieserwten. Sam raspte kaas in een kom alsof hij er zijn hele bestaan op moest toeleggen. Ik zette borden neer, verschoof er een omdat er een stukje af was en zette het toen terug omdat dat stukje aan de rand zat en we er al acht jaar van aten.

Niemand vroeg hoe iemands dag was geweest.

Halverwege het eten zei Sam dat hij met een politieagent had gesproken. Hij zou de volgende ochtend langsgaan om uitleg te geven over de camera.

“Goed,” zei mam.

“Ik weet niet wat er daarna gebeurt.”

“Daar komen we wel achter.”

“Misschien word ik aangeklaagd.”

“Daar komen we wel achter,” herhaalde ze.

Ik keek hoe een erwt onder de druk van mijn vork langs de rand van mijn bord reisde.

“Mam,” begon ik.

Ze keken me allebei aan.

Mijn telefoon ging.

Het was de agent die het ophalen van de schijf regelde. Hij kon iemand naar ons huis sturen, zei hij, of ik kon de schijf naar het centrum brengen, waar ze nog steeds informatie verzamelden. Ik koos voor het centrum voordat ik goed had nagedacht waarom. Misschien omdat bewegen op vooruitgang leek. Misschien omdat ik mezelf nu al kon vertellen dat ik daar met iemand zou praten.

Mam bood aan mee te gaan.

“Het is vijf minuten fietsen.”

“Ik weet hoe ver het is.”

“Ik geef alleen een schijf af.”

Ze keek me even aan en knikte toen. “Meteen terug.”

Ik deed de schijf in een gewatteerde envelop en schreef mijn naam, telefoonnummer en de namen van de twee bestanden op de voorkant. Ik deed er een briefje bij waarin ik uitlegde dat het ene bestand een gemonteerde film met hoogtepunten was en het andere een geluidloze kijkkopie van de volledige cameraopname. Ik noteerde zo precies mogelijk waar de originele kaart was: apparatuurkrat, na het evenement meegenomen door Finn Sayer om terug te brengen.

Op een tweede velletje begon ik te schrijven dat ik iets moest rechtzetten wat ik eerder had gezegd.

Ik kwam tot: Ik heb gezegd dat mijn broer.

Toen hoorde ik Sam beneden bewegen. Ik vouwde het papier op en stopte het in plaats daarvan in mijn notitieboek.

Het centrum zag er 's avonds anders uit zonder evenement binnen. De ramen weerspiegelden de parkeerplaats. Boven de ingang brandde één tl-balk, die motten aantrok die met kleine droge geluidjes tegen de plastic kap bleven vliegen.

Een jonge agent nam de schijf aan en vroeg me mijn contactgegevens te bevestigen. Hij las het briefje, knikte en deed de envelop in een grotere zak.

“Misschien neemt iemand nog contact op met vragen over de opname.”

“Oké.”

“Is je nog iets te binnen geschoten?”

Ik had het absurde gevoel dat hij de onafgemaakte zin in mijn notitieboek had gelezen.

“Ik weet het niet zeker.”

“Schrijf op wat je je wel herinnert. Je kunt het nummer bellen dat je hebt gekregen.”

Ik was heel goed geworden in nummers krijgen.

Achter hem kwam het centrum langzaam tot rust, al hing er nog altijd spanning. Clare Sayer stond in de hal zachtjes met Judith te praten. Twee vrijwilligers haalden de laatste veilingborden weg. Op een tafel bij het kantoor had iemand stapels gemaakt van overgebleven programmaboekjes, donatieformulieren, naamkaartjes en pennen.

Mijn cameratas stond eronder.

Ik was hem in de haast na het evenement vergeten. Finn had die ochtend geappt dat hij hem apart had gezet, maar ik was er niet naar gaan zoeken omdat de ontbrekende originelen in de aparte krat zaten. Nu trok ik hem tevoorschijn en controleerde de vakken. Lensdoekje, acculader, twee lege kaarthoesjes, het kleine schroevendraaiertje dat ik voor de statiefplaat gebruikte.

In het voorvak zat het draaiboek dat Rowan me vrijdagmiddag had gegeven.

Hij had het zelf naar boven gebracht, de balkontrap met twee treden tegelijk genomen en het me aangereikt zonder me echt aan te kijken.

“Judith heeft de toespraken veranderd,” had hij gezegd.

“Alweer?”

“Het raadslid heeft blijkbaar meer te zeggen.”

“Dat is nooit goed.”

Hij had bijna geglimlacht. Dat herinnerde ik me nu: het begin van een glimlach die geen van ons genoeg had vertrouwd om hem af te maken.

Ik vouwde het papier open.

Het afgedrukte programma stond vol wijzigingen. Een doorgestreepte bandnaam, een omcirkeld microfoonnummer, een waarschuwing in Rowans nette handschrift dat de projector vijf minuten moest afkoelen voordat iemand de stekker eruit trok. Onderaan, onder het laatste dankwoord, had hij een naam en een tijd geschreven.

J. Lane — maandag 9.00. Geoormerkte rekening. Navragen vóór H.

Daaronder stond nog een regel, half verborgen in een vouw.

Niet hetzelfde potje.

Ik keek naar het kantoor.

Judith stond met haar rug naar de hal. Clare was aan het woord, met één hand licht op Judiths arm. De woorden waren niet duidelijk, maar de toon wel: dit moet er nu gebeuren.

Ik had het vel terug in mijn tas kunnen stoppen. Ik had het aan de agent kunnen geven en kunnen zeggen dat ik niet wist of het belangrijk was. In plaats daarvan wachtte ik tot Clare vertrok en bracht het naar Judith.

“Had Rowan maandag een afspraak met u?”

Ze keek naar het papier voordat ze naar mij keek.

“Ja. We moesten na de inzamelingsavond verschillende dingen bespreken.”

“Wat is een geoormerkte rekening?”

“Een financiële term.”

“Dat had ik al begrepen.”

Judiths gezicht verstrakte. “Sommige donaties worden voor een bepaald doel gegeven. Die kun je niet zomaar uitgeven aan wat je wilt.”

“Dacht Rowan dat u dat wel had gedaan?”

“Dat zeg ik niet.”

Ze hield haar hand op. Ik gaf haar het vel omdat het onbeleefd leek om dat niet te doen, en had er meteen spijt van.

Judith las het briefje twee keer.

“Rowan hielp de donateursadministratie ordenen,” zei ze. “Hij was grondig. Soms een beetje te grondig met dingen die hij niet helemaal begreep.”

Het was een bekende omschrijving. Volwassenen gebruikten die wanneer een jongere een vraag stelde waarvoor meer nodig was dan een geruststellend antwoord.

“Wat betekent de H?” vroeg ik.

“Dat weet ik niet.”

“De Harcourt-beurs?”

Haar ogen schoten naar de mijne.

“Waarom denk je dat?”

“Clare zei dat Finn zich aanmeldde. Denise dacht dat Rowan er iets over had gezegd.”

“Het centrum stelt de ruimte voor de uitreiking beschikbaar. Wij zijn niet verantwoordelijk voor de selectie. Die wordt afzonderlijk geregeld.”

“Dat zei ik ook niet.”

Judith vouwde het papier langs de oude vouw dicht en weer open.

“Bea, ik weet dat je je zorgen maakt. Dat doen we allemaal. Maar iemands aantekeningen doorzoeken en problemen bedenken helpt niet.”

“Ik heb dat briefje niet bedacht.”

“Nee.” Ze deed even haar ogen dicht. “Nee, dat heb je niet. Sorry.”

Ik stak mijn hand uit om het draaiboek terug te krijgen.

Een seconde bewoog ze niet. Toen gaf ze het terug.

“Laat de politie alsjeblieft bepalen wat ze nodig hebben.”

“Dat doe ik.”

Dit keer deed ik het ook. Ik liep terug naar de agent, legde uit waar het vel vandaan kwam en vroeg of hij het bij het materiaal wilde doen dat ik had meegebracht. Hij nam het aan, bedankte me en leek niet bijzonder verbaasd. Misschien liet iedere vermiste persoon een spoor van gewoon, onafgemaakt werk achter. Misschien was een aantekening over een rekening gewoon een aantekening over een rekening.

Toen ik me omdraaide om weg te gaan, kwam raadslid Tarrant door de ingang met een papieren zak van de bakker.

“Al vooruitgang?” vroeg hij aan de agent.

“Niets wat ik kan delen, meneer.”

“Natuurlijk. Natuurlijk.”

Tarrant zag me en glimlachte zoals hij op foto's glimlachte. Het was een goede glimlach, geoefend zonder helemaal onecht te lijken.

“Bea, toch? Onze filmmaker.”

“Gewoon Bea.”

“Ja.” Het onderscheid leek hem een beetje te verbazen. “Verschrikkelijke toestand. Jullie generatie heeft al genoeg te dragen.”

Hij zei het alsof mijn generatie één enkele overbelaste persoon was die hij op een congres had ontmoet.

“Is Judith in het kantoor?”

Ik wees.

Hij bedankte me en liep naar binnen. Voordat de deur dichtging, hoorde ik hem zeggen dat ze goed moesten nadenken over het effect op toekomstige boekingen.

Ik bleef even in de hal staan, kwaad zonder te weten waar ik die kwaadheid moest laten.

Aan de muur tegenover het kantoor hing een grote foto van het zwembad in zijn eerste zomer. Rond het bad stonden mensen dicht op elkaar, in kleren die niet handig leken voor water. In de hoek was een jongen midden in een sprong vastgelegd, met opgetrokken knieën en een afgewend gezicht. Onder de lijst had iemand in verblekende inkt de openingsdatum geschreven.

Ik had er leren zwemmen, in de laatste jaren voordat het sloot. Sam had aan de ondiepe kant gestaan en beloofd dat hij niet verder weg zou gaan. Toen was hij wel verder weggegaan, langzaam, zodat ik verder moest zwemmen om hem te bereiken. Ik was woedend geweest toen ik het doorhad. Mam zei achteraf dat hij het had gedaan omdat hij wist dat ik het kon.

Destijds had ik geloofd dat het daardoor in orde was.

Buiten haalde ik mijn fiets van het slot en keek op mijn telefoon.

Geen nieuws over Rowan. Drie nieuwe theorieën in de groepsapp. Een foto van het busdepot die iemand online had gevonden, hoewel er alleen bussen op stonden. Iemand had geschreven dat Rowan altijd al aandacht wilde. Zes anderen zeiden dat diegene zijn mond moest houden.

Ik typte een antwoord, wiste het en stopte mijn telefoon weg.

Thuis zat mam op de bank met het geluid van de televisie uit. Sam was naar boven gegaan. Naast haar lag een half opgevouwen stapel was op het kussen.

“Alles afgegeven?” vroeg ze.

“Ja.”

“Kom eens even hier.”

Ik ging naast de was zitten.

Ze pakte een van Sams T-shirts, schudde het uit en vouwde het op met de mouwen precies zo naar binnen als ze altijd deed.

“Ik weet dat je kwaad op hem bent,” zei ze.

“Dat ben ik ook.”

“Ik ook.”

Ze legde het T-shirt op de stapel.

“Maar je hoeft niet te kiezen tussen kwaad zijn en van iemand houden.”

Ik keek naar de geluidloze televisie. In een weiland stond een presentator naar een rij schapen te gebaren. De ondertiteling liep een paar seconden achter op wat hij zei.

“En als je iemand hebt geholpen iets stoms te doen?” vroeg ik.

Mam draaide zich naar me toe.

“Wat bedoel je?”

Ik deed mijn mond open.

Haar telefoon ging op de armleuning van de bank. Denise.

Mam nam meteen op en ik stond op voordat ze kon zeggen dat ik moest blijven zitten.

“Bea—”

“Het is goed. Praat maar met haar.”

Ik ging naar boven met mijn cameratas tegen mijn heup.

Dit keer was er geen onderbreking geweest die ik niet had kunnen afwachten. Ik had ervoor gekozen. Ik wist het verschil, zelfs toen al.

Hoofdstukken

De versie die we verwijderden

  1. 01De knip11 minuten
  2. 02De vrijdag van iemand anders12 minuten
  3. 03Een tas zonder jongen10 minuten
  4. 04Wat Sam meenam9 minuten
  5. 05Het meisje achter de camera10 minuten
  6. 06Zoekploeg10 minuten
  7. 07Onafgemaakt werkJe leest nu9 minuten
  8. 08Het onderhoudshek9 minuten
  9. 09Wat we voor onze familie zeggen11 minuten
  10. 10Een lege stoel9 minuten
  11. 11De verkeerde soort stilte7 minuten
  12. 12Zondagswater8 minuten
  13. 13Origineel geluid12 minuten
  14. 14Geoormerkt geld10 minuten
  15. 15Je was er niet10 minuten
  16. 16Na de correctie9 minuten
  17. 17Een goede reden is geen bewijs8 minuten
  18. 18De brief in de map7 minuten
  19. 19De plek waar we leerden zwemmen10 minuten
  20. 20De andere aanvraag9 minuten
  21. 21Andermans woorden8 minuten
  22. 22De versie die ik liever zag10 minuten
  23. 23Het aanbod8 minuten
  24. 24Goud onder zwart8 minuten
  25. 25Een deur die iedereen gebruikte8 minuten
  26. 26De telefoon op tafel8 minuten
  27. 27Alsjeblieft niet delen7 minuten
  28. 28Voorwaarden voor hulp8 minuten
  29. 29Geleende dingen7 minuten
  30. 30Wat de zaal hoorde7 minuten
  31. 31De kamer boven7 minuten
  32. 32Een heel openbare vriend6 minuten
  33. 33Het huis aan Birch Road6 minuten
  34. 34De verdwenen kaart7 minuten
  35. 35Geen geleende waarheden meer7 minuten
  36. 36Tot de telefoon gaat7 minuten
  37. 37De persoon in de deuropening7 minuten
  38. 38Wat er nog was8 minuten
  39. 39Het onderhoudspad6 minuten
  40. 40Een ongemonteerd antwoord11 minuten
  41. 41Het deel erna7 minuten
  42. 42Een film voor vier mensen7 minuten
  43. 43Wat Sam bewaart9 minuten
  44. 44Het laatste beeld12 minuten

Leesinstellingen

Kies wat voor jouw ogen prettig leest.

Tekstgrootte
100%

Leesgereedschap

Mijn leesnotities

Alleen in jouw browser. Ook opgenomen in je boekenplank-back-up. Maximaal 2000 tekens.

Mijn bladwijzers

Gebruik het bladwijzericoon naast een alinea om een stukje terug te vinden.

FABLIVA

Vind je volgende verhaal

Zoek op titel, onderwerp of genre.

FABLIVA

Een idee of iets dat beter kan?

Help ons Fabliva mooier te maken. Een account is niet nodig.

Je bericht gaat per e-mail naar hello@fabliva.com. We gebruiken het alleen om je feedback te behandelen. Vul je een e-mailadres in, dan kunnen we reageren.

Liever via e-mail? hello@fabliva.com
FABLIVA

Je verhalen, een tik dichterbij.

Zet Fabliva op je beginscherm. Je kunt hier ook gewoon verder lezen.

Je offline boeken

Bewaarde boeken staan op dit apparaat. Je kunt per boek ruimte vrijmaken; je leesplek en notities blijven bewaard.

Boektaal: Nederlands

Verder in de nieuwe editie

Neem je leesplek en passende bladwijzers over. De eerdere editie, leesplek en notities blijven bewaard.

Wat betekent dit woord?

De korte verklaringen en vertalingen hieronder staan op je apparaat en werken ook offline.

Dit opent een externe website met alleen het gekozen woord. Er gaat geen zin of boektekst mee.

Laat dit hoofdstuk voorlezen

Kies een stem en luister eerst naar een korte proef. De beschikbare stemmen verschillen per apparaat.

Bij een online stem ontvangt de spraakdienst de tekst die je laat voorlezen. Lokale stemmen verwerken deze op je apparaat.