← De tafel is al gedekt
Inhoudsopgave · hoofdstuk 7 van 12
  1. 1. De andere helft
  2. 2. Een vis op je bord
  3. 3. Het kleine bord
  4. 4. Vijf grote handen
  5. 5. Er moet iets in
  6. 6. Het eerste stuk
  7. 7. Veertien
  8. 8. De envelop
  9. 9. Aan tafel
  10. 10. De verkeerde jas
  11. 11. Eerst zingen
  12. 12. Voor morgen

Hoofdstuk 7 van 12

Veertien

Mam begon te zingen terwijl ik mijn tanden nog poetste.

Ik stond in de badkamer met één voet op het kleedje. De andere stond op de koude tegel omdat ik het kleedje met mijn eerste voet uit de weg had geduwd. Mijn haar zat aan de ene kant plat en aan de andere kant helemaal niet.

‘Niet nu,’ zei ik met mijn mond vol.

Ze zong verder vanuit de gang. Ik moest lachen en kreeg schuim op mijn kin.

Toen ik mijn mond had uitgespoeld, was ze al bij het laatste stukje. Ze kwam in de deuropening staan en hield een klein pakje omhoog.

‘Gefeliciteerd.’

Ik veegde mijn kin af en liet me omhelzen. Het pakje drukte een klein hoekje in mijn rug.

‘Veertien,’ zei ze.

Ik knikte tegen haar schouder.

Aan de ontbijttafel pakte ik het uit. Er zat een plat doosje in. In het doosje zaten twee zilverkleurige driehoekjes. Ik wist meteen welke het waren. Ik had ze een keer aan mam laten zien toen we iets voor oma zochten.

‘Je hebt ze onthouden.’

‘Dat lukt weleens.’

Ik deed de ene in en hield mijn telefoon voor me om te kijken. Mijn gezicht was nog hetzelfde als gisteren. Maar er hing nu wel een klein driehoekje onder.

Mam zette thee neer. We aten brood dat aan de zijkant iets harder was geworden. Het laatste stuk proeftaart stond nog in het doosje. Ik nam daar na mijn boterham een heel klein randje van. Het was koud ook lekker.

‘Die kan vanmiddag iets minder lang,’ zei ik.

‘Waarom?’

‘Dan is de rand zachter.’

Mam nam zelf een kruimel. ‘We kijken gewoon hoe hij wordt.’

Mijn telefoon ging. Papa zong niet. Hij zei alleen heel warm gefeliciteerd en vroeg of ik al wakker was. Op de achtergrond klonk een deur die dichtsloeg. Hij was al op zijn werk.

Bo had me ook willen spreken, maar die was nu bij Eva. Ik zou hem vanmiddag zien. Papa vroeg of hij nog iets moest meenemen. Ik zei dat ik het allemaal had.

Daarna ging ik naar boven om me aan te kleden.

Het roomwitte shirt had ik voor over mijn paarse broek gekocht. De broekspijpen waren wijder dan die van mijn jeans en schoven langs mijn benen als ik liep. Ik draaide voor de spiegel om de achterkant te zien. Het lukte nooit om daar goed naar te kijken zonder zelf ook uit beeld te gaan.

Ik streek de voorkant glad. Mijn haar kon in een lage staart. Het paarse speldje hield de losse pluk bij mijn oor weg. De driehoekjes waren klein genoeg om niet tegen mijn hals te tikken.

Beneden was mam haar schoenen aan het doen.

‘Ik haal de rol,’ zei ze. ‘En brood voor morgen. Moet er nog iets anders?’

Ik keek naar mijn lijstje op de telefoon. Toastjes. Roomkaas. Komkommer. Kaarsen. We hadden alles.

‘Nee.’

Ik hoorde haar de deur dichttrekken en keek naar de lege tafel.

Het eerste wat ik deed was de fruitschaal weghalen.

Daarna de rijstwafels. Het kookboek ging op het aanrecht en de sleutels konden nu echt bij de kapstok. Mam had een licht tafelkleed dat bijna nooit helemaal recht lag. Ik trok het voorzichtig naar de ene kant. Toen was het aan de andere kant te kort. Ik liep om de tafel heen en schoof het een klein stukje terug.

Na drie keer bleef ik op afstand staan kijken.

Het was goed.

Ik haalde de borden uit de kast. Ze maakten een helder geluid toen ik ze op elkaar zette. Geen doffe tikken zoals die met de blauwe rand die we altijd gebruikten.

Op de grote legde ik de kleine. Ik wist nog niet of er diepe borden nodig waren, maar ze zagen er mooi uit onder de platte. Ik zette er twee neer en keek ernaar. De stapel werd wel hoog.

Ik haalde de diepe weer weg.

Het kleinere platte bord legde ik op mijn eigen plek. Er kwam een gewoon glas naast, mijn beste vork en een mes dat van de bordrand gleed.

Ik probeerde het met een ander mes. Dat bleef wel liggen.

Toen mam terugkwam, stond ik midden tussen de stoelen met een rol plakband in mijn hand. Ik wilde een klein vouwtje in het kleed aan de onderkant vastzetten. Het plakband deed niets met de stof.

Mam zette haar boodschappentas neer en keek.

Samira kijkt naar haar gedekte witte tafel terwijl haar moeder met de boodschappentas binnenkomt.

‘Mooi.’

Ik liet het plakband zakken.

‘Denk je?’

‘Ja.’

Ze liep om de tafel heen om de rol op het aanrecht te zetten. De doos had een doorzichtig stuk bovenop. Daarachter lag de chocoladerol, donker en glanzend, met aan het ene uiteinde een klein spoor van lichte room.

Ik duwde het deksel niet open. Ik keek alleen van bovenaf en daarna nog een keer van opzij.

‘Dat wil ik straks op die lange schaal,’ zei ik.

Mam zette de doos koel weg. Daarna deden we de schorten om en begon ik met het deeg.

De tweede keer wist ik beter hoe het moest voelen. Ik had minder bloem aan mijn vingers en hoefde de kom niet steeds tegen mijn buik te houden. Mam maakte intussen de prei klaar. Ze vroeg of de stukjes nog kleiner moesten en ik keek naar de vorm.

‘Zo is goed.’

We werkten naast elkaar. De deegbal ging even weg, ik waste het aanrecht en maakte ruimte voor de toastjes. Mam gaf me een klein mes om de komkommer te snijden. Ze maakte zelf de dikke uiteinden kleiner en legde die op een apart schoteltje.

Ik at er één op. Ik had weer trek.

Na de lunch wilde ik de toastjes alvast allemaal smeren. Mam zei dat we er een paar konden proberen, maar dat de rest dan juist zacht zou worden voor het eten. Ik smeerde drie. Op de eerste legde ik een dun rondje komkommer. Op de tweede een halve. De derde kreeg twee heel kleine stukken naast elkaar.

We aten ze op om te beoordelen welke het prettigst in je mond paste.

De halve won.

Ik zette het bordje in de gootsteen en keek op mijn telefoon. Noor had me gefeliciteerd. Er stond een rij uitroeptekens bij die ieder een eigen hap van het scherm namen. Ik stuurde een foto van mijn ene oorbel terug. Op de foto zag je vooral mijn wang. Ze schreef dat die er goed bij paste.

Ik lachte en stopte de telefoon weg.

De middag ging sneller dan de ochtend. Het deeg lag in de grote vorm. De prei stond af te koelen. Ik telde de kaarsjes uit het doosje dat mam in de kast had gevonden. Eén van de zestien was gebroken.

Ik legde veertien hele klaar en liet de laatste met de gebroken in het doosje.

De kleine serveerschaal zette ik midden op tafel. De grote kwam ernaast. Het paste, maar waar de salade dan moest was minder duidelijk. Ik haalde de grote weer weg en probeerde het met alleen de kleine.

Toen ging de bel.

Ik hoorde Bo nog voordat ik bij de deur was. Hij zei tegen iemand dat er wel opengedaan werd, maar dat dat niet sneller ging als je het nog een keer deed.

Je kunt ook zonder opgeslagen leesplek lezen.

Naar mijn leesplek

Fabliva op je beginscherm

Heeft je browser een installatieknop? Kies dan App installeren. Je kunt ook het browsermenu openen en kiezen voor Toevoegen aan beginscherm.

Op een iPhone of iPad vind je dit via de deelknop in Safari. Je kunt Fabliva ook gewoon in je browser blijven gebruiken.

Wat kan beter?

Een fout gevonden of een idee? Je hoeft geen naam of e-mailadres in te vullen. Zet geen privégegevens in je bericht.

Je bericht wordt naar Fabliva verstuurd. Gebruik 10 tot 2.000 tekens.