← De tafel is al gedekt
Inhoudsopgave · hoofdstuk 1 van 12
  1. 1. De andere helft
  2. 2. Een vis op je bord
  3. 3. Het kleine bord
  4. 4. Vijf grote handen
  5. 5. Er moet iets in
  6. 6. Het eerste stuk
  7. 7. Veertien
  8. 8. De envelop
  9. 9. Aan tafel
  10. 10. De verkeerde jas
  11. 11. Eerst zingen
  12. 12. Voor morgen

Hoofdstuk 1 van 12

De andere helft

Noor beet dwars door mijn verjaardag.

Ik had met mijn vinger een lijn over haar boterham getrokken. Aan de ene kant van de lijn vierde ik mijn verjaardag bij mam. Aan de andere kant bij papa. Noor had gekeken of ik klaar was en toen precies in het midden gehapt.

‘Zo kan het ook,’ zei ze.

Ik schoof mijn eigen bakje dichter naar me toe. Er zat nog een halve boterham met kaas in. Mijn appel lag los in mijn tas, samen met een schrift waarvan de hoek steeds zachter werd.

‘Jij hoeft niet twee keer te doen alsof je verrast bent,’ zei ik.

‘Dat hoef jij ook niet.’

‘Jawel. Als ik binnenkom met al een cadeau onder mijn arm, beginnen ze toch weer van voren af aan.’

Noor keek naar mijn lege arm. Ze zat op de rand van de lage plantenbak bij de kantine. Achter haar kwam een blad tegen haar haar. Iedere keer als ze zich omdraaide om het weg te halen, schoof haar broodtrommel een stukje naar beneden.

Ik pakte hem vast voordat hij viel.

‘Je moet zaterdag gewoon zeggen dat je al jarig bent geweest,’ zei ze.

‘Dan heb ik nog steeds twee taarten.’

Ze trok de trommel naar zich toe. ‘Daar hoor ik het probleem niet.’

Twee taarten vond ik ook geen probleem. Maar ik wist hoe het ging. Eerst at je iets bij mam. Dan moest ik mijn tas pakken terwijl mijn bord nog op tafel stond. Bij papa had ik mijn jas nog aan wanneer er iemand vroeg of ik taart wilde. Later stond mijn tas in de verkeerde gang en was ik de helft van een cadeau ergens vergeten.

Op zaterdag werd ik veertien. Veertien leek me oud genoeg om een hele taart op dezelfde plek te eten.

‘Ik wil gewoon een etentje,’ zei ik. ‘Eén tafel. Iedereen daar.’

‘Iedereen iedereen?’

‘Mam, papa, Eva, Bo en ik.’

Noor telde op haar vingers. Ze hield er vijf omhoog, met een heel ernstige blik.

‘Dat past.’

‘Dat weet ik.’

Ik wilde iets zeggen over een tafelkleed. Ik had een foto op mijn telefoon van een tafel met lage kaarsjes en witte borden. In het midden stond een schaal waar bijna niets in lag, maar je wilde toch meteen gaan zitten. Bij ons stond er meestal een pak rijstwafels op de plek waar iemand moest eten.

Noor viste mijn appel uit mijn open tas en gaf hem aan. Aan de ene kant zat de afdruk van mijn fietssleutel.

‘Ga je dat dan vragen?’

‘Ja.’

‘Vandaag?’

‘Dat is bij vragen meestal wel handig.’

Ze lachte en trok haar voet terug toen iemand langs de plantenbak kwam. Haar veter bleef aan de rand haken. Ik moest de trommel opnieuw grijpen terwijl zij zich losmaakte.

De bel ging binnen. We bleven nog even zitten. Er waren genoeg mensen die nu al gingen rennen.

‘Heb je al geld genoeg voor dat zwembad?’ vroeg Noor.

‘Vijfenveertig.’

‘Met zo’n grote glijbaan?’

‘Met heel veel grote glijbanen.’

Ik had het al weken op mijn telefoon staan. Een zondag naar een overdekt zwembad in een andere plaats. Met een band door een buis waar je van buiten niet in kon kijken. Je moest er met de trein heen. Daar had ik ook al naar gekeken, al had ik nog niets gekocht.

Noor wilde best een keer mee, maar ze had de komende zondag al iets met haar zus. Een film waar haar zus heel graag heen wilde en zij vooral veel zin had in de popcorn.

‘Wat doe jij als ik in die buis blijf steken?’ vroeg ze.

‘Dan ga ik nog een keer.’

Ze duwde met haar schouder tegen de mijne. Ik deed het deksel op mijn lege bakje en stond op. De appel ging mee naar binnen. Ik wilde eerst het deel opeten waar geen sleutel in had gezeten.

Na school fietste ik naar mam. Voor ons huis stond haar fiets al tegen de muur. Aan het stuur hing een boodschappentas met twee preien die zo ver uitstaken dat het leek alsof ze zelf waren meegefietst.

Binnen vond ik haar op één knie bij het kastje onder de gootsteen.

‘Kun je even aangeven?’ vroeg ze.

Ze wees naar de fles afwasmiddel op het aanrecht. Ik pakte hem, maar ze schudde haar hoofd.

‘De doek ernaast. Mijn hand zit vol.’

Er kwam een plasje water onder haar knie vandaan. Ik gaf haar de doek en trok mijn jas uit. Het eerste wat ik daarna deed was mijn rugzak op een stoel zetten.

‘Dat is de verkeerde,’ zei ze.

‘Je hebt me nog niet eens zien zitten.’

Mam kwam overeind met een natte doek in haar ene hand en een oud bakje in haar andere. Onder de gootsteen had iets gelekt. Het was alweer dichtgedraaid; ze had alleen te laat het bakje eronder gezet.

Ik pakte de preien uit de tas. Er zat zand tussen de bovenste bladeren. Eén blad krulde over mijn pols.

‘Mam?’

‘Ja.’

‘Ik wil zaterdag één keer jarig zijn.’

Ze keek op. Het water in het bakje liep gevaarlijk naar één kant toen ze haar hand draaide.

‘Wat bedoel je?’

‘Hier eten. Met papa en Eva en Bo. Niet eerst hier en dan daar. Gewoon allemaal om vijf uur aan tafel.’

Ik legde de preien neer. Het was eruit. Het klonk ook niet zo groot als toen ik het op school zei.

Mam zette het bakje in de gootsteen. ‘Dat lijkt me prima. Heb je het papa al gevraagd?’

‘Nog niet.’

‘Doe maar. Ik ben er.’

Ik haalde mijn telefoon uit mijn tas. Mam wrong de doek uit, knielde weer en veegde het laatste water van de vloer. Ik bleef met het scherm in mijn hand staan.

‘Nu?’ vroeg ze.

‘Ik ben bezig.’

In de groep waar meestal alleen berichtjes over mijn fietslampjes en schoolspullen stonden, typte ik de uitnodiging. Zaterdag bij mam. Om vijf uur. Papa, Eva en Bo erbij. Omdat ik dit jaar graag één etentje wilde.

Samira typt in de keuken haar uitnodiging voor één gezamenlijk verjaardagsetentje.

Ik las het nog een keer en liet het mam zien. Ze knikte. Ik verstuurde het.

Daarna hadden we een pan nodig voor de prei. Mam vroeg of ik die uit de kast wilde halen. Ik vond eerst drie deksels die nergens op pasten. Toen ik de goede pan had, trilde mijn telefoon op de tafel.

Papa kon. Hij moest zaterdagochtend werken, maar om vijf uur was goed.

Eva stuurde dat zij en Bo er ook bij waren. Er kwam een foto van Bo achteraan. Hij hield een stukje appel omhoog en keek boos naar degene die de foto nam.

Hij wil weten of er ook eten is, schreef Eva.

Ik lachte en typte terug dat dat ongeveer het plan was.

Mam keek even mee. ‘Klaar.’

Ik pakte een stoel en schoof hem bij de tafel. Vijf mensen. Ik telde de plekken toch nog na, ook die waar mijn tas stond. Je hoefde hier niet eens een extra stoel voor uit de schuur te halen.

‘Mag ik bedenken wat we eten?’ vroeg ik.

Mam deed de kraan open boven de pan. ‘Wat wil je maken?’

‘Dat weet ik nog niet. Maar wel iets leuks. Niet gewoon wat we altijd eten.’

‘Goed. Als het te doen is.’

‘En de tafel?’

Ze keek over haar schouder naar het pak rijstwafels, de fruitschaal en mijn tas.

‘Die mag je ook.’

Ik liet haar de foto zien. Mam zette de pan neer en keek goed. Ze zoomde met twee vingers in op de schaal in het midden.

‘Daar zit wel weinig in.’

‘Dat is voor de foto.’

‘Hopelijk.’

Ik trok de telefoon terug. Ik zag de borden al op onze tafel staan, de kaarsjes ertussen. En ik zat er zelf ook. Niet met een jas op schoot omdat ik zo weer weg moest, maar met mijn voeten onder dezelfde tafel als iedereen.

Mam gaf me de snijplank voor de prei.

‘Zaterdag koken we samen,’ zei ze. ‘Dan kan ik ook nog een beetje op mijn eigen keuken letten.’

Ik trok mijn tas van de stoel en zette hem onder de tafel. Er was ineens veel meer ruimte.

Je kunt ook zonder opgeslagen leesplek lezen.

Naar mijn leesplek

Fabliva op je beginscherm

Heeft je browser een installatieknop? Kies dan App installeren. Je kunt ook het browsermenu openen en kiezen voor Toevoegen aan beginscherm.

Op een iPhone of iPad vind je dit via de deelknop in Safari. Je kunt Fabliva ook gewoon in je browser blijven gebruiken.

Wat kan beter?

Een fout gevonden of een idee? Je hoeft geen naam of e-mailadres in te vullen. Zet geen privégegevens in je bericht.

Je bericht wordt naar Fabliva verstuurd. Gebruik 10 tot 2.000 tekens.