Hoofdstuk 6 van 12
Het eerste stuk
Noor wilde weten of de komkommer als voorgerecht kwam of als tussengerecht.
Ik zocht in de koelkast iets om tijdens het wachten te eten. Toen ik me omdraaide, hield ze een plakje op een schoteltje. Ze had haar elleboog er zo ver onder gevouwen dat je het bijna bij haar schouder kon pakken.
‘Het gaat om de presentatie,’ zei ze.

‘Ja, maar ik moet er wel bij kunnen.’
Ze hield het schoteltje lager. Ik pakte het plakje en at het op. Het was koud van het wassen. Er zat verder niets op. Toch voelde ik me een beetje alsof ik ergens op bezoek was.
Noor sneed er nog één af en bracht hem naar mam.
‘Geachte gast,’ zei ze.
Mam keek op van haar rekeningen. Ze pakte het plakje met twee vingers van het schoteltje en hield het omhoog.
‘Mag ik nog meer van dit gerecht?’
Noor kwam tevreden terug. Ze maakte een rij plakjes en haalde mijn kleinste witte schaaltje uit de kast.
‘Voorzichtig,’ zei ik.
‘Ik ga hem niet opeten.’
Ze legde de plakjes erin, rechtop tegen elkaar. Het was echt mooi. Groen met een dunne donkere rand, op dat wit. Ik schoof het schaaltje naar de tafel en ging ernaast zitten.
We maakten een menukaart op de achterkant van een oude envelop. Ik schreef bovenaan dat alles om vijf uur begon. Noor zette eronder dat de komkommer de hele dag beschikbaar was, zolang de voorraad strekte.
‘Jij moet je later laten inhuren,’ zei ik.
‘Ik ben heel duur.’
Ik wees naar de komkommer. ‘Dat heb je zelf meegenomen.’
‘Zie je wel.’
Ik tekende er een rand omheen. Niet met mooie boogjes, maar met allemaal kleine smalle bladeren. Noor vulde er eentje in met een gezicht. Toen we de kaart van een afstand bekeken, zag dat gezicht eruit alsof het niet van plan was iets te bestellen.
Uit de oven kwam een andere geur. Minder naar rauwe prei, meer naar iets wat aan de rand bruiner werd.
Ik ging voor het glas zitten. Noor zakte naast me op haar hurken. We konden allebei onze eigen wazige gezichten zien. Achter ons gezicht lag de taart.
Er zat een bobbel in het midden die er bij het ingaan nog niet had gezeten.
Ik wilde de deur al opentrekken. Mam keek op.
‘Laat maar even. We kijken zo.’
Ik liet het handvat los en ging weer rechtop staan. Noor kwam veel minder elegant overeind. Ze had haar voeten te dicht onder zich gezet en moest de rand van het aanrecht pakken om niet achteruit te zakken.
‘Dat was bijna een nieuw gerecht,’ zei ze.
Ik lachte en gaf haar de menukaart. Ze wilde er nog een aanbeveling van de kok bij zetten. Ik zei dat de kok eerst wilde weten of het überhaupt smaakte.
Toen de taart eruit mocht, pakte mam de vorm met twee ovenwanten vast. Ze zette hem op het rooster. Het kleine ovenschaaltje kwam ernaast. We kregen twee lepels om daar alvast uit te proeven, maar moesten wachten tot de eerste hitte eraf was.
Noor blies op haar lepel alsof ze de hele keuken wilde koelen.
Ik pakte een klein stukje. De kaas zat een beetje aan de rand vast. De prei was zacht en smaakte anders dan de prei van woensdag. Dat had ook te maken met de laag kaas erboven. Ik nam nog een hap om het zeker te weten.
‘Er zit eten in,’ zei Noor.
Ik knikte.
We keken naar de taart. Het deeg zat niet overal even hoog. Er was een plek waar de vulling tot net over het laagste stukje rand was gekomen. Daar was het donkerder.
Mam maakte hem voorzichtig los. Ik schoof het grote witte bord eronder. De taart paste erop. Dat vond ik onmiddellijk reden genoeg om het bord gekocht te hebben.
Het eerste stuk bleef een beetje aan de bodem hangen. Mam hielp met een platte schep. Ik moest ophouden het bord steeds dichterbij te houden, want daardoor kon ze er juist niet langs.
Daar lag het.
Een echte punt. Niet zo glad aan de zijkant als op de foto, maar je kon zien wat het moest zijn.
Noor en ik namen allebei een klein bordje. Mam wilde ook proeven. We aten de stukjes met een vork. Ik voelde hoe de onderkant kraakte en hoe de vulling daarna zacht werd. Noor hield haar bord dicht onder haar kin om de kruimels op te vangen.
‘Deze kan,’ zei mam.
‘Morgen de grote vorm,’ zei ik.
‘Ja.’
Ik pakte nog een stukje van het donkere randje. Er zat een beetje kaas aan. Dat was misschien wel het lekkerste.
Noor keek op haar telefoon. Ze moest naar huis, anders begon haar moeder met iets nieuws terwijl zij hier al zat te eten. We gaven haar een stuk mee in een bakje.
Ik liep met haar naar de deur. Ze had haar vest weer aan en het bloemenschort lag opgevouwen op de stoel. Het gezicht op de menukaart keek nog steeds alsof hij iets moest terugsturen.
‘Dat uitje kan later ook,’ zei Noor bij de kapstok.
Ik deed mijn mond open om te zeggen dat ik dat wist. Zij wees al naar de keuken.
‘Je hebt nu namelijk een restaurant.’
Ik gaf haar een duw tegen haar tas. ‘Ga naar huis.’
Ze lachte, stak haar bakje naar me op en ging.
Toen ik terugkwam, stond mam af te wassen. Ik nam de doek en begon met de kleine bordjes. Aan het laatste zat geen kruimel meer. Ik hield hem even schuin om de glans te zien.
‘Ik zou papa’s cake er ook wel bij lusten,’ zei ik.
‘Die wilde je toch niet?’
‘Nee. Maar nu denk ik eraan.’
Mam gaf me de vorm. Er zat nog een randje deeg aan vast. Ik zette hem terug in het water om het los te laten weken.
‘Vraag hem maar,’ zei ze.
Ik belde papa terwijl mam de pan uitspoelde. Hij nam op met een geluid op de achtergrond dat eerst een boor leek en daarna Bo bleek te zijn. Hij deed een auto na die heel hard moest remmen.
‘Die cake,’ zei ik toen papa verder van hem af was gaan staan.
‘Wat is ermee?’
‘Zou je hem misschien toch kunnen maken?’
Papa dacht even na. Ik hoorde een kastdeurtje dichtgaan.
‘Nee, meisje. Dat lukt niet meer. Ik moet morgenvroeg al weg en ik ga nu die salade voorbereiden. Jullie hebben die rol toch?’
‘Ja.’
‘En je taart?’
‘Die is goed gelukt.’
‘Lekker.’
Ik keek naar het stukje dat nog op het grote bord lag. Het donkere randje had ik er alweer af gegeten.
‘Bo vindt dat ik de tomaat ook voor moet proeven,’ zei papa. ‘Ik ben dus nog wel even bezig.’
Ik moest lachen. Ik vroeg of hij het bakje met de papierstroken morgen mee wilde nemen. Hij zei dat hij het bij de spullen zou zetten.
Na het bellen deed ik de rest van de taart in een doosje. Ik wist nog precies hoe het bij papa in de keuken rook wanneer de appelcake bijna klaar was. Die geur kwam vanavond niet.
Uit het afwaswater kwam vooral de geur van citroen.
Mam gaf me de kom. Ik droogde hem af en zette hem terug op de plank. Het kookboek kon op het aanrecht blijven liggen. Morgen had ik de goede bladzijde toch weer nodig.