Hoofdstuk 10 van 12
De verkeerde jas
Papa proefde een stukje van de korst en knikte zo nadrukkelijk dat ik moest lachen.
‘Goed hoor.’
‘Je hebt alleen de rand gehad.’
Hij keek naar het stuk op zijn vork. ‘Die ook.’
Ik nam wat salade. De tomaat was zo sappig dat de dressing er meteen vanaf gleed. Een olijf rolde langs de punt van mijn taart en bleef in het kuiltje ernaast liggen. Ik prikte hem vast voordat ik aan de volgende hap begon.
Eva vroeg hoe Noor het proefbakken had gevonden. Ik vertelde over de komkommer op het schoteltje en de bloem op haar schort. Ik probeerde voor te doen hoe ze het had aangeboden, maar met een volle vork was het moeilijk om mijn elleboog zo ver om te draaien.
‘Leg die eerst maar neer,’ zei mam.
Ik legde hem op mijn bord, pakte een toastje en deed het opnieuw.
Papa pakte een ander toastje van de schaal. Dat kon ook. Ik trok mijn arm weer terug.
‘Dat is echt een beroep,’ zei Eva. ‘Van die hele kleine hapjes een heel belangrijk moment maken.’
‘Daar is Noor goed in,’ zei ik. ‘Ze gaat er heel anders bij staan.’
Bo kwam overeind op zijn stoel en hield een stukje korst voor zich uit. Zijn schouders gingen bijna tot aan zijn oren.
‘Zo?’
Ik schudde mijn hoofd en lachte. ‘Niet op je stoel.’
Hij zakte weer terug, maar bleef de korst vasthouden. Eva hield haar hand op. Hij legde hem erop en keek haar aan tot ze hem opat.
‘Dank u,’ zei ze.
Bo nam zelf ook een hap en keek toen weer in zijn taart. Hij schoof met zijn vork een stukje prei opzij. Er zat kaas aan vast. Hij legde het terug op de punt en at het samen op.
‘Die saus wilde ik eigenlijk niet,’ zei hij tegen papa.
Papa keek naar de dressing. ‘Maar hij zit er nu al op.’
Bo stak zijn vork uit naar een stukje komkommer aan de rand van de grote schaal. Daar zat bijna niets op. Hij wees het aan. Papa pakte de lepel en gaf het hem.
Mam vroeg of ik nog taart wilde. Ik had mijn eerste punt bijna op. Ik keek naar de laatste stukken op het witte bord en daarna naar de schaal met toastjes.
‘Straks nog een beetje.’
Eva nam de waterkaraf aan die papa doorgaf. Hij hield zijn vinger tegen het deksel zodat die er niet af viel. Zij schonk haar glas vol en zette de karaf tussen de kaarsjes.
‘We hebben op het werk nu zulke kannen,’ zei papa. ‘Allemaal hetzelfde. Ik neem steeds de lege mee.’
‘Dat doe jij thuis ook,’ zei Eva.
Papa hield zijn glas omhoog en keek erin. Er zat nog genoeg in.
‘Dit keer niet.’
Mam begon te lachen. ‘Jij nam vroeger wel meer dingen mee die niet van je waren.’
Ik keek op.
‘Die jas,’ zei ze.
Papa deed zijn ogen dicht. ‘Daar beginnen we weer.’
‘Wat voor jas?’ vroeg ik.
Ik had het verhaal weleens gehoord, maar alleen het stuk dat hij op zijn werk een verkeerde jas had aangedaan. Ik wist niet meer waarom dat dan zo erg was geweest.
‘Mijn eerste vakantiebaantje,’ zei papa. ‘Ik moest allemaal dingen verplaatsen en ik kende nog niemand. Iedereen hing zijn jas in dezelfde ruimte. Aan het eind van de dag was ik moe. Ik pakte er één en ging naar huis.’
‘Die van de baas,’ zei mam.
‘Dat wist ik toen niet.’
Bo had zijn vork stil boven zijn bord. Hij luisterde meteen beter toen er een baas in het verhaal kwam.
‘Was die boos?’
‘Dat zal best,’ zei papa. ‘Maar ik was al weg.’
‘En zijn sleutels zaten erin,’ zei Eva.
Papa knikte. Hij sneed nog een stukje van zijn punt. ‘Daar kwam ik thuis achter.’
Ik zag hem voor me, net zo moe als ik na gym, met een vreemde sleutelbos in zijn hand. Ik begon te lachen.
‘Je voelde toch dat het een andere jas was?’
‘Niet erg genoeg blijkbaar.’
‘Hoe kon hij dan naar huis?’ vroeg Bo.
‘Dat vroeg hij zich ook af.’
Papa legde zijn vork neer en hield zijn hand boven zijn borst alsof de jas daar nog zat. Hij had thuis geprobeerd het ding uit te trekken en toen een knoop gevonden die op zijn eigen jas helemaal niet zat. In de zak zaten de sleutels. Op het moment dat hij ze eruit haalde, had er iemand opgebeld.
‘Zijn moeder moest hem met die jas terugbrengen,’ zei mam.
‘Dat was veel erger dan die baas,’ zei Eva.
Papa keek haar aan. Ze glimlachte heel tevreden en prikte haar laatste olijf vast.
‘Zij heeft dat verhaal dus heel goed onthouden,’ zei hij tegen mij.
‘Ik ook nu,’ zei ik.
Bo wilde weten of de moeder van papa de jas niet gewoon over zichzelf heen had kunnen doen. Papa zei dat dat best had gekund. Toen wilde Bo weten of zijn baas dan ook een moeder had gehad die erbij kwam. Ik zag papa al naast zijn baas in die kamer staan, ieder met zijn moeder erbij.
Mam vertelde over iemand die op haar werk bijna met alleen een lege brillenkoker naar huis was gegaan. De nieuwe bril lag nog op de toonbank. Hij had heel zorgvuldig de koker dichtgeklapt, zijn tas dichtgedaan en iedereen gedag gezegd.
‘Alsof je alleen de doos van je cadeau meeneemt,’ zei ik.
Bo wees naar de gang. ‘Dat papier is al stuk.’
‘Dat mag,’ zei ik. ‘Dat was de verpakking.’
Hij keek even naar me en liet zijn hand zakken. Daarna ging hij verder met eten.
Ik nam nog een klein stuk van de taart. Mam vroeg of ze de helft mocht. Ik sneed hem op de schaal door. De onderkant wilde een beetje mee, maar we kregen allebei een stuk op ons bord.
‘Mooie borden ook,’ zei papa.
Ik keek opzij naar het mijne. Er lag een kruimel op de rand die ik al drie keer met mijn vinger naar het midden had geveegd.
‘Donderdag gekocht.’
‘Dat wist ik. Maar ik had ze nog niet goed gezien.’
Hij hield het zijne een stukje schuin boven de tafel. Het kaarslicht schoof langs de rand. Eva vroeg waar ze vandaan kwamen. Ik vertelde over de winkel, de doos en het kleinere bord.

‘En Noor heeft een vis,’ zei ik.
Ze keken alle drie naar me. Ik pakte mijn telefoon uit mijn broekzak om de foto te laten zien. De kaas lag nog steeds precies in de vissenmond.
Mam begon te lachen omdat zij hem al kende. Eva wilde weten of je er ook iets anders op kon eten. Papa zei dat je geen olijven moest serveren als je niet wilde dat de vis er zelf één nam.
Ik gaf Bo de telefoon niet, maar hield het scherm voor hem. Zijn vingers zaten nog onder de dressing.
Hij keek heel goed.
‘Ik vind deze,’ zei hij, en hij tikte met één vinger op zijn eigen witte bord.
‘Ook mooi,’ zei ik.
Hij knikte en pakte zijn vork weer. Ik stopte de telefoon terug.
We aten verder. De bovenkant van de taart werd minder warm, maar de bodem bleef lekker. Mijn tweede stuk had veel rand. Ik brak het laatste hoekje met mijn vork en pakte het daarna toch met mijn vingers, omdat het steeds voor me uit schoof.
Eva vroeg of ik morgen iets ging doen. Ik zei dat ik nog geen plan had. Noor ging met haar zus naar de film.
‘Uitslapen,’ zei papa.
‘Dat kan ik zelf ook bedenken.’
Hij glimlachte en zette zijn vork op zijn lege bord. Bo had nog een stukje korst en keek naar de plek waar de chocoladerol straks moest komen.
‘Is er nog een ander gerecht?’ vroeg hij.
Ik keek op de menukaart, die bij de fruitschaal op het dressoir lag. Het gezicht dat Noor erin had getekend, zat ver genoeg weg om niet te kunnen zien hoeveel we al op hadden.
‘Ja,’ zei ik. ‘Maar eerst moet er iets gebeuren.’
Bo ging rechter zitten.
Ik stond op en haalde het doosje met de veertien kaarsjes.