← De tafel is al gedekt
Inhoudsopgave · hoofdstuk 12 van 12
  1. 1. De andere helft
  2. 2. Een vis op je bord
  3. 3. Het kleine bord
  4. 4. Vijf grote handen
  5. 5. Er moet iets in
  6. 6. Het eerste stuk
  7. 7. Veertien
  8. 8. De envelop
  9. 9. Aan tafel
  10. 10. De verkeerde jas
  11. 11. Eerst zingen
  12. 12. Voor morgen

Hoofdstuk 12 van 12

Voor morgen

Mam stond nog bij de tafel toen ik terugkwam.

Ze pakte het glas van Bo met twee vingers aan de bovenkant vast. Er zat een dun oranje randje op de plek waar zijn mond was geweest. Ik nam de karaf mee. Hij was bijna leeg.

‘Was lekker,’ zei ze.

Ik knikte. Ik voelde ineens hoe warm ik het had. Mijn vest hing al aan de stoel, maar het roomwitte shirt zat nog tegen mijn rug. Ik trok het een klein stukje los.

‘De taart ook,’ zei ik.

‘Die gaan we nog een keer maken.’

Ik zette de karaf op het aanrecht en haalde het schort van de haak. Ik hoefde niet meer te koken, maar ik wilde niet alsnog water over mijn nieuwe kleren krijgen.

Mam liet een klein beetje warm water in de gootsteen lopen. Ze waste de glazen terwijl ik de bordjes van het dessert afruimde. Aan het bord van papa zat bijna geen chocolade meer. Aan het mijne zaten twee donkere strepen die de hele weg van het stuk naar de rand lieten zien.

Ik hield het onder de kraan. De room werd eerst wit in het water en daarna was hij weg.

Op de tafel lagen kruimels. Er zat een rond vlekje naast Bo’s plek. Ik pakte de doek en ging eroverheen. Het werd groter en lichter. Mam zei dat het kleed toch in de was ging.

Ik haalde de kaarsjes van tafel. De lage glazen waren nog een beetje warm. In één van de kaarsjes was een dik randje blijven staan. Ik keek ernaar en zette het voorzichtig op het dressoir.

Het kleed kon eraf. Ik pakte een hoek en mam pakte de andere. We vouwden de randen naar binnen en liepen ermee naar de keuken. Boven de prullenbak schudden we het uit.

Er viel veel meer uit dan ik had gedacht.

‘We hebben ook wel gegeten,’ zei mam.

Ik zag nog de schaal die in het midden had gestaan. De toastjes waren op, de salade voor een deel mee, de taart helemaal weg. Op de foto van mam stond de lange witte schaal met alle kaarsjes. Achter de vlammetjes zag je mijn gezicht.

Mijn telefoon trilde in mijn zak. Ik droogde mijn handen en keek.

Hoe was het? schreef Noor.

Heel lekker, typte ik.

Er kwam een gezichtje terug dat zijn tong uitstak. Daarna vroeg ze of ik het hele servies gebruikt had.

Bijna, schreef ik.

Ik maakte een foto van de drie stapels op het aanrecht. Er stond ook de blauwe schaal van mam bij. Op de rand zat nog een klein stukje korst. Ik stuurde de foto.

Noor schreef dat de vis ook groeten deed.

Ik legde mijn telefoon bij de fruitschaal. Mam gaf me de doek voor de schalen. De blauwe was gemakkelijk af te drogen, je kon met je hele hand in de binnenkant. Het kleine witte schaaltje moest ik aan de rand vasthouden om het niet uit mijn vingers te laten glijden.

Ik zette ze droog op het aanrecht.

In de kast stonden nog de diepe borden die we niet gebruikt hadden. Eén ontbrak. Dat stond op de stapel waar papa het bord van de kaarsjes had neergezet.

Ik pakte het eraf.

‘Wat doe je?’ vroeg mam.

‘Die moet niet op de platte.’

Ze keek naar de twee stapels. ‘Ze zijn toch droog?’

‘Ja, maar als ik straks een plat bord wil, moet ik eerst die andere optillen.’

Mam glimlachte. ‘Dat zei ik donderdag ook.’

Ik schoof het diepe bord bij de andere diepe. Het paste. Op de stapel platte kwam nu het kleinste bovenop. Ik trok de la ernaast open voor de servetten. Mijn portemonnee lag er nog.

Na het feest zet Samira het diepe bord bij de andere diepe borden; haar moeder ruimt naast haar op.

Ik keek erin.

Zeven euro. De bon zat achter het vakje met de munten. Ik vouwde hem open en las de prijs nog een keer. Het waren nog steeds dezelfde cijfers.

De glijbanen stonden nog op mijn telefoon. Die kon ik ook niet alvast voor de helft gebruiken. Ik zou weer een tijdje moeten sparen voordat ik het kaartje en de trein bij elkaar had.

Ik keek naar de kast. Het blauwe puntje aan de onderkant van het ene diepe bord was nog net zichtbaar. Ik draaide het zo dat het naar voren stond.

Toen deed ik mijn portemonnee dicht.

Mam hing het vochtige tafelkleed over de rand van de wasmand. Ik pakte het bakje voor de rol van de hoge plank.

De rol had aan het ene uiteinde een scheve rand. Daar had ik de plakken voor Eva afgesneden. Op de bovenkant zaten kleine gaatjes van de kaarsen.

Ik zette de bak naast de schaal. Mam hield het papier klaar. Samen tilden we het overgebleven stuk op. Aan één kant zakte er een beetje room uit. Ik pakte het met mijn vinger en proefde.

‘Morgen ook lekker,’ zei ik.

Mam knikte. Ze vouwde het papier om de rol, zonder de room tegen de zijkant van het bakje te drukken. Ik deed het deksel erop.

‘Het scheve stuk is voor mij.’

‘Zal ik proberen te onthouden,’ zei mam.

Ik zette het bakje vooraan in de koelkast.

Einde van het verhaal

Nog eens vanaf het begin lezen

Je kunt ook zonder opgeslagen leesplek lezen.

Naar mijn leesplek

Fabliva op je beginscherm

Heeft je browser een installatieknop? Kies dan App installeren. Je kunt ook het browsermenu openen en kiezen voor Toevoegen aan beginscherm.

Op een iPhone of iPad vind je dit via de deelknop in Safari. Je kunt Fabliva ook gewoon in je browser blijven gebruiken.

Wat kan beter?

Een fout gevonden of een idee? Je hoeft geen naam of e-mailadres in te vullen. Zet geen privégegevens in je bericht.

Je bericht wordt naar Fabliva verstuurd. Gebruik 10 tot 2.000 tekens.