Hoofdstuk 4 van 12
Vijf grote handen
Bo had mij het langste gemaakt.
‘Omdat jij jarig bent,’ zei hij.
Ik stond op zijn tekening tussen papa en mam in. Eva stond aan de andere kant, met Bo naast zich. We hadden allemaal handen waar de hele tafel in zou passen. De tafel zelf was een lange rode streep. Daaronder stonden genoeg benen voor een veel grotere familie.
Ik boog voorover.
‘Ik heb drie voeten.’
Bo keek. Hij schoof zijn stoel naar achteren om van een andere kant te kunnen kijken.
‘Die is van de stoel.’
‘O.’
Dat was eigenlijk meteen veel beter.
Ik was nog niet goed binnen of hij had me al aan de tafel gezet. Mijn jas hing aan de kapstok, mijn tas stond eronder en mijn fiets stond in de kleine schuur naast het huis. Hij had het allemaal nauwkeurig gevolgd. Daarna was hij met twee handen vol papier uit de woonkamer gekomen.
‘Hier is de taart.’
Hij legde het tweede vel neer. Het geel nam bijna het hele blad in. Er stonden strepen boven die eerst zonnestralen leken en daarna kaarsen bleken te zijn. Bij de laatste had hij twee keer geteld omdat hij zijn eigen streep niet meer kon vinden.

‘Veertien,’ zei ik.
‘Ja. Zoveel word je.’
Ik knikte. Dat wist ik, maar het klonk uit zijn mond veel indrukwekkender.
Hij haalde nog een blad van de stapel. Daar stonden bloemen op, allemaal in verschillende potten. Eén had een stengel die dikker was dan de pot eronder. Bo wees erop en zei dat die heel veel water kreeg.
Ik vroeg of hij dan niet omviel.
Hij keek me aan. ‘Het is papier.’
Ik begon te lachen. Hij glimlachte tevreden en duwde de taart een stukje verder naar me toe, zodat er voor zijn ellebogen weer plek was.
Uit de keuken rook ik gebakken aardappels. Papa stond bij het fornuis. Eva zocht in een la naar een deksel en vond er één dat alweer nergens op paste.
‘Wij hebben thuis ook alleen maar deksels,’ zei ik.
‘Dat komt doordat de pannen weglopen,’ zei Eva. ‘Deze heeft gisteren nog op iets gepast.’
Papa keek over zijn schouder. ‘Naast de oven.’
Eva bukte en kwam met het goede deksel overeind. Ze tikte met de rand tegen de aardappelpan om papa opzij te krijgen. Hij maakte ruimte.
Bo trok aan mijn mouw.
‘Daar kan een slinger van.’
Hij hield zijn drie bladen bij elkaar. Als hij de bovenste twee naast elkaar legde, was er al niet genoeg tafel meer.
Ik zag de vijf figuren en de gele taart, de dikke blauwe lijnen van de bloemenpot. Het waren nogal grote bladen voor boven die rustige witte tafel.
‘We kunnen ook ringen maken,’ zei ik.
‘Ze moeten naast elkaar.’
Hij legde de figuren naast de taart. Mijn extra stoelvoet wees precies naar een kaars.
‘Dan doen we die erboven,’ zei ik.
Dat kon met ringen ook. Je maakte allemaal gelijke stroken en plakte ze door elkaar. Er waren genoeg kleuren op het papier om een hele slinger te krijgen die toch ergens bij paste.
Bo sprong van zijn stoel.
‘Ik haal lijm.’
Ik legde de drie vellen op elkaar en pakte de schaar uit het bakje op de vensterbank. Hij had een ronde punt en een rood handvat. De eerste knip ging scheef omdat het papier tegen de rand van de tafel boog. Ik draaide de stapel en knipte verder.
Een ring was ongeveer zo breed als mijn twee vingers naast elkaar. Ik hield de eerste strook op en boog hem rond. Aan de buitenkant liep een stukje rode tafellijn. Dat zag er leuk uit.
Ik knipte verder, door alle drie de vellen, tot er alleen stroken lagen.
Bo kwam terug met de lijmstift. Hij had zijn onderlip tussen zijn tanden. Toen hij de repen zag, liet hij zijn mond los.
‘Waar zijn wij?’ vroeg hij.
Ik schoof de stroken een beetje uit elkaar.
‘Hier. Kijk, dit is jouw blauwe.’
Hij zette de lijmstift neer en pakte de strook met zijn eigen trui. Zijn hoofd zat er niet meer aan. Dat lag een stukje verder, tussen de taart en de bloemen.
Hij keek naar de tafel.
‘Het moest niet zo.’
‘Dan plakken we ze toch aan elkaar? Zo.’
Ik maakte de twee uiteinden van de rode strook over elkaar. Bo trok het papier uit mijn vingers.
‘Dat is jouw been.’
‘Ik weet het. Maar als je de ring zo houdt—’
Hij schoof de lijmstift naar me toe.
‘Ik wil niet.’
Hij liep naar de woonkamer. Even later hoorde ik de houten bak met zijn auto’s over het kleed gaan. Dat geluid kende ik. De bak zat altijd net te vol om hem op te tillen en niet vol genoeg om er zomaar iets in terug te kunnen gooien.
Ik bleef met de strook in mijn hand zitten. De lijmstift had een paarse dop. Hij zat er nog op.
Eva zette twee glazen op tafel. Ze keek naar het papier, naar mij en naar de deuropening.
‘Wat is er?’
‘Bo wil ineens geen slinger meer.’
Ik legde de strook plat. Aan de andere kant van de kamer gaf Bo een auto een duw. Hij botste met een kort klapje tegen de muur.
Papa kwam met de pan naar de tafel en zette hem op de onderzetter.
‘Hij had net alles al getekend,’ zei hij.
‘Ja.’
‘Is dit dat papier?’
Ik keek naar de strook met mijn halve gezicht. Mijn oog was groter dan het stuk wang dat ernaast over was.
‘We gingen er een slinger van maken.’
‘Bo?’ vroeg Eva naar de woonkamer.
Hij kwam niet meteen. Er rolde nog één auto over het kleed. Toen verscheen hij in de deur, met de kleine rode vrachtwagen tegen zijn buik.
‘Samira heeft alles doorgeknipt,’ zei hij.
Ik legde de schaar naast het bakje.
‘Voor ringen,’ zei ik. ‘Ik dacht dat—’
Bo kwam bij de tafel staan en wees naar de losse stukken. Hij raakte ze niet aan.
‘Die moesten heel.’
Ik keek opzij naar papa. Hij keek naar mij. De damp trok tussen ons door.
‘Dat had je moeten vragen,’ zei hij.
‘Ik had gezegd dat we ringen konden maken.’
‘Heeft hij daar ja op gezegd?’
Ik wist wat ik had gezegd. Ik wist ook dat Bo vooral bezig was geweest met hoe groot de taart was.
‘Nee,’ zei ik.
Ik slikte, maar mijn keel bleef strak. Ik legde de rode strook bij de andere. Bo duwde zijn lijmstift een klein stukje verder weg.
Eva pakte een leeg bakje. Ze vroeg Bo of de stukjes daarin mochten. Hij knikte en ging op zijn stoel zitten, met zijn vrachtwagen op schoot.
Ik raapte de repen op. Het ging veel sneller dan het knippen. In het bakje zag je bijna niet meer dat het tekeningen waren. Alleen de taart bleef geel.
‘Sorry,’ zei ik.
Bo keek naar zijn vrachtwagen. Hij draaide met zijn duim aan een wiel dat net niet wilde blijven draaien.
Papa schoof de aardappels naar het midden van de tafel. Eva haalde de rest van het eten.
We aten wortels, aardappels en een omelet die in vieren was gedeeld. Bo kreeg zijn eigen stukje en wilde ketchup. De fles maakte bij de eerste keer knijpen een veel te hard geluid. Hij keek naar mij om te zien of ik het gehoord had.
Ik had het gehoord. Ik glimlachte.
Hij draaide de fles naar zijn bord en deed de dop dicht. Daarna begon hij te eten.
Na het eten ruimde ik mijn bord op. Het bakje met de repen stond op het aanrecht, naast de lijmstift. Ik deed het deksel er niet op, omdat ik niet wist of Bo dat wilde.
In mijn kamer bij papa pakte ik mijn trui voor morgen uit. Er zat een donkergrijze draad aan de mouw die van mijn jas moest zijn gekomen. Ik trok hem los en gooide hem in de prullenbak.
Beneden vroeg Bo iets aan Eva. Ik kon de woorden niet verstaan. Ik hoorde wel dat hij zijn vrachtwagen de trap op wilde nemen en dat dat mocht als hij hem zelf droeg.
Ik deed mijn deur een stukje verder open. Toen hij langskwam, keek hij mijn kamer in.
‘Ik ga morgen weer naar mam,’ zei ik.
Hij knikte.
‘Zaterdag ben ik er,’ zei hij.
‘Ja.’
Hij liep door, de vrachtwagen recht voor zich uit. Ik bleef nog even in de deuropening staan en ging toen mijn tanden poetsen.