Hoofdstuk 6 · 8 minuten lezen
De achterkant van het licht
Aron wilde. Hij had zelfs al een blik meegenomen toen hij zondagmiddag bij oma aanbelde.
‘Niet weer hagel,’ zei Mila door de deuropening.
‘Dat was de vorige keer maar één keer.’
Hij had ook een kleine kartonnen vis bij zich. De bek kon open met een wasknijper. Ze gingen aan de kleine tafel zitten. Aron legde de vis tussen de broodkruimels en liet hem twee keer happen.
‘Als de visser hem vangt, moet hij niet meteen willen blijven,’ zei hij. ‘Hij kan best vragen waar hij terechtkomt.’
Mila duwde de broodplank opzij. ‘In de keuken.’
‘Ja, maar dat weet die vis niet.’
Hij liet de kartonnen kop naar de waterkoker kijken, daarna naar de lege hoek. Mila pakte een onderzetter en zette hem overeind als raam. De vis kwam er met zijn hele kop bovenuit.
‘Te hoog,’ zei Aron.
‘De keuken heeft een hoger raam.’
‘Dit bedoel ik.’ Hij draaide de vis een stukje, zodat hij schuin door de opening kon kijken. ‘Je moet ruimte hebben om iets te doen.’
Oma zette twee glazen limonade op de tafel. Ze tilde het onderzetterraam op om er één neer te zetten.
‘We werken,’ zei Mila.
‘Dan drinken jullie werkend.’ Oma pakte uit de linnenkast een klein plat pakje, zonder blauw lint. ‘En dit wilde je nog zien.’
Het was een stukje stof dat op een pannenlap leek. Mila keek meteen naar de rand. Die had een eigen zoom rondom. Er was nergens iets afgeknipt.
Aron hield zijn hand erboven. ‘Doet die hetzelfde?’
‘Nee,’ zei oma. ‘Niet meer.’
Ze legde het neer. Het oude grijze weefsel zag er nauwelijks anders uit dan de kleine lap in de kast. Mila kneep voorzichtig een hoekje tussen haar vingers. De stof voelde dikker.
‘Die had mijn moeder na gebruik op een vensterbank gelegd. Er zat nog licht in. Ze zette er een bloempot voor en vergat hem.’
‘Gewoon in de kast leggen kon dus niet?’ vroeg Aron.
‘Het licht moet terug. Waar je het ook verstopt. Toen ze hem de volgende ochtend vond, was het te laat.’
Mila hield het proefstuk een beetje tegen het raam.
‘Ook niet één draadje?’
Oma schudde haar hoofd. Ze liet de lap even liggen terwijl ze de glazen bijvulde. Aron liet de vis eromheen zwemmen. Mila trok de onderzetter uit zijn route, zodat de staart nergens achter bleef hangen.
‘Kunnen we vanavond dan die keuken proberen?’ vroeg hij.
‘Eén voor één,’ zei oma. ‘En eerst moet ik weten waar jullie willen staan.’
Mila tekende met haar vinger een vierkant op de tafel. Aron haalde de vis weg.
‘Je zet mij toch niet achter het raam alleen om geluiden te maken?’
‘Je mag in de kamer.’
‘Dan wil ik wel zelf iets zeggen.’
Ze schoven een stukje papier tussen de glazen. Mila tekende een tafel. Aron zette er een pijl naast met VIS erop. Hij tekende geen visser; die moesten ze nog bedenken.
Tegen de avond pakte oma de kleine lap uit de kast. Het kaartje en het blauwe lint gingen mee in een stoffen tas. Het oude onbruikbare proefweefsel legde ze terug in zijn eigen platte pakje.
‘We moeten weten of dit genoeg licht geeft voor jouw vis,’ zei ze tegen Aron. ‘We gaan niet elke keer het grote stuk gebruiken om iets kleins te proberen.’
In het buurthuis spreidde Mila de lege kleine lap op een tafel bij het raam. De maan stond boven de tuinmuur. Aron hield de vis erachter, met zijn vinger op de wasknijper. Ze wachtten.
De lap bleef grijs.
Mila boog naar het glas. De maan was er gewoon. Ze hield haar hand tussen de stof en het raam en haalde hem weer weg. Geen verschil.
‘Door het raam komt wel gewoon licht,’ zei Aron.
Oma knikte. Ze wees naar buiten. ‘Maar geleend licht haal je daar.’
Mila keek op de klok. Ze hadden lang genoeg gewacht om de vis al drie keer te laten praten. Ze droegen de tafel niet naar buiten; oma nam de kleine stof mee naar de schone onderlegger op het tuinpad. Daar legde ze hem voor het eerst die avond onder de open hemel.
Na een tijdje begon de rand zacht te glanzen. Mila ging op haar hurken zitten, achter haar eigen schoenen om niet op de onderlegger te stappen.
‘Hij doet het.’
‘Buiten lenen,’ zei oma. ‘Straks kunnen jullie er binnen mee spelen.’
Aron had zijn vis tegen zijn borst gehouden. Hij bewoog de wasknijper. In het zilveren licht leek het karton gladder. De zwarte stip van het oog bleef gewoon met stift getekend.
Na twintig minuten namen ze de opgeladen stof op. Binnen hield Aron zijn vis er een eindje voor. Mila hield de lap vast terwijl hij een stukje speelde. Ze vond dat de vis eerst de verkeerde kant op moest zwemmen. Aron probeerde het, maar toen verdween de staart uit het licht.
‘Dan moet jij opschuiven,’ zei hij.
Ze deed twee stappen opzij. Op de muur verscheen een langgerekte bek. De vis hapte naar de rand van de echte tafel.
Mila moest lachen en vergat even hoe ze de stof vasthield. Ze ving een hoekje op voordat het over haar vingers gleed.
‘Zo blijft het nooit op dezelfde plaats,’ zei Aron.
‘We kunnen hem straks over die gladde lat leggen.’
Hij knikte. ‘En een vaste plek voor mij. Anders verdwijn ik midden in mijn zin.’
Toen brachten ze de kleine lap weer buiten. Aron legde het kaartje en het lint veilig op de bank. Oma vouwde één hoekje losjes naar binnen.
‘Let hier eens op.’
De randen verbleekten. De rest van de stof werd langzaam grijs. Onder het omgeslagen hoekje bleef echter een smalle streep licht zitten.
Mila wees ernaar. ‘Daar nog.’
‘Die laag ligt niet open.’
Ze mocht zelf het hoekje terugvouwen. De verborgen streep glansde nu bloot naar de hemel. Na een poosje verdween ook die. Mila keek een keer onder de rand, maar daar zat geen laatste licht verstopt.
Aron pakte de grijze lap op. ‘En nu kan hij niet weer aan?’
‘Morgenavond,’ zei oma. ‘Deze leenbeurt is klaar.’
Mila vouwde de kleine lap op. Aron wikkelde het lint erom, eerst te strak, daarna losser toen ze hem aankeek. Hij schoof het kaartje onder de strik.
‘Een toneelstuk in die keuken kan wel,’ zei hij. ‘Maar ik wil geen vis die alleen zegt hoe mooi alles is.’
Mila deed het pakje in de tas. In de zijruimte stond het grote raam op hen te wachten.
‘Dat hoeft ook niet,’ zei ze.